Een Bijbelse kijk op Israël

donderdag 23 juni 2011

Kerk in Actie diskwalificeert zich als bruggenbouwer in Israël

De Protestantse Kerk Nederland probeerde vorige maand via publicaties en een verzoenend gesprek met de Joodse gemeenschap in Nes Amim, de verstoorde relatie met Israel te herstellen. Nieuwe onthullingen in dit artikel tonen echter aan dat Kerk in Actie de bruggen opblaast die de PKN probeert te bouwen. Lees verder op Missing Peace
http://missingpeace.eu/nl/2011/06/kerk-in-actie-diskwalificeert-zich-als-bruggenbouwer-in-israel/

woensdag 1 juni 2011

Jeruzalem verheugt zich

Groot is de HEER, Hem komt alle lof toe.
In de stad van onze God, op zijn heilige berg
schone hoogte, vreugde van heel de aarde,
Sionsberg, flank op het noorden,
zetel van de grote koning –
in haar vesting weet men:
God is onze burcht.

In de stad van de HEER van de hemelse machten,
in de stad van onze God,
hebben wij gezien wat wij hadden gehoord:
God houdt haar voor eeuwig in stand.

Ga rond Sion, trek eromheen,
tel zijn torens.
Bezie met aandacht zijn muren,
bewonder zijn vesting
en vertel aan uw nageslacht:
‘Zo is God,
onze God, nu en altijd,
Hij is het die ons leidt, voor eeuwig.’
(uit Psalm 48)


In 1967 vond een bijzondere gebeurtenis plaats: tijdens de ‘Zesdaagse Oorlog’ werd de stad Jeruzalem herenigd en kwam voor het eerst in 2000 jaar onder Joodse soevereiniteit. Dit gebeurde op de 28e dag van de Joodse maand Iyar. Vandaag is het 'Jeruzalemdag'.
Na de stichting van de staat Israël en de Onafhankelijkheidsoorlog die daarop volgde, was van 1948-1967 het Oosten van Jeruzalem bezet door Jordanië. De Oude Stad werd door het Arabische Legioen van Joden gezuiverd en alle synagoges werden er verwoest.

Er is geen enkele stad op aarde met zo’n bewogen geschiedenis als Jeruzalem.
Ongeveer 4000 jaar geleden wordt Jeruzalem al genoemd in oude Egyptische teksten. Abraham bracht in die tijd hulde aan ‘Melchizedek, koning van Salem en priester van de Allerhoogste’. Duizend jaar later veroverde koning David Jeruzalem en maakte het tot hoofdstad van zijn koninkrijk. In 952 v.Chr. werd de schitterende Tempel van Salomo op de berg Sion ingewijd. In 586 v.Chr. werd de Tempel verwoest door de Babylonische vorst Nebukadnezar, een feit dat nog elk jaar door de Joden wordt herdacht op de 9e dag van de maand Av. Ongeveer 70 jaar na die verwoesting wordt op dezelfde plaats weer een tempel gebouwd. In die tempel trad Jezus op en bracht daar het Evangelie. Deze Tweede Tempel werd in 70 n.Chr. door het Romeinse leger verwoest, opnieuw op 9 Av(!).
In de daarop volgende periode werd Jeruzalem vaak door heidenen onder de voet gelopen: door Perzen, Arabieren, de Kruisvaarders de Turken... Maar nooit is de stad hoofdstad van een of ander land geweest; het was altijd een klein, achteraf provinciestadje. In 1917 veroverde Engeland Jeruzalem op de Turken. In 1948 werd de Oude Stad door Jordanië veroverd en werd West-Jeruzalem hoofdstad van Israël. En in 1967 veroverde Israël Oost Jeruzalem op Jordanië; later heeft de Knesset (het Israëlische parlement) Jeruzalem tot ‘eeuwige en ongedeelde hoofdstad van Israël’ uitgeroepen.
Er waren orthodoxe Joden die in 1967 meteen wel wilden beginnen met de herbouw van de Tempel. Maar op het Tempelplein staan de Rotskoepel en de al-Aqsa moskee. Als een gebaar van goede wil heeft de Israëlische regering het beheer over het Tempelplein toen overgedragen aan de Waqf, de islamitische godsdienstpolitie. Het gevolg is, dat momenteel Joden en ook Christenen niet eens mogen bidden op het Tempelplein. Dat was trouwens voor Joden ook niet mogelijk in de periode dat Jordanië de heilige berg in bezit had. Toen de Oude Stad in 1967 onder Israël kwam, kregen alle religies vrije toegang tot hun heilige plaatsen. Dat ging goed totdat de Palestijnen in 1987 de eerste intifada (opstand) begonnen. De geestelijke leiders van de Palestijnen beweren nu, dat er nooit een Joodse tempel op de berg Sion heeft gestaan en zelfs dat de Joden in 1967 voor het eerst in de Oude Stad kwamen!
Dat Jeruzalem belangrijk is voor Joden en Christenen is duidelijk. Eeuwenlang was het de hoofdstad van Israël. De ‘heilige berg’ in Jeruzalem is het centrum van het Joodse geloof. In de Hebreeuwse Bijbel wordt Jeruzalem 750 maal genoemd. Voorts wordt de stad nog eens 180 maal vermeld onder de naam Zion. En er zijn nog veel andere namen voor Jeruzalem, zoals ‘stad van David’, de ‘heilige stad’, de ‘heilige berg’. In totaal wordt Jeruzalem wel 2000 maal genoemd in de Hebreeuwse Bijbel. En in het Nieuwe Testament komen we Jeruzalem wel 150 maal tegen. Maar het heilige boek van de Islam, de Koran, noemt Jeruzalem niet éénmaal. Er is iets geheimzinnigs, iets onbegrijpelijks met die felle, fanatieke concentratie van de Islam en vooral van de Arabieren op Jeruzalem. Ze hebben Mekka en Medina als heilige plaatsen. Een van de vijf heilige plichten voor een Moslim is een bedevaart naar Mekka; niet naar Jeruzalem. Hun grote aandacht voor Jeruzalem dateert pas van 1967!

In zijn reddingsplan voor de wereld gebruikt God mensen. Hij gebruikte Adam en Eva, maar dat ging mis. Abraham was één van de mensen die een grote rol speelden in Gods reddingsplan. Toen koos Hij een heel volk, namelijk Israël. Aan dat volk gaf Hij regels voor dat plan, de Thora. Voor dat volk koos God ook een land. En in dat land koos Hij een stad als zijn Woonplaats, Jeruzalem.
Later zond God Jezus om ons mensen te redden. Hij trad op als een Joodse rabbi in het Joodse land. Hij bracht verlossing door Zijn dood en opstanding bij Jeruzalem. Nu is het plan bijna compleet. In onze tijd wordt hard gewerkt aan de einduitvoering van Gods plan. Jeruzalem speelt daarin een grote rol. Dat is de stad waar God ‘zijn Naam wil vestigen om daar te wonen’ (Deut. 12:5). Vanuit die stad, 'vanuit Sion zal de wet uitgaan en het Woord van de Eeuwige vanuit Jeruzalem’ (Jes. 2:3). De residentie van de komende Messias zal Jeruzalem zijn. Vandaar dat de machten van de wereld loeren op Jeruzalem. Vandaar ook, dat er op de Rotskoepel staat geschreven: ‘Allah is groter’, waarmee de Islam bedoelt te zeggen dat hun god groter is dan de God van Israël; ook staat er op die Rotskoepel: ‘God heeft geen zoon’, waarmee ontkend wordt dat Jezus de Zoon van God is.
Niet de naam van de god van de Islam zal in Jeruzalem gevestigd worden maar de Naam van de God van Israël en van zijn Messias. Vandaar die strijd om Jeruzalem.
De Bijbel vertelt ons over een oorlog die de volken rond Israël om Jeruzalem zullen voeren: ‘Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal van bedwelming voor alle volken in het rond’ (Zacharia 12:2). Inderdaad zien we hoe de massa’s in de Arabische landen bedwelmd worden door Jeruzalem. Tijdens demonstraties schreeuwen ze ‘Jihad’ en zijn ze bereid hun leven te geven in die (on)heilige oorlog. Daarna zullen ‘alle volken van de aarde zich daarheen (naar Jeruzalem) vergaderen’ (Zacharia 12:3). Dat kan betekenen dat de V.N., de V.S. en de E.U. zich ermee gaan bemoeien.
Israël staat onder grote internationale druk om de stad te delen. Maar uiteindelijk zal de Almachtige, de God van Israël, het laatste woord hebben, lees het laatste hoofdstuk van Joël er maar op na!
En als de Messias (terug)komt, zal die Gods Rijk van vrede en gerechtigheid op aarde vestigen. We hopen dat Hij spoedig komt!

donderdag 19 mei 2011

The Speech Obama Should Make

Here is what Obama should say in his speech today about the Middle East:

During these past few months, we have seen a real change in the Arab world. We have all watched the dramatic protests, first in Tunisia and then in Tahrir Square, protests that have effected a real change in the Arab world and that have brought hope to tens of millions of people who had lived under decades of crushing, autocratic rule.
We join in the celebrations of freedom for the Arab people. We wholeheartedly support freedom and democracy all around the world, and we are cautiously encouraged by what has happened. The United States stands by everyone who wants freedom and liberty. President Roosevelt listed the Four Freedoms and they are just as necessary today as they did in the dark early days of World War II. As he stated them, they are:
Freedom of speech and expression — everywhere in the world.
Freedom of every person to worship God in his own way — everywhere in the world.
Freedom from want — securing to every nation a healthy peacetime life for its inhabitants —everywhere in the world.
And freedom from fear — everywhere in the world.

These are not just slogans, and these goals are not unrealistic. These are the primary foreign policy goals of the United States.
The Arab Spring shows that all people want, and deserve, real freedom.
My commitment is to do everything possible to bring that freedom not only to the Arab world but to every country on the planet.
Unfortunately, freedom is not free. One cannot just wave a magic wand and expect nations to embrace real freedoms on their own. Elections alone do not make a democracy. It takes time to build up the institutions of democracy, to give people a real choice in who they want to govern them. People must be exposed to the entire marketplace of ideas before making their own decisions. The process can be bumpy, and rushing it can be as counterproductive as not doing it at all.
Three times in the last century has the world been threatened by vicious, evil, totalitarian movements. The first two were communism and Nazism. Even though both of them used the terminology of freedom and civil rights, both of these movements were responsible for the deaths of tens of millions of people.
They were fundamentally against freedom and they brought with them a swath of destruction and genocide.
There is a third, equally dangerous movement, and it is especially worrisome in the Arab world. That movement is Islamism.
Make no mistake – I am not talking about Islam. In a democratic, free world, everyone has the choice of which religion they want to follow, or not to follow one at all. That freedom is sacrosanct. Islam is a major world religion and it deserves as much respect as any other personal religion.
But Islamism is a political movement whose goals are no less destructive than Nazism and Communism were in the 20th century. Political Islamism seeks nothing less than domination of people, subjugation of women, cessation of freedom of speech, and little choice in how people worship.
Islamism’s principles are antithetical to each of the Four Freedoms of President Roosevelt. It is an inherently evil movement that creates an environment of fear among those who are unfortunate enough to live under its strictures.
Islam, as a personal religion, needs to be protected. Islamism, the political movement, needs to be destroyed.
Only when this occurs can there be truly an Arab Spring. Only when the hundreds of millions of Arabs feel free to express themselves without fear, to change religions without fear, to elect women as their leaders without fear–only then can we say that spring has come to the Arab world.
Any government that is based on Islamic law is, by definition, a government that rejects the basic tenets of human rights, of true equality before the law.
This must change. The sooner that Islamism is defeated, the sooner than Arabs can enjoy real freedom and security.
This is the main reason why the recent unity agreement in the Palestinian Arab territories is so problematic. Hamas is an Islamist, terrorist group. It is not interested a free, democratic Palestinian state–instead, it is dedicated to creating a pan-Islamist nation stretching across three continents. Gaza is a regime of fear, and people there have suffered greatly as a direct result of Hamas’ aggressive, violent, anti-freedom agenda. While unity may be a laudable goal, it can only work as long as all of the parties agree to the basic principles of freedom and democracy. Hamas is not an organization that is even capable of such thoughts.
While American policy has been to create a Palestinian state, statehood itself is not a right. It must be earned. The Palestinian Arab people must elect, and be led by, leaders who truly understand the necessity of these four freedoms, and the importance of real peace.
Unfortunately, this has not yet happened. The Palestinian Arab Fatah leadership has consistently chosen incitement over true peace and cooperation with Israel, the Jewish state. They have adamantly refused to continue peace negotiations. And now they have chosen to partner with a terror group instead of move toward a real, permanent solution to Arab-Israeli peace.
Let me be clear. Israel exhibits all of the freedoms we are discussing, even while under a constant state of war. It is a strong, reliable ally of the United States. America will never abandon Israel nor will we endanger it.
Israel’s freedoms should be the model that the Arab world follows as it moves toward a true spring. And when the Arab world is ready to make a real, true peace with the Jewish state, the payoff will be tremendous for everyone, as all of the artificial fear and hate that has been stoked over the decades will melt away.
I am not talking about a detente, or a paper truce with Israel. I am talking about real peace, where Jewish doctors can come to Arab countries to treat Muslim children, where poets from Syria can recite their works in a Tel Aviv concert hall, where Arab and Israeli researchers can work together to solve shared problems such as water, energy and the environment.
This is my vision for peace and my vision for the Middle East. We have spent too much time missing the forest for the trees. Real peace will not come from endless meetings haggling over borders, nor from using human rights terminology to push a hateful agenda. A true peace will only exist where Arab and Jew alike can feel free to travel, speak and laugh in the entire region, without fear from their cousins. I want to see a train line running from Jerusalem to Amman, a highway from Haifa to Beirut, commercial airliners flying from Riyadh to Tel Aviv.
This is what an Arab Spring must result in. It is not merely a dream, but it is a vision that everyone needs to work toward. As the president of the United States, I intend to lead the way toward this vision. I urge you you help me in this task.
Thank you, and God bless you.

Bron: http://elderofziyon.blogspot.com/

Arbeiders voor de Oogst

Uit de wekelijkse Gebedsbrief van Joseph Shulam, messiaans leider in Jeruzalem:
Yeshua zei tegen zijn leerlingen: De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig; bid daarom de Heer van de oogst om arbeiders in zijn oogst te zenden (Lukas 10:2)
In het eerste tractaat van de Mishnah staat: "Rabbi Tarfon (Trypho) zei: De dag is kort, de taak is groot, de arbeiders zijn lui, het loon is overvloedig en de Meester heeft haast."
De overeenkomst is treffend. Trypho debatteerde met de apologeet Justinus de Martelaar die leefde in de 2e Eeuw. Hij is een van de voormannen van de scheiding tussen het Joodse volk en de Kerk. De uitspraak van Yeshua is dus veel ouder.

Wat wilde Yeshua hiermee zeggen?
De leerlingen worden getest. Yeshua legt ze en nood voor en daagt ze uit om te antwoorden.
1. De Oogst is erg groot.
2. Er zijn maar weinig arbeiders.
3. Bid de Heer van de Oogst dat Hij meer arbeiders stuurt.
1. en 2. beschrijven de feitelijke situatie. Bij stap 3 maakt Yeshua de arbeiders partners in het oplossen van het probleem: zij moeten tussenbeide komen en de Heer van de Oogst smeken om het probleem op te lossen.
Dit is een grote les voor ons om voorbede te doen. Niet voor onszelf, maar voor de Oogst en vanwege de Laatste Dagen en ter wille van de Zaak van de Meester. Door dit soort gebed worden we partners in het oplossen van het probleem; geen toeschouwers, maar deelnemers. WIJ kunnen iets DOEN om het problem op te lossen: Zien wat het probleem is en dan bidden tot de Heer om wat je nodig hebt om er het beste van te maken.

De situatie in Israël is zeer ernstig. We hadden vrede aan de grens met Syrië, maar deze week besloot president Assad om de aandacht van de wereld af te leiden van het bloedbad dat hij buitvoert tegen zijn eigen volk; in de steden Daraa, and Homs, and Banias, en Damascus heeft hij meer dan 850 mensen gedood. Hij stuurde duizenden Syriërs naar de zuidgrens van Syrië met de opdracht om het veiligheidshek neer te halen en Israël binnen te trekken. Er waren op dat moment maar tien Israëlische soldaten in dat gebied en die waren zo wijs om niet op de Syrische indringers te schieten, maar ze in het Druzische dorp Mag'dal Shams te laten komen, tot er versterking kwam om ze terug te drijven. Een paar Syriërs slaagden erin stiekem Israël in te gaan en kwamen liftend tot Tel Aviv. Het plan van Assad om de Golan te overlopen mislukte, maar het was voor Israël een ernstig incident. Door de aanmoedigingen op Facebook om de Arabische opstand te exporteren, zullen zulke dingen waarschijnlijk vaker gebeuren.

Bid voor de Israëlische leiders om wijsheid om manieren te vinden om aan deze rellen een einde te maken zonder bloedvergieten.
Bid voor Netanyahu om wijsheid als hij het parlement in Washington D.C. toespreekt.
Bid voor heel het Midden-Oosten en de situatie in Libië, Egypte, Jordanië, Syrië, Irak, Jemen, en Bahrein. Bedenk dat we partners zijn van de Almachtige God van Israël, ter wille van de Oogst.

woensdag 11 mei 2011

Israël demoniseren, mede namens de kerk

Leestips:

http://missingpeace.eu/en/2011/05/bashing-israel-on-behalf-of-the-protestant-church

http://missingpeace.eu/nl/2011/05/nieuwe-onthullingen-over-free-gaza-en-hamas

dinsdag 19 april 2011

Brief namens de P.K.N. aan Tweede Kamerfracties

Aan de fractievoorzitters van PvdA, D66, SP, GroenLinks, VVD, CDA, PVV, CU, SGP, PvdD

12 April 2011

Geachte dames, geachte heren,
Met deze email (officiële brief volgt) willen wij als moderamen van de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland u laten weten onaangenaam getroffen te zijn over het initiatief wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren betreffende het verbod op ritueel slachten zonder voorafgaande bedwelming.
Met name de Joodse gemeenschap - maar ook de moslimgemeenschap - zou wanneer dit wetsvoorstel wordt aanvaard, hard worden getroffen. De Joodse gemeenschap woont al eeuwenlang onder ons en kent al deze eeuwen al het gebruik van ritueel slachten. Vele malen hebben Joodse medeburgers aangegeven dat het voor het praktiseren van hun godsdienstig leven van groot belang is. Het verbaast ons zeer dat tegen dit gebruik nu ineens zulke zwaarwegende morele bezwaren bestaan, dat een verbod dreigt.
In de eerste plaats worden onze Joodse landgenoten op deze wijze in het hart van hun godsdienstig bestaan getroffen. De Joodse bronnen spreken nadrukkelijk over de verantwoordelijkheid van de mens ten opzichte van de dieren. De spreuk ‘Een rechtvaardige mens kent het leven van zijn dieren’ (Spreuken 12: 19) spreekt wat dit betreft duidelijke taal. De rechten van dieren worden in de Joodse ethiek benadrukt. Rituele slacht maakt daarop geen inbreuk.
In de tweede plaats lijkt de conclusie dat niet bedwelmd slachten onnoemelijk dierenleed teweeg brengt, niet op gedegen en onweerlegbaar onderzoek gebaseerd te zijn. Van Joodse zijde zijn regelmatig grote vraagtekens bij deze conclusie gezet. Wij verwijzen o.a. naar de informatie van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap te vinden op http://bit.ly/dMqqgg.
In de derde plaats bevreemdt het ons dat gefocust wordt op de laatste momenten van het leven van het dier, terwijl onze maatschappij zich in veel opzichten weinig aan het vermijden van dierenleed, dan wel het afbreuk doen aan dierenvreugde, gelegen laat liggen. Vlees wordt nog steeds voor dumpprijzen verkocht, en vanwege de fokmethoden waartoe boeren gedwongen zijn vanwege het consumentengedrag, zijn het de dieren die de echte prijs betalen. In onze morele oordelen zullen we ervoor moeten waken ‘de mug uit te ziften en de kameel door te zwelgen’.
Wij willen u daarom dringend oproepen het initiatief wetsvoorstel niet te aanvaarden.

Met vriendelijke groet,
A.J. Plaisier
Scriba van de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland

Koosjere slacht verbieden?

Een meerderheid van de partijen in de Tweede Kamer (met uitzondering van het CDA, CU en SGP) bleek afgelopen woensdag voor een verbod te zijn op onverdoofd slachten, of te wel het Halal en het joodse koosjere slachten. Zijn de politici die voor zo’n verbod pleiten echt bewogen met het leed van dieren of spelen andere motieven een rol? Momenteel ben ik bezig met een studie over koosjere slacht. De encyclopedieën die ik heb geraadpleegd, noemen het unaniem de meest humane vorm van slachten. Is er dan nu sprake van een ‘voortschrijdend inzicht’, zoals eerder bij andere onderwerpen (zoals homoseksualiteit)?
In Nederland wordt al meer dan 400 jaar koosjer geslacht . De laatste keer dat dat werd verboden was in 1940. De Nazi’s waren, zoals bekend, erg begaan met het lot van dieren. In de landen in Europa waar koosjere slacht nu is verboden, gaat deze wet terug op de Nazitijd en is hij nooit herroepen. In Zwitserland heeft antisemitisme een duidelijke rol gespeeld bij het aannemen van deze wet tegen de koosjere slacht (getuige uitspraken van parlementariërs als: ‘Joden eten al genoeg vlees’). Koosjere slacht is een essentieel onderdeel van de joodse godsdienst en een verbod is daarmee een aantasting van de godsdienstvrijheid.
Waarom zijn deze politici dan toch voor een verbod? Ik denk om de volgende redenen: als men het Halal-slachten wil afschaffen, moet je ook het koosjere slachten afschaffen, omdat anders een precedent wordt geschapen. Om dezelfde reden staat het Joods Bijzonder Onderwijs onder druk, zoals het Cheider in Amsterdam. Deze school, met een slagingspercentage van honderd procent, willen sommige politici afschaffen, zodat niet de moslims later zelf soortgelijke scholen kunnen stichten. Oftewel de orthodoxe joden worden rechten afgenomen uit angst voor de moslims. Dat wordt terecht als onrechtvaardig ervaren.
Een andere reden vind ik echter huiveringwekkender. Mijn conclusie, dat niet alleen vanuit bewogenheid met het dier zoveel politici dit wetsvoorstel ondersteunen, werd bevestigd door De Volkskrant van vrijdag. Daarin riep een intellectueel op om ook de besnijdenis te verbieden als tweede stap op weg naar de volledige ontmanteling van artikel zes van de Grondwet. Lees en huiver! Dit artikel jaagt me angst aan en ik zie duidelijke parallellen met de Nazitijd. Ook toen waren het vooral de wetenschappers en academici die van harte achter de nazi-ideologie stonden en die van een ‘wetenschappelijke’ basis voorzagen. Er is sprake van een totale verblinding waardoor er een omkeer plaatsvindt van waarden. Rechten van het dier zijn belangrijker dan de vrijheid van godsdienst. ‘De barmhartigheid der goddelozen is wreed’, wist Salomo al (Spreuken 12:10).

geschreven door Prof. dr. Pieter Siebesma, docent Hebreeuws, Oude Testament en godsdienstwetenschappen aan de Christelijke Hogeschool Ede. Bron: www.habakuk.nu

maandag 18 april 2011

"Why is this night different from all other nights?"

A British Jew is waiting in line to be knighted by the Queen. Everyone is to kneel in front of her and recite a sentence in Latin when she taps him on the shoulders with her sword. However, when his turn comes, he panics in the excitement of the moment and forgets the Latin. Then, thinking fast, he recites the only other sentence he knows in a foreign language, which he remembers from the Passover seder:
"Ma nishtana halayla hazeh mikol halaylot."
Puzzled, Her Majesty turns to her advisor and whispers, "Why is this knight different from all other knights?"

If the Passover Story Were Reported by CNN or The New York Times...

The cycle of violence between the Jews and the Egyptians continues with no end in sight in Egypt. After eight previous plagues have destroyed the Egyptian infrastructure and disrupted the lives of ordinary Egyptian citizens, the Jews launched a new offensive this week in the form of the plague of darkness.
Western journalists were particularly enraged by this plague. "It is simply impossible to report when you can't see an inch in front of you," complained a frustrated Andrea Koppel of CNN. "I have heard from my reliable Egyptian contacts that in the midst of the blanket of blackness, the Jews were annihilating thousands of Egyptians. Their word is solid enough evidence for me." While the Jews contend that the plagues are justified given the harsh slavery imposed upon them by the Egyptians, Pharaoh, the Egyptian leader, rebuts this claim. "If only the plagues would let up, there would be no slavery. We just want to live plague-free. It is the right of every society."
Saeb Erekat, an Egyptian spokesperson, complains that slavery is justifiable given the Jews' superior weaponry supplied to them by the superpower G-d. The Europeans are particularly enraged by the latest Jewish offensive. "The Jewish aggression must cease if there is to be peace in the region. The Jews should go back to slavery for the good of the rest of the world," stated an angry French President JacquesChirac.
Even several Jews agree. Adam Shapiro, a Jew, has barricaded himself within Pharaoh's chambers to protect Pharaoh from what is feared will be the next plague, the death of the firstborn. Mr. Shapiro claims that while slavery is not necessarily a good thing, it is the product of the plagues and when the plagues end, so will the slavery. "The Jews have gone too far with plagues such as locusts and epidemic which have virtually destroyed the Egyptian economy," Mr. Shapiro laments. "The Egyptians are really a very nice people and Pharaoh is kind of huggable once you get to know him," gushes Shapiro.
The United States is demanding that Moses and Aaron, the Jewish leaders, continue to negotiate with Pharaoh. While Moses points out that Pharaoh had made promise after promise to free the Jewish people only to immediately break them and thereafter impose harsher and harsher slavery, Richard Boucher of the State Department assails the latest offensive. "Pharaoh is not in complete control of the taskmasters," Mr. Boucher states. "The Jews must return to the negotiating table and will accomplish nothing through these plagues." The latest round of violence comes in the face of a bold new Saudi peace overture. "If only the Jews will give up their language, change their names to Egyptian names and cease having male children, the Arab nations will incline toward peace with them," Saudi Crown Prince Abdullah declared.

Pesach en Pasen

God laat niets aan het toeval over. Hij had Zelf de regie over het moment van het lijden en sterven van Jezus: Zijn Zoon moest sterven precies op de dag waarop het Pesachlam geslacht werd, want Hij is het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt. En zijn Opstanding ten derden dage vond plaats op de dag na de Sabbat tijdens Pesach, de Dag der Eerstelingen (beschreven in Leviticus 23); de eerstelingsgarve, die voor het aangezicht van de Eeuwige gebracht moest worden, is een beeld van de Messias, die niet alleen als plaatsvervanger voor zondaars stierf, maar ook als Eersteling uit de dood opstond, zodat ook wij eens zullen volgen: “Want zoals in Adam allen sterven, zo zullen ook in de Messias allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: de Messias als eersteling, vervolgens die van de Messias zijn bij Zijn komst” (1Kor. 15:23). De eerstelingen van de oogst gaven de zekerheid dat ook de rest van de oogst straks binnengehaald zal worden; zo geeft de Opstanding van Jezus ons de zekerheid, dat ook wij straks zullen worden opgewekt.
In Johannes 12 al spreekt de Heer over Zijn dood en begrafenis, en vergelijkt dit met een graankorrel. Hij zegt: “indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort.” Hij maakt hiermee duidelijk, dat verzoening tussen God en mens alleen maar tot stand gebracht kon worden door Zijn verzoenend sterven en de opstanding. Alleen Zijn dood en opstanding, die we in de symboliek van Pesach terugvinden, kon de oogst van gerechtvaardigde en met God verzoende zondaars mogelijk maken! Het was onmogelijk, dat de Zoon van God in het graf kon blijven. Hij leeft! Door de apostelen worden wij opgeroepen om ons vertrouwen te stellen “op Hem, die Jezus, onze Heer, uit de doden opgewekt heeft, die is overgeleverd om onze overtredingen en opgewekt om onze rechtvaardiging.” (Rom. 4:25). “...zo heeft God in vervulling doen gaan wat Hij bij monde van alle profeten had aangekondigd: dat zijn messias zou lijden en sterven. Wend u af van uw huidige leven en keer terug tot God om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de Heer een tijd van rust doen aanbreken en zal Hij de messias zenden die Hij voor u bestemd heeft." (Hnd. 3:18-20). En tenslotte: “Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden!” (Rom. 10:9)

Door alle generaties heen vieren de Joden elk jaar Pesach om de uittocht uit Egypte te gedenken, zoals de God van Israël dit heeft opgedragen. Jezus heeft dat ook gedaan; want Hij was een Thoragetrouwe Jood. Nee, Hij was niet de eerste christen!
De eerste christenen waren allemaal Joden; dat zij geloofden dat Jezus de Messias was en dat Hij uit de dood was opgestaan, betekent niet dat zij ophielden Jood te zijn; en ook niet dat zij de feesten van de Heer niet meer vierden.
Alle gelovigen hebben tot in de 4e Eeuw de Bijbelse feesten gevierd, maar de eerste christelijke keizer, Constantijn, had een hekel aan Joden. In het jaar 325 vond onder zijn leiding het Concilie van Nicea plaats – bekend van de Geloofsbelijdenis die daar werd vastgesteld. Toen heeft de Kerk bewust de datum van het Paasfeest veranderd. Als reden hebben ze letterlijk gezegd, dat ze het Paasfeest niet meer samen met de Joden wilden vieren, omdat ze niets meer gemeen wilden hebben met dat afschuwelijke volk! Besloten werd het Paasfeest te vieren op de datum van een heidens lentefeest, op de eerste Zondag na de eerste volle maan na aanvang van de lente; tot op de dag van vandaag wordt zo de datum van het Paasfeest bepaald. Het Christelijke Paasfeest is zodoende altijd op Zondag, terwijl Pesach, op de 14e dag van de maand Nisan, natuurlijk op elke dag van de week kan vallen. Soms vallen Pesach en Pasen in dezelfde week, zoals dit jaar, maar er kan ook bijna een maand tussen zitten!
Christenen die zich aan de Joodse kalender bleven houden, werden toen uit de Kerk gezet!

Dat de Kerk zich van haar Joodse wortels heeft losgemaakt, is niet onze schuld. Wie zich aan de (weliswaar anti-Joodse) kerkelijke traditie houdt omdat hij niet beter weet en op die manier oprecht zijn geloof beleeft, is goed bezig. Maar als we het weten, is er alle reden om ons af te vragen hoe we terug kunnen naar die wortels! Dat zal verrijkend zijn voor ons geloof en leiden tot een beter verstaan van de Bijbel.
Telkens weer in de lange geschiedenis van hoop en vrees heeft Israël het verhaal van de Uittocht uit de slavernij gelezen en het herkend in wat er in de wereld om haar heen gebeurde; het blijft actueel. Met de Uittocht is de geschiedenis van Israël pas goed begonnen. Hier zullen ze elkaar altijd weer aan herinneren: “Waarom is deze nacht anders dan de andere?” En zou de God die zijn volk toen heeft bevrijd dat niet opnieuw kunnen doen?!
Wie geloven dat Jezus de Messias is, Joden en die zich bij hen aansloten, voegen er een dimensie aan toe: door zijn dood en Opstanding heeft Hij ons bevrijd uit de slavernij van zonde en dood.