Gods oogappel

Een Bijbelse kijk op Israël

donderdag 11 april 2013

Oprichter van Christenen voor Israël overleden

In zijn woonplaats Amersfoort is dinsdag 9 april de oprichter van Christenen voor Israël, Karel van Oordt, op 84-jarige leeftijd ontslapen. Van Oordt bleef tot kort voor zijn overlijden meelevend en nauw betrokken bij het werk van Christenen voor Israël en het Israël Producten Centrum (IPC).

Tot op hoge leeftijd bemoedigde hij ouderen en jongeren bij het ontdekken van de Bijbelse boodschap over Israël. Onze boodschap is niet bestemd voor Israël, zei hij altijd, maar voor de kerk.

Bij zijn bezoeken aan Israël sprak hij vaak met zijn Joodse vrienden over de Here Jezus. Met groot verlangen zag hij uit naar de komst van de Messias van Israël en het Koninkrijk van God. Hij vond het bijzonder mee te mogen maken dat het Joodse volk in deze tijd terugkeert naar het Beloofde Land Israël. Eén van zijn kernachtige uitspraken was: de beloften aan Israël gegeven, worden ook aan Israël vervuld.

In 1979 nam Karel van Oordt het initiatief om de Stichting Christenen voor Israël op te richten. Meer en meer raakte hij ervan overtuigd de Bijbelse boodschap over Israël te moeten verspreiden in de kerken. Hij was begaan met alle kerken, van Protestants tot Rooms-Katholiek. Hij ontdekte dat alle kerken op een of andere manier een relatie met Israël hadden.

Karel van Oordt wil herinnerd worden als iemand die weliswaar zijn werk deed met gebrek en fouten, maar telkens op de knieën ging om zijn zonden te belijden voor het Aangezicht van de Almachtige. Dat kon hij alleen via de Here Jezus Christus, de Zoon van de God van Israël.

Een groot vriend van Israël en het Joodse volk is heengegaan.

(Bron: Christenen voor Israël)

woensdag 27 maart 2013

maandag 18 maart 2013

'Ik ben het toch niet?'

Wie met zijn hele hart in Hem gelooft, kan dat moeilijk begrijpen, maar al vanaf het begin van het Evangelie is er Weerstand tegen Jezus, zijn er die tegen Hem in opstand komen.
- Demonen zijn de eersten die tegen Hem tekeer gaan; die doen dat omdat ze in Hem hun meerdere herkennen en weten dat hùn laatste uur geslagen heeft.
- In Nazareth, waar Hij niet geboren is maar wel getogen, wordt Hij eruit gegooid; omdat Hij weigert zijn eigen stadsgenoten schouderklopjes te geven.
- Dan zijn er ‘Schriftgeleerden’ die problemen hebben met wat Hij zegt en doet: wat verbeeldt Jezus Zich wel? Is Hij soms God, dat Hij zonden zou kunnen vergeven? Ze willen Hem graag in de val laten lopen, zodat ze Hem kunnen aanklagen, bijvoorbeeld voor het schenden van de Sabbat. En als Hij Zich niets van hen aantrekt, zijn ze woedend en overleggen ‘wat ze met Jezus zullen doen’ (lees: hoe ze van Hem af kunnen komen). Want Hij is in hun ogen een Godslasteraar en een wetsovertreder.

Jezus hééft vijanden. Maar Hij heeft in het Evangelie ook heel veel volgelingen, massa’s mensen lopen achter Hem aan. Op een gegeven moment kiest Hij er twaalf uit om speciaal zijn leerlingen te zijn. Hen stuurt Hij er ook op uit om met zijn gezag het Koninkrijk te verkondigen en in Zijn Naam wonderen te verrichten.
Op grond waarvan koos Hij nou juist deze Twaalf? Het is een bont gezelschap, totaal verschillende karakters en allemaal mensen met hun tekortkomingen en eigenaardigheden.(Andere mensen bestaan trouwens niet.)
Maar het grootste raadsel is: waarom koos Hij ook Judas? Jezus wist toch alles? Dan wist Hij dus ook van tevoren dat het Judas was die Hem zou overleveren.

Wie is die Judas eigenlijk?
Zijn naam is de vergrieksing van Jehuda of Juda; een van de meest voorkomende Hebreeuwse namen. Een van de grote zonen van Jakob, een van de twaalf stamvaders van het volk. Het woord ‘Jood’ is zelfs van deze naam afgeleid. Nog een van zijn discipelen heette ook zo. En een zoon van Jozef en Maria droeg die naam; een van de broers van Jezus, van wie Mattheüs zegt dat ze niet in Hem geloofden; maar later wèl: het voorlaatste Bijbelboek, de Brief van Judas is van zijn hand.
Om hem niet te verwarren met al die andere personen met dezelfde naam, wordt aan zijn naam steeds ‘Iskariot’ toegevoegd. Een gebruikelijke verklaring van die bijnaam is, dat hij deel uitmaakte van de Zeloten, verzetsstrijders tegen de Romeinse bezetting van het Joodse land. Een bepaalde afdeling van de Zeloten werden ‘sicariërs’ genoemd; dat woord betekent: ‘dolkman’. ‘Iskariot’ zou een Hebreeuwse weergave van ‘sicariër’ kunnen zijn. En als Judas Iskariot banden had met die verzetsstrijders, was hij onder de leerlingen van Jezus waarschijnlijk niet de enige. Een van hen wordt aangeduid als ‘Simon de Zeloot’. En een van hen die bij Jezus waren (was het Simon Petrus?), blijkt een kort zwaard bij zich te dragen en is ook bereid dit te gebruiken, wanneer ze Jezus gevangen komen nemen. (Maar Jezus zegt dan: ‘Breng uw zwaard weer op zijn plaats, want allen, die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen.’ (Mt. 26:51v)) In tegenstelling tot de Zeloten propageert Jezus geweldloosheid. Alles wat Jezus zegt, wijst erop, dat Hij géén aardse koning wil zijn: ’Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld’, het wordt niet tot stand gebracht met wereldse middelen. Hij wil allereerst de Koning worden van ons hart.

In de geschiedenis van de Kerk is Judas er wel heel slecht afgekomen. Wie zou ooit zijn kind nog Judas noemen? Hij werd zo’n beetje de verpersoonlijking van de duivel zelf! Judas heeft wel een heel slechte naam gekregen. Als je iemand echt wil uitschelden moet je hem een Judas noemen.
Judas werd in de verhalen steeds zwarter afgeschilderd. Dat zou op zich nog niet zo erg zijn, maar Judas werd ook gezien als de Jood bij uitstek. Christenen zagen in de Middeleeuwen Judas als de vertegenwoordiger van alle Joden; en zij hebben de Messias verworpen! Een volk van verraders. Als de pastoor goed had uitgehaald tegen Judas in de week voor Pasen, dan konden de Joden wel oppassen! In de Middeleeuwen gingen veel christenen op Goede Vrijdag op Jodenjacht!

Tegenwoordig willen sommigen Judas zien als een willoze pion in een goddelijk plan. Dit alles móest immers gebeuren?! Jezus móest toch lijden en sterven, om ons te verlossen?
Een extreme visie hiervan werd aangehangen door de gnostische sekte uit de 2e Eeuw waaruit het zogenaamde Evangelie naar Judas voortkwam, waarvan de vertaling een paar jaar geleden met veel bombarie gepresenteerd werd in de pers. Daarin is Judas de beste van alle discipelen en wordt hij vereerd, als oorzaak van de kruisdood van Jezus waardoor Hij ons redde! Zijn verraad wordt als "mysterie van het verraad" tot een deugd verklaard.
Boeiend misschien, maar strijdig met het Evangelie. Judas moet niet opgehemeld worden, het Evangelie is er heel duidelijk over dat hij een groot kwaad heeft gedaan. Jezus Zelf zegt in het Evangelie, dat is opgetekend door Mattheüs en Markus, dat het beter was geweest als Judas nooit geboren was!
Maar God heeft het kwade ten goede gekeerd en door de dood van zijn Geliefde Zoon de wereld met Zich verzoend. Dat had geen mens kunnen verzinnen…

Je bent verantwoordelijk voor wat je doet met je leven, met Jezus, met het Evangelie.
Nee, ik zeg niet dat dat gemakkelijk is; dat geloven in Jezus, en zeker in een gekruisigde Jezus, simpel is; dat dood en opstanding vanzelfsprekend is. Dat is het allemaal niet. Want ten diepste is en blijft het hele Evangelie om het netjes te zeggen een zeer wonderlijk verhaal. Voor de wereld is het Evangelie Dwaasheid, schrijft Paulus aan de Korinthiërs; het is niet logisch, niet natuurlijk.

Met blijdschap nemen de overpriesters en hoofdmannen Judas’ aanbod aan. En ze besluiten om Judas ervoor te betalen; daarover waren ze het snel eens. Hebzucht was Judas’ zwakke punt. Geld is een van satans beste wapens om gelovigen in het verderf te storten. ‘De wortel van alle kwaad is de geldzucht’ (1Tim. 6:10). Volgens de evangelist Mattheüs, die meer Joodse details weet, kreeg Judas ‘30 zilverlingen’. De priesters kozen voor Jezus symbolisch de prijs van een slaaf, zoals door Mozes vastgesteld in Exodus 21; dat komt overeen met ongeveer een maandloon.

Uiteindelijk is het Judas die Jezus aan zijn tegenstanders heeft overgeleverd.
Maar had niet elk van de discipelen een Judas kunnen zijn? Als Jezus bij zijn laatste maaltijd met zijn leerlingen zegt: een van jullie zal Mij verraden", dan denkt niemand: O, Hij bedoelt natuurlijk Judas! Nee, ze worden bedroefd en dan vragen ze allemaal: "Ik toch niet Heer?!"
Zou ieder van ons niet in staat zijn de Heer te verloochenen en te verraden?
Wie beschuldigend naar Judas wijst, wijst tegelijk ook naar zichzelf. Want op allerlei manieren wordt Jezus nog steeds verraden!
‘Ik wil wel geloven, maar dan moet de Heer wel doen wat ik wil. Anders geef ik er de brui aan.’
En: ‘de kerk moet wel zo zijn, als ik het wens. Anders haak ik af.’
Wil uiteindelijk niet iedereen de Heer zo voor z’n eigen karretje spannen? Maar daar leent Hij Zich niet voor! Kijk eens wat er terechtkomt van de wereld en van de Kerk!
Geldt ook voor òns niet, net als voor de mensen in de tijd van de Bijbel, dat we eigenlijk geen raad met Hem weten? Maar Godzijdank weet Hij wel raad met ieder van ons. Ook al zijn wij nog zulke moeilijke mensen; ook al wankelt ons geloof. Als wij maar erkennen, dat we Hem nodig hebben; dan kan Hij wat met ons beginnen!

vrijdag 25 januari 2013

Van Agt en de Veiligheidsmuur

Bron: habakuk.nu Auteur: Jaap Spaans

Op de dag dat Israël deze week naar de stembus ging, overhandigde oud-premier van Agt de handtekeningen van het Burgerinitiatief Sloop de Muur aan de Tweede Kamer. Het is ook de week dat de Holocaust en de bevrijding van Auschwitz worden herdacht. Het gekozen moment getuigde niet van inlevingsvermogen en historisch besef. De geschiedenis leert dat deze tragedie op ons continent kon plaats vinden, omdat het Joodse volk in de verstrooiing weerloos was tegen de waanzin van het Naziregime.

Anno 2013 is dat anders. Israël is een zelfbewuste staat, die zich niet alleen kan maar ook moet verdedigen. De uiterst gewelddadige situaties in landen als Syrië, Libië en Mali hebben dat geleerd. Een burgerinitiatief is een democratisch recht, maar wat mij stoort is de selectieve verontwaardiging van veel Israëlcritici. Kamerlid Joël Voordewind (CU) zorgde tijdens de overhandiging gelukkig voor de kritische 'kanttekening' door Van Agt een granaatscherf aan te bieden van een op Israël afgevuurde raket.

WERELD 'VOL' HEKKEN EN MUREN
Op de symbolische datum 12/12/12 zond minister Timmermans zijn brief over Vrede in het Midden-Oosten naar de Tweede Kamer. De dag erop zocht Van Agt de publiciteit en kondigde de overhandiging van het burgerinitiatief aan. Die heeft inmiddels plaats gehad. Na de aankondiging in december heb ik een verzoek gericht aan de fractievoorzitters om, in het geval dat er een Kamerdebat volgt, ook aandacht te besteden aan de ontelbare andere veiligheidshekken en muren op de wereld. Ik bracht dat aspect in, omdat er bij de kritiek op Israël vaak sprake is van eenzijdigheid. De bewijzen/illustraties daarvoor heb ik bij mijn brief gevoegd. Twee andere gebeurtenissen na de aankondiging van het burgerinitiatief, hebben mij in mijn visie gesterkt.

MALI EN MORSI
Frankrijk bombardeerde islamitische rebellen in Mali en kreeg daarvoor brede steun. De vraag komt op waarom het Westen zich mag verdedigen door militaire acties uit te voeren op duizenden mijlen afstand, terwijl Israël het recht wordt ontzegd zich tegen diezelfde dreiging te verdedigen middels een veiligheidsmuur. Deze maand werd een toespraak van de Egyptische president Morsi vanuit het Arabisch vertaald en openbaar gemaakt. Daaruit blijkt dat hij Israël beschouwt als een land van bloedzuigers en afstammelingen van apen en varkens. De wereld lag er niet wakker van en ook van 'Sloop de Muur' geen reactie. Betreurenswaardig, want de leider van de moslimbroederschap waartoe Morsi behoort, dringt niet alleen aan op de vernietiging van Israël maar van alle Joden op de wereld. Niet bepaald een goede basis voor vrede. Herhaalt de geschiedenis zich? Israël kan in deze gebroken wereld simpelweg niet bestaan zonder veilige landsgrenzen. Dat er daarbij dilemma's kunnen optreden en een spanningsveld kan ontstaan tussen het volkenrecht en Bijbelse opvattingen, ontken ik niet.

ZWAARDEN OMSMEDEN TOT PLOEGSCHAREN
Israël, een demografisch en geografisch nietig stukje land op de navel der aarde, beheerst het wereldnieuws. Ik kan het alleen maar verklaren vanuit een Bijbels en profetisch perspectief. Zowel de actualiteit als de geschiedenis wijst uit dat de mensheid niet in staat is op eigen kracht een wereld zonder geweld en oorlog te verwezenlijken. Toch komt er een tijd dat 'zwaarden zullen worden omgesmeed tot ploegscharen en speren tot snoeimessen' (Jesaja 2/Micha 4). Dat zal zijn na Zijn Wederkomst. In Jeruzalem, de stad van de komende Koning.

woensdag 7 november 2012

"Gaza is vrij."

Israël kan niet langer worden beschuldigd van bezetting van de Gazastrook, zegt een van de vijf hoogste leiders van Hamas.

De uitspraak kwam als een complete verrassing. Een paar weken geleden zei Mahmud Al Zahar, een van de oprichters van het Hamasregime: ‘De Gazastrook wordt niet meer bezet gehouden. Gaza is bevrijd van de Israëlische bezetting en bevindt zich niet meer in een belegerde toestand. Het contact tussen Gaza en de buitenwereld is veel gemakkelijker geworden. Er komen steeds meer toeristen naar Gaza, vooral vanwege de prachtige stranden.’
Mahmud Al Zahar zei dit tegen het Palestijnse persagentschap Ma'an.

Het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken heeft alle Israëlische ambassades over de uitspraken van Al Zahar ingelicht. Als Israël nu weer wordt beschuldigd van de zogenaamde bezetting van de Gazastrook, zullen die journalisten worden geconfronteerd met de uitspraken van Al Zahar. Ondanks deze uitspraken vaart er een nieuwe vloot richting Gaza met de bedoeling de ‘bezette’ Gazastrook te bevrijden, of in ieder geval aan levensmiddelen te helpen.
Ook Al Zahar vindt dat dit niet nodig is. Bovendien verklaarde de Hamasleider in het interview, dat de economische situatie in de Gazastrook is verbeterd. Hij benadrukte tegenover Maan dat dit hoofdzakelijk te danken was aan de rijke bodem die de Joodse pioniers na de ontruiming van de Gazastrook in de zomer van 2005 achterlieten. Al Zahar: ‘Economisch gezien zijn we bijna geheel onafhankelijk, de voorziening van olie en elektriciteit niet meegerekend.’ Hij benadrukte dat de economie van Gaza er veel beter voorstaat dan die van de autonome gebieden Judea en Samaria. ‘Wij betalen onze ambtenaren volledige salarissen, maar de Palestijnse Autoriteit in Ramallah betaalt slechts halve maandsalarissen.’
Slechts terloops sprak Mahmud Al Zahar positief over hun nauwe betrekkingen met Iran. Hij vervolgde: ‘Als de PA van Mahmud Abbas op de Westelijke Oever mislukt, dan zijn wij direct bereid de macht over te nemen.’

Bron: Israel Today

donderdag 18 oktober 2012

Verkeerd verbonden!

Met een nieuwe bundel, getiteld ‘Meervoudig verbonden. Nieuwe perspectieven op vragen rond kerk, Israël en Palestijnen’, wil de Protestantse Kerk de ‘soms vastgeroeste discussie’ over de relatie met Israël en de Palestijnen nieuw leven inblazen.
Ds. Arjan Plaisier, scriba van de P.K.N. stelt, geheel volgens de Kerkorde en de Bijbel, dat ‘vanwege Gods trouw en zijn “onberouwelijke” verkiezing er voor de kerk sprake is van een “onopgeefbare verbondenheid met Israël”.’ Tegelijk zegt hij echter, dat er in het Nieuwe Testament weinig tot geen grond is voor het geloof dat het koninkrijk van Israël weer opgericht gaat worden. ‘De hand wordt overspeeld wanneer met te grote stelligheid wordt betoogd dat deze “landbelofte” onverkort blijft gelden.’ Dan heeft hij kennelijk toch wel wat Bijbelteksten over het hoofd gezien!
Volgens het Oude Testament (Gen. 12:7, 13:15; 15:7, 17:8 en véle andere) behoort het Beloofde Land onlosmakelijk bij het uitverkoren volk. In het Nieuwe Testament hebben de apostelen en evangelisten dit niet nog eens nadrukkelijk herhaald; maar het ligt voor de hand dat dit een onuitgesproken vooronderstelling is. Wanneer Paulus voorrechten van het volk Israël opsomt, noemt hij na de verschillende verbonden, het geschenk van de Tora, de tempeldienst, ook - zonder nadere aanduiding - ‘de beloften’ (Rom. 9:4). Is het vreemd als we veronderstellen dat daaronder ook de landbelofte valt? De belofte van de Eeuwige betreft immers een 'eeuwig bezit' (Gen. 17: 8). Het niet herkennen door de meerderheid van het Joodse volk van Jezus als de beloofde Messias doet daar niets aan af, want Gods beloften waren immers onberouwelijk.
Bij nauwkeurige lezing van het Nieuwe Testament blijkt, dat de landbelofte niet uit het zicht is verdwenen, maar juist in het centrum van de verkondiging van Christus is blijven staan. Al bij de aankondiging van de geboorte van Jezus aan Maria deelt de hemelse boodschapper mee, dat Hij zal zitten op de troon van zijn vader David en voor eeuwig koning zal zijn over Jakob! De wijzen uit het Oosten vinden in Hem de koning der Joden en zijn latere leerlingen weten ook dat Hij dat is: Nathanaël zegt bij zijn roeping: "U bent de Koning van Israël!" Als Jezus sterft, hangt boven zijn hoofd de beschuldiging Jezus de Nazarener, de koning der Joden. Vlak voor zijn Hemelvaart vragen de discipelen of Hij nu spoedig het koninkrijk voor Israël herstellen zal. Dat wordt door Jezus dan niet ter zijde geschoven als een verkeerde vraag, zij krijgen slechts te horen, dat ze dat niet hoeven te weten omdat de Vader het moment waarop dit zal gebeuren voor Zich houdt.
Wie stelt, dat Gods eeuwige beloften uit het Oude Testament niet meer van kracht zijn, trekt de betrouwbaarheid van God in twijfel en verklaart bovendien blijkbaar dat het Nieuwe Testament het Oude Testament buiten werking stelt. Dat is een oude ketterij die de Kerk in haar begintijd terecht afgewezen heeft. Het Oude Testament en het Nieuwe Testament zijn allebei volledig Gods Woord en allebei onverkort van kracht.

Plaisier maakt ook nog de kanttekening, dat ‘we Israël geen dienst bewijzen door kritiekloos achter de politiek van de staat Israël te staan’. Mijn vraag is dan slechts wie dat dan wel doet?!
De Kerk is in elk geval geen politiek orgaan en de verbondenheid van de kerk met Israël staat volkomen los van de politieke situatie van een bepaald moment. Wanneer tijdens een Synodevergadering wordt vastgesteld, dat we niet alleen ‘onopgeefbaar verbonden’ zijn met Israël, maar dat we evenzeer onopgeefbaar verbonden zijn met de Palestijnen, doet dit de geestelijke betekenis van Israël als volk van God vreselijk tekort.
De kerk heeft niet de taak zich te bemoeien met het politieke beleid van een bepaalde staat; daarmee gaat ze volledig buiten haar boekje. Haar voornaamste opdracht is de beloften van God te proclameren.
Het is een zeer trieste zaak, dat binnen de zeer pluriforme Protestantse Kerk tegenovergestelde meningen als waarheden naast elkaar kunnen blijven bestaan. Ons wordt geadviseerd aan de Bijbel geen argumenten te ontlenen, maar de Bijbel slechts te gebruiken voor meditatie.
De landelijke kerk heeft kennelijk als hoogste doel om iedereen binnen boord te houden, ook als dit ten koste gaat van de waarheid.

dinsdag 16 oktober 2012

Nieuwe bundel over kerk en Israël

Eind oktober verschijnt er een nieuwe publicatie rond het veelbesproken onderwerp kerk, Israël en Palestijnen. Doel van de bundel Meervoudig Verbonden is het moeizame gesprek in de kerk over de relatie met Israël en de Palestijnen een nieuwe impuls te geven.
Vanuit bijbelse kernthema's biedt een zestal auteurs perspectief op verschillende aspecten rond de relatie van kerk, Israël, Palestijnse christenen, islam en politiek. "Er is vanuit de Nederlandse context heel veel gezegd over hoe de kerk zich tot Israël en Palestijnen verhoudt en kan verhouden. Zijn we daar nu niet klaar mee? Nee. Nog lang niet. Deze bundel geeft een blik in het internationale discours, waarop auteurs uit de Nederlandse context reageren en nieuwe mogelijkheden voor verder gesprek ontwikkelen."
"Ook zoeken zij een richting die verder brengt en verbindend is. Die richting heeft alles te maken met de corebusiness van de kerk: het lezen van de bijbel en het perspectief vanuit Christus. Tegelijk gaat het ook over het ontvlechten van vaak al te verweven onderdelen rond kerk, Israël, Palestijnen, islam en politiek. In een debat waarin we vanuit tegengestelde perspectieven aangesproken worden, willen de auteurs vanuit een diepere basis een verbondenheid bepleiten die tegenstellingen kan overstijgen."
De bundel Meervoudig Verbonden wordt 1 november om 13.00 uur in de Thomaskerk in Amsterdam gepresenteerd.

Bron: PKN


Commentaar:
Binnen de zeer pluriforme Protestantse Kerk bestaan tegenovergestelde meningen. Aangezien de landelijke kerk als hoogste doel heeft iedereen binnen boord te houden, ook als dit ten koste van de waarheid gaat, heeft de secretaris van de P.K.N. het lumineuze idee opgevat om een aantal tegengestelde opvattingen in een boek en in een symposium bij elkaar te brengen in de hoop de tegenstellingen te overstijgen. Echter: lijnrecht tegenover elkaar staande meningen zijn niet bij elkaar te brengen. Waarheid en leugen gaan niet samen.
Overigens vraag ik mij al lange tijd af waarom de kerk zich überhaupt op een of andere manier zou moeten verhouden tot de Palestijnen. Ik ben er nog steeds zo benieuwd naar hoe de kerk zich verhoudt tot Tibetanen, Maori's en Navajo's. en Belgen.

zaterdag 13 oktober 2012

"Internationaal recht" of Gods gerechtigheid?

Collega Henri Veldhuis schreef een brochure getiteld 'De muur is afgebroken', bedoeld als een „theologische herbezinning” op het Israëlisch-Palestijnse conflict. De titel van de brochure komt van Efeziërs 2:14, waar Paulus schrijft dat de muur die scheiding maakte tussen het Joodse volk en de niet-Joden, is afgebroken door Jezus Christus. Hierdoor hebben volgens de apostel nu ook zij die eerst niet tot Gods volk behoorden het burgerschap van Israël verkregen.
Volgens Veldhuis zijn, kennelijk op grond van deze woorden van Paulus, „universele liefde en gerechtigheid de basis voor alle ethiek en politiek.” Hij stelt, dat Christelijke kerken en partijen de plicht hebben om in het Israëlisch-
Palestijnse conflict internationaal recht toe te passen. "Vanwege de „wanhopige situatie” van de Palestijnen moeten kerken een boycot van Israëlische goederen openlijk kunnen bespreken."
Op 27 oktober presenteren Vrienden van Sabeel Nederland (http://www.vriendenvansabeelnederland.nl) en Kairos Palestina Nederland de brochure op een mini-symposium.

Het is een vreemde zaak als een theoloog meent dat de kerk het "internationaal recht" moet laten prevaleren boven Gods gerechtigheid. 'Heel het nageslacht van Israël
zal bij de HEER recht vinden en zich gelukkig prijzen'
(Jesaja 45:25).

'Internationaal recht' is een term die vaak in de mond genomen wordt in verband met het beleid van Israël. Daarover heeft dr. M. de Blois, universitair docent rechtstheorie aan de Universiteit Utrecht, interessante dingen te zeggen in zijn boek ”Israël: een staat ter discussie?” (uitg. Groen/Jongbloed, Heerenveen, 2010; ISBN 978 05 8299 703)
Volgens De Blois deint het Internationaal Gerechtshof mee op de golven van de anti-Israël stemming in de VN, waar de meerderheid altijd gelijk heeft.

Het is Godgeklaagd, dat predikanten er een ketterse anti-Israëlvisie op na houden! Het is van het grootste belang om dit aan de kaak te stellen!
Met luider stem wordt binnen de P.K.N. ook een tegengestelde visie verkondigd, o.a. door het Platform Appèl Kerk en Israël (http://www.appelkerkenisrael.nl), dat de P.K.N. oproept om Sabeel niet langer te steunen.

Het is wel triest dat binnen de P.K.N. dergelijke tegenovergestelde visies náást elkaar kunnen bestaan.

maandag 8 oktober 2012

Pluriformiteit: Biedt de Kerk ruimte aan ketterij?

ds. Piet van Midden schreef een lezenswaardige recensie op www.appelkerkenisrael.nl
n.a.v. het boek "Roep om verzoening" door dr. Naim Ateek; Uitg. Boekencentrum 2012, ISBN 978 90 239 2065 6.


Waar vakantie allemaal niet goed voor is. De stapel boeken die ik had gereserveerd, heb ik zowaar allemaal kunnen lezen. Daaronder het boek van Naim Ateek, Roep om verzoening. Een Palestijnse christen over vrede en recht. De ondertitel had m.i. beter kunnen luiden ‘…over onvrede en onrecht’ maar dat terzijde. Laat ik beginnen met een voor sommigen misschien onverwachte bekentenis: ik heb het boek met sympathie voor de persoon Ateek gelezen. Het verbaasde mezelf, moet ik bekennen. Ik kom vaak in Israël, al heel lang. Ik heb er bij elkaar een paar jaar van mijn leven liggen en het voelt elke keer als thuiskomen. Niettemin moet ik ook zeggen dat er sociaal en economisch merkbaar steeds méér mis is en dat de relaties tussen de bevolkingsgroepen zich verharden. Dat de Palestijnse bevolking zich tweederangs voelt, kan ik me voorstellen. Zo voelt Naim Ateek dat aan den lijve. Hij is Palestijn én christen en dat is in Israël en de Palestijnse gebieden een steeds lastiger wordende combinatie. Het aantal Palestijnse christenen loopt sterk terug. Ze proberen weg te komen naar landen met meer toekomst dan Palestina. En met hen verdwijnt een belangrijk deel van de kerkgeschiedenis uit het zicht.

De Bijbel als snoepwinkel
Nu het boek zelf. Het opent met een terugblik op de geschiedenis en het ontstaan van Sabeel. Bij hoofdstuk 2 begint m’n verbazing, die me het hele boek niet heeft losgelaten. Uitgangspunt voor Ateek is de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter en de weduwe uit Lucas 18. Het blijkt een kleine stap: de rechter vertegenwoordigt de onder-drukker en de weduwe de onderdrukte. Nog duidelijker: de rechter is de staat Israël en de weduwe is het Palestijnse volk. Dat is een hermeneutiek van grote stappen, snel thuis en doel bereikt. Dat in het verhaal van Jezus de rechter niet het onrecht veroorzaakt heeft maar er zijn oordeel over de tegenpartij moet uitspreken, vindt Ateek kennelijk niet belangrijk. Het verstoort het plaatje dat ‘Jezus hier de bevrijdingstheoloog bij uitstek schetst’ (p.35). Ik haal het voorbeeld aan omdat ik moedeloos word van dit soort Bijbelgebruik. Door wie dan ook: de Schrift als snoepwinkel met voor elk wat wils. Wat je niet bevalt laat je links liggen of doe je weg. Ik kan het van Ateek nog wel hebben: zijn groepering heeft het bepaald niet makkelijk en dan zoek je in de Bijbel niet tevergeefs naar troost. Maar om je persoonlijke herkenning aan anderen voor te houden als model van Bijbellezen gaat me te ver, helemaal als dat Bijbellezen Israel bashing mede ten doel heeft.

Gekleurd beeld
Het beeld dat Ateek schetst is van klein duimpje (de Palestijnen) tegenover de reus met de zevenmijlslaarzen, Israël. Militair is dat natuurlijk zo maar de reus is kwetsbaar voor aanslagen. Daarmee ontwricht(t)en Palestijnen een hele samenleving, de joodse gemeenschappen en bedreig(d)en ze individuen over de hele wereld. De Olympische Spelen van 1972 zijn de enige die ik me tot nu toe herinner (die van Londen ben ik straks weer kwijt). En de Achille Lauro, 1985, waarvan de gehandicapte Leon Klinghoffer met rolstoel en al in zee werd gedumpt, staat nog op m’n netvlies. Beide vóór de 1e Intifada. Het is een vorm van geweld die een niet aflatende golf van terreur in beweging heeft gezet, tot die van Boko Haram in Nigeria aan toe.
Ateek spreekt zich uit voor geweldloosheid. Daarin is hij sympathiek. Maar voor hem is duidelijk: de joden en daarna: Israël, die hebben het gedaan. De zionisten voorop. Onder de Ottomanen leefden joden, christenen en islamieten vredig samen, is het idyllische plaatje dat Ateek schetst. Met het zionisme ging het mis. Geen woord over Arafats oom Mohammed Amin al-Hoesseini, Grootmoefti van Jeruzalem, die in 1920(!) begon met het organiseren van rellen tegen biddende joden. Hoesseini zou een vriend van Hitler worden. En neef Arafat noemde, in uniform en met (gedwongen lege) holster, in de vergadering van de Verenigde Naties, zionisme een vorm van racisme. Communistische landen stemden daar later mee in. Alsof zionisme in wezen niet alles te maken heeft met de Hebreeuwse Bijbel, het Oude Testament, met het ‘aan Babylons stromen, daar zaten wij…’ van Psalm 137. En alsof je als joods gelovige los verkrijgbaar bent: ‘Je mag er zijn maar niet met je geschiedenis. Die moet je thuislaten.’

Volkerenrecht contra Bijbelberoep
Het probleem is natuurlijk dat de Palestijnen rechten hebben, op basis van het volkerenrecht. En dat er een zich steeds breder vestigende staat Israël is, waarin het zionisme inmiddels niet minder seculier en veel meer religieus gekleurd is. Dat maakt het gesprek ingewikkeld. Maar dat laat onverlet dat je, tenzij je Jeruzalem maar meteen tot een geestelijke stad wilt verheffen, met ‘de landbelofte’ in je maag zit. Als je met de bijbel wat actueels wilt – en dat wil Ateek, hij opent immers met Lucas 18 – dat is dit ook een punt. Net zoals de positie van het joodse volk. Het volkenrecht zal het worst wezen, maar als je de Oude en Nieuwe Testament serieus neemt, kun je niet anders zeggen dan dat God Abraham en Sara heeft uitverkoren en al diegenen die uit hen geboren zijn. Ik ben geen partner in dat verbond en heb ook geen recht om aan de voorwaarden te sleutelen. Ateek ziet dat allemaal anders: het Oude Testament is vervuld. Israël is bijzondere verbondspartner àf. Het Nieuwe Testament is feitelijk het vigerende woord van God.

Marcion
We zijn hiermee weer terug bij af. In het begin van de kerkgeschiedenis trad ene Marcion op. Hij verkondigde dat de God van het Oude Testament geen plaats verdiende. Dat was een god van wraak en die kon niet dezelfde zijn als de Vader van Jezus Christus. Daarmee had het Oude Testament afgedaan. Eén Bijbel, twee goden. Een gat tussen synagoge en kerk. Met alle gevolgen van dien. Probleem was en is wel dat het Nieuwe Testament niet los staat van het Oude, maar vol staat met citaten. Niet zo vreemd natuurlijk: de Hebreeuwse Bijbel is de Bijbel van Jezus. Marcion kon niet veel anders doen dan zijn eigen canon scheppen. Zonder God de Schepper…
De kerk heeft Marcion in 144 terecht geëxcommuniceerd. Dat is toch wat anders dan de reactie in het Woord Vooraf in ‘Roep om verzoening’ van Arjan Plaisier: ‘Veel Nederlandse lezers die zijn opgegroeid met een theologie waarin Israël een levende gestalte naast de kerk is, zullen daar grote problemen mee hebben.’
Dat klinkt als ‘Het is wel even wennen.’