Een Bijbelse kijk op Israël

maandag 18 april 2011

Pesach en Pasen

God laat niets aan het toeval over. Hij had Zelf de regie over het moment van het lijden en sterven van Jezus: Zijn Zoon moest sterven precies op de dag waarop het Pesachlam geslacht werd, want Hij is het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt. En zijn Opstanding ten derden dage vond plaats op de dag na de Sabbat tijdens Pesach, de Dag der Eerstelingen (beschreven in Leviticus 23); de eerstelingsgarve, die voor het aangezicht van de Eeuwige gebracht moest worden, is een beeld van de Messias, die niet alleen als plaatsvervanger voor zondaars stierf, maar ook als Eersteling uit de dood opstond, zodat ook wij eens zullen volgen: “Want zoals in Adam allen sterven, zo zullen ook in de Messias allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: de Messias als eersteling, vervolgens die van de Messias zijn bij Zijn komst” (1Kor. 15:23). De eerstelingen van de oogst gaven de zekerheid dat ook de rest van de oogst straks binnengehaald zal worden; zo geeft de Opstanding van Jezus ons de zekerheid, dat ook wij straks zullen worden opgewekt.
In Johannes 12 al spreekt de Heer over Zijn dood en begrafenis, en vergelijkt dit met een graankorrel. Hij zegt: “indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort.” Hij maakt hiermee duidelijk, dat verzoening tussen God en mens alleen maar tot stand gebracht kon worden door Zijn verzoenend sterven en de opstanding. Alleen Zijn dood en opstanding, die we in de symboliek van Pesach terugvinden, kon de oogst van gerechtvaardigde en met God verzoende zondaars mogelijk maken! Het was onmogelijk, dat de Zoon van God in het graf kon blijven. Hij leeft! Door de apostelen worden wij opgeroepen om ons vertrouwen te stellen “op Hem, die Jezus, onze Heer, uit de doden opgewekt heeft, die is overgeleverd om onze overtredingen en opgewekt om onze rechtvaardiging.” (Rom. 4:25). “...zo heeft God in vervulling doen gaan wat Hij bij monde van alle profeten had aangekondigd: dat zijn messias zou lijden en sterven. Wend u af van uw huidige leven en keer terug tot God om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de Heer een tijd van rust doen aanbreken en zal Hij de messias zenden die Hij voor u bestemd heeft." (Hnd. 3:18-20). En tenslotte: “Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden!” (Rom. 10:9)

Door alle generaties heen vieren de Joden elk jaar Pesach om de uittocht uit Egypte te gedenken, zoals de God van Israël dit heeft opgedragen. Jezus heeft dat ook gedaan; want Hij was een Thoragetrouwe Jood. Nee, Hij was niet de eerste christen!
De eerste christenen waren allemaal Joden; dat zij geloofden dat Jezus de Messias was en dat Hij uit de dood was opgestaan, betekent niet dat zij ophielden Jood te zijn; en ook niet dat zij de feesten van de Heer niet meer vierden.
Alle gelovigen hebben tot in de 4e Eeuw de Bijbelse feesten gevierd, maar de eerste christelijke keizer, Constantijn, had een hekel aan Joden. In het jaar 325 vond onder zijn leiding het Concilie van Nicea plaats – bekend van de Geloofsbelijdenis die daar werd vastgesteld. Toen heeft de Kerk bewust de datum van het Paasfeest veranderd. Als reden hebben ze letterlijk gezegd, dat ze het Paasfeest niet meer samen met de Joden wilden vieren, omdat ze niets meer gemeen wilden hebben met dat afschuwelijke volk! Besloten werd het Paasfeest te vieren op de datum van een heidens lentefeest, op de eerste Zondag na de eerste volle maan na aanvang van de lente; tot op de dag van vandaag wordt zo de datum van het Paasfeest bepaald. Het Christelijke Paasfeest is zodoende altijd op Zondag, terwijl Pesach, op de 14e dag van de maand Nisan, natuurlijk op elke dag van de week kan vallen. Soms vallen Pesach en Pasen in dezelfde week, zoals dit jaar, maar er kan ook bijna een maand tussen zitten!
Christenen die zich aan de Joodse kalender bleven houden, werden toen uit de Kerk gezet!

Dat de Kerk zich van haar Joodse wortels heeft losgemaakt, is niet onze schuld. Wie zich aan de (weliswaar anti-Joodse) kerkelijke traditie houdt omdat hij niet beter weet en op die manier oprecht zijn geloof beleeft, is goed bezig. Maar als we het weten, is er alle reden om ons af te vragen hoe we terug kunnen naar die wortels! Dat zal verrijkend zijn voor ons geloof en leiden tot een beter verstaan van de Bijbel.
Telkens weer in de lange geschiedenis van hoop en vrees heeft Israël het verhaal van de Uittocht uit de slavernij gelezen en het herkend in wat er in de wereld om haar heen gebeurde; het blijft actueel. Met de Uittocht is de geschiedenis van Israël pas goed begonnen. Hier zullen ze elkaar altijd weer aan herinneren: “Waarom is deze nacht anders dan de andere?” En zou de God die zijn volk toen heeft bevrijd dat niet opnieuw kunnen doen?!
Wie geloven dat Jezus de Messias is, Joden en die zich bij hen aansloten, voegen er een dimensie aan toe: door zijn dood en Opstanding heeft Hij ons bevrijd uit de slavernij van zonde en dood.

Wie is er schuldig aan de dood van Jezus?

Het proces tegen Jezus vond plaats in een onwettige vergadering van het Sanhedrin, de Joodse Raad; die vergadering was volgens de Joodse Wet onwettig, omdat die ’s nachts plaatsvond; en ook op een vreemde plaats: in het huis van de hogepriester in plaats van op de gebruikelijke plek: een speciale kamer in het Tempelcomplex. Bovendien waren er wel overpriesters en oudsten aanwezig, maar geen Farizeeërs. Zoals bekend sympathiseerde en aantal vooraanstaande Farizeeërs met Jezus.
Nadat een deel van het Sanhedrin Hem tijdens een showproces ter dood heeft veroordeeld, komen ze bij Pilatus, want een dergelijk vonnis moet ter goedkeuring aan de Romeinse machthebber worden voorgelegd.
De aanklacht tegen Jezus luidde: Godslastering; maar die beschuldiging is uiteraard voor het Romeinse gezag niet interessant. Daarom wordt de beschuldiging politiek vertaald: ‘We hebben vastgesteld dat deze man ons volk van het rechte pad afbrengt en de mensen ervan weerhoudt belastingen aan de keizer te betalen en dat hij van zichzelf zegt de messiaanse koning te zijn.’
Pilatus vindt het maar een zielige vertoning. Wat is er aan de hand met deze figuur die zichzelf niet verdedigt?! Wat móet hij met Hem? Hij komt al snel tot de conclusie, dat Jezus onschuldig is. Eigenlijk wil hij met heel deze zaak niets te maken hebben, vandaar dat hij Jezus onmiddellijk naar Herodes Antipas stuurt als hij hoort dat Jezus uit Galilea komt. Die zendt Hem weer terug, na Hem belachelijk te hebben gemaakt, maar zonder Hem te veroordelen.
Pilatus benadrukt herhaaldelijk, dat Jezus volgens hem onschuldig is en wil Hem vrijlaten; maar desondanks besluit hij hun eis in te willigen en Hem te veroordelen!
Pilatus komt in deze geschiedenis over als een zwak figuur. Was hij een lafaard, die bang was om de situatie uit de hand te laten lopen? Zo lijkt het; als er verder over Pilatus niets bekend zou zijn. Maar uit andere bronnen, binnen en buiten de Bijbel, krijgen we die indruk niet bepaald! Soms vond hij het wel nodig om krachtig in te grijpen; zo wordt in Lukas 13 melding gemaakt van ‘Galileeërs, wier bloed Pilatus met hun offers vermengd had.’ Dat moet betekenen, dat hij pelgrims tijdens hun offerhandelingen ter dood heeft laten brengen, blijkbaar om een schrikwekkend voorbeeld te stellen. Walgelijk.
De Joodse geleerde Philo van Alexandrië noemt Pilatus een harde, onbuigzame man. En de grote Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus zegt, dat hij bewust de godsdienstige gevoelens van de Joden kwetste, waardoor hij zeer gehaat was; zo bracht hij bij zijn aantreden als stadhouder veldtekens met de beeltenis van de keizer in de stad aan, die zoveel weerstand bij de Joden opriepen, dat hij ze later toch maar weer weghaalde; maar onder de ongewapende demonstranten die voor zijn residentie in Caesarea stonden richtte hij wel eerst een bloedbad aan. Ook gebruikte Pilatus de tempelschat, offergave, voor de aanleg van een waterleiding. Tienduizenden Joden, waaronder veel Galileërs, stroomden naar Jeruzalem voor een massaal protest, hetgeen weer eindigde in een bloedbad: Romeinse soldaten vermomd als Joodse burgers begaven zich onder de demonstranten en doodden zonder onderscheid een groot aantal van hen; resultaat: drieduizend doden.
Nee, niet echt een bangerd. Als we Pilatus een beetje kennen, had hij ook hier de menigte met geweld uiteen kunnen jagen. Maar hij doet het niet.

Wie is er nu schuldig aan de veroordeling van Jezus? De Joden? De Romeinen?
Veel populaire bewerkingen van het Lijdensverhaal wijken af van het Nieuwe Testament; en zelfs binnen het Nieuwe Testament zijn er vier verschillende versies; en de verschillende getuigen leggen verschillende accenten. In een vrije bewerking, zoals een film, schuilen grote risico’s; want wáár wordt de nadruk op gelegd en waarom?
De gevolgen van de keuzes die gemaakt worden zijn niet gering. In de geschiedenis heeft een bepaalde weergave van de feiten er vaak toe geleid, dat mensen die zichzelf christen noemden op Jodenjacht gingen. Alle Joden waren immers collectief schuldig aan de dood van Jezus?!

Wie zijn precies die mensen die bij Pilatus in de tuin staan te schreeuwen en hoe groot is deze groep? Waren zij representatief voor het hele volk??
In Galilea en op zijn reis naar Jeruzalem was er voortdurend een schare die Jezus volgde om Hem te horen prediken en met eigen ogen de tekenen te zien die Hij deed. Bij de Intocht in Jeruzalem was er een menigte die Hem koninklijke eer bewees: ze legden hun mantels als een rode loper voor Hem op de weg en zwaaiden met palmtakken terwijl ze riepen: Gezegend Hij die komt in de Naam van de Heer!Toen Jezus op die dag Jeruzalem in zicht kreeg, begon Hij te huilen over het lot van de stad en zei: ‘Had óók jij op deze dag maar geweten wat vrede kan brengen!’
Over de volgende dag wordt verteld: De hogepriesters en de leiders van het volk wilden Hem uit de weg ruimen, maar ze wisten niet hoe ze dat moesten doen, want het hele volk hing aan zijn lippen! De massa is op dat moment voor Jezus een bescherming tegen de overpriesters en de oudsten! En de volgende dag horen we het wéér: De hogepriesters en schriftgeleerden zochten naar een mogelijkheid om hem uit de weg te ruimen, maar dan heimelijk, bang als ze waren voor de reactie van het volk. Vandaar dat ze zo blij zijn als ze Judas Iskariot te spreken krijgen en ze Hem ’s nachts kunnen arresteren!

Dus: Wie is er schuldig aan de dood van Jezus?
Zeker niet het hele Joodse volk! Hooguit de zeer corrupte hogepriester Kajafas en zijn clan; en Pilatus die graag goede maatjes met hem bleef. Kajafas heeft dit ambt uitzonderlijk lang bekleed, ongetwijfeld dankzij zijn pro-Romeinse houding.
In het jaar 36 kwam er een einde aan het bewind van Pilatus, omdat hij een bloedbad had aangericht na een vermeende opstand van Samaritanen en zich daarvoor in Rome moest verantwoorden. In hetzelfde jaar werd ook Kajafas uit zijn ambt gezet, waardoor er een einde kwam aan zijn jarenlange collaboratie.
Als er een grotere menigte is die roept om de vrijlating van Barabbas, dan is dat omdat ze vóór deze verzetsstrijder zijn, niet omdat ze tégen Jezus zijn! Drie kruisen staan al klaar op de 'Schedelplaats', waarvan een voor Barabbas, maar op het laatste moment neemt Jezus zijn plaats in.

… maar… Had het dan ook anders kunnen lopen?
Het moest toch volgens Gòds plan gebeuren, dat Jezus gekruisigd zou worden? Als Pilatus besluit, dat de eis moet worden ingewilligd, dan wordt daarmee toch Gods wil volvoerd, Gods raad volbracht?
Ja, intussen geschiedt ook Gods wil. De wegen des Heren zijn wonderlijk. God bevestigt het oordeel van de onrechtvaardige rechter en Hij laat de wil van de corrupte leiders van het volk geschieden. Het is ook Gods vonnis, dat de smetteloze wordt overgegeven in de dood en dat de schuldige vrijuit gaat. Hoe is het mogelijk?!
Wiens wil heeft Jezus straks volbracht, als Hij uitroept aan het kruis: ‘Het is volbracht!’? De wil van de Vader, waaraan Hij Zich biddend had onderworpen! Geen wonder dat Paulus later uitroept in zijn brief aan de Romeinen (11:33): ‘O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen!’ De haat van de Joodse Raad wordt ingepast in de raad Gods die eeuwig vaststond. Wat mensen ten kwade dachten, heeft God ten goede gedacht.
In de lijdensgeschiedenis wordt ons de grootheid van Gods liefde geopenbaard. De vreselijke geschiedenis van haat en rechtsverkrachting wordt een openbaring van de hoogste liefde en het hoogste recht. Hoe is dat mogelijk?
Hoe kunnen een slechte, zondige wil en een volmaakte heilige wil zo samen volbracht worden? Hoe kan een en dezelfde geschiedenis van beneden of van bovenaf gezien zo geheel anders gelezen worden?
Wij kunnen er met ons verstand niet bij!

zaterdag 26 februari 2011

Leestip: Nieuwe Gazavloot in de maak

Een heuse Nederlandse Gazaboot! Is dit nu de vermaarde VOC-mentaliteit? En als een van de ondersteunende instanties de Stichting Vrienden van Sabeel Nederland is, betekent dat dan dat de P.K.N. deze onderneming ook steunt?

meer lezen: Israël-Palestijnen blogspot

vrijdag 25 februari 2011

Israëli's debatteren over Eindtijd

Israëli's vragen zich af wat de toenemende onrust in het Midden-Oosten beduidt, en velen zoeken het antwoord in de "eindtijd" profetie. Niet alleen Christenen verwachten de komst van de Messias in deze tijden.
Met termen, die een afspiegeling lijken van debatten over "eindtijdprofetieën" in de Christelijke wereld, vragen steeds meer Israëli's zich af waartoe de groeiende onrust in het Midden-Oosten uiteindelijk leidt.
Een aantal prominente rabbijnen hebben hun interpretaties van wat er gaande is bekend gemaakt, en een toevallige waarnemer zou kunnen denken dat hun opmerkingen afkomstig zijn van een evangelische Christen.

"Er komen mensen bij me die zeggen dat het 'Gog en Magog' is. We kunnen het niet weten. Maar waarschijnlijk laat elke onrust die God schept, zien dat de Messias komt", schreef Rabbi Chaim Kanievsky op de Israëlische religieuze website Haredim.
Rabbi Yehuda Michel Lefkowitz erkende dat de huidige gebeurtenissen tekenen van de tijden zijn, en dat de Messias waarschijnlijk binnenkort komt, maar stelde ook dat de regionale onrust Gods manier is om de trotse leiders van Israël en het Westen nederig te maken. "God gaat en vernedert (die gevoelens van) zondige trots", schreef Lefkowitz. Hij legde uit dat God eerst met Israël handelde, door de recente brand in het Karmelwoud. "We hadden hier deze kleine brand hier, en een staat die dacht dat hij groot en sterk is had plotseling hulp nodig uit de gehele wereld. Niet een oorlog, niet iets bijzonders, gewoon een kleine brand."
Maar Israël en zijn bondgenoten verstaan de boodschap niet, gesuggereerde Lefkowitz. "Terwijl ze altijd dachten dat ze slim zijn, en alles zien en begrijpen wat ze moeten doen en hoe, kwam God en bracht de volken in beroering, en hier zijn ze, weer bang omdat ze zulke grote dingen niet konden voorspellen", verklaarde de rabbi.
"God lacht om hen en wacht om te zien wanneer ze het zullen begrijpen en wijzer worden", schreef Lefkowitz, als duidelijke verwijzing naar Psalm 2: "Waarom woelen de volken en zinnen de natiën op ijdelheid? Die in de hemel zetelt, lacht; de Here spot met hen" (Psalm 2:1, 4).

De ultra-orthodoxe gemeenschap van Israël is een kleine minderheid. Maar omdat het zo'n klein land is, veroorzaken de onlusten rondom dat nagenoeg alle Israëli's zich een beetje zorgen maken over de toekomst. Daarom publiceren de grootste dagbladen van het land de uitleg van de rabbijnen uitleg van de gebeurtenissen en maken deze wijd en zijd bekend.

dinsdag 8 februari 2011

Profetie over Egypte (2)

Aan de oproep van de Koptische paus Shenouda III aan Koptische christenen om zich afzijdig te houden van de demonstraties maar in plaats daarvan samen te komen en te bidden voor het land, wordt weinig gehoor gegeven. Christenen in Egypte hopen dat de volksopstand tot meer vrijheid voor hen zal leiden, zei een kerkleider tegen Open Doors. Hij heeft geregeld contact met leden uit zijn gemeente die de straat op zijn gegaan: "Als christenen maken wij net zo goed deel uit van de Egyptische gemeenschap. We kunnen niet doen alsof het ons niets kan schelen, we zitten hier ook gewoon midden in."
Waar zal de volksopstand in Egypte toe leiden? Ziet de Moslim Broederschap zijn kans schoon en moeten we vrezen voor een islamistische staat, een tweede Iran? Welke gevolgen zal het voor Israël hebben als geestverwanten van Hamas in Egypte grote invloed krijgen?

Wat kunnen we opmaken uit Jesaja 19?
Het Egypte dat in Jesaja 19 Gods volk genoemd wordt, wie zijn dat? Niet de Arabische verdrukkers, die later gekomen zijn; veeleer de oorspronkelijke Egyptenaren, de Kopten, misschien aangevuld met een kleine groep bekeerde moslim-arabieren. Er staat duidelijk bij dat ze God zullen aanroepen in hun verdrukking (vers 20). Hetzelfde geldt voor de Assyriërs (Syrië, Irak), ook die zijn namelijk christen en ook die worden onderdrukt door Arabische moslims. God zal aan de Kopten en Assyriërs duidelijk maken dat Israël hun bondgenoot is en niet de Arabische moslims; zij zullen zich met Israël verzoenen.

donderdag 3 februari 2011

Profetie over Egypte (1)

Wat gebeurt er toch allemaal in Egypte? Gaat de profetie uit Jesaja 19 in vervulling? Het is denk ik nog te vroeg om dat te kunnen beoordelen. Zo ja, dan staat de mensen daar nog wat te wachten.

1 Profetie over Egypte.
Rijdend op een lichte wolk
spoedt de Eeuwige zich naar Egypte.
De goden van Egypte zullen voor hem beven,
Egyptes hart smelt in zijn binnenste.
2 Ik zal de Egyptenaren tegen elkaar ophitsen:
ze raken onderling in gevecht,
man tegen man, vriend tegen vriend,
stad tegen stad, rijk tegen rijk.
3 Egypte verliest zijn hoofd, raakt buiten zinnen.
Ik zal al zijn plannen verijdelen.
Dan wenden zij zich tot hun goden en bezweerders,
ze raadplegen geesten van doden en waarzeggers.
4 Ik lever Egypte uit aan een harde meester,
meedogenloos zal hij over hen heersen–
spreekt God, de Eeuwige van de hemelse machten.
5 Het water van de zee zal verdampen,
de Nijl loopt leeg en valt droog.
6 De rivierarmen beginnen te stinken,
de stromen van Egypte slinken en drogen op,
riet en biezen verwelken.
7 De rietkraag langs oevers en monding verdort,
het akkerland aan de Nijl droogt uit;
alles verwaait, niets blijft ervan over.
8 De vissers zullen zuchten en steunen;
ieder die in de Nijl zijn haken uitwerpt
of zijn netten uitgooit in het water, kwijnt weg.
9 Wanhoop overvalt de vlasarbeiders,
hekelaars en spinners trekken wit weg.
10 De wevers worden radeloos,
de dagloners verliezen de moed.
11 De vorsten van Soan tonen louter onverstand,
farao’s wijste raadsheren geven dwaze raad.
Hoe kun je tegen de farao zeggen:
‘Een kind van wijzen ben ik,
een kind van de koningen van weleer’?
12 Waar zijn ze dan, jullie wijzen?
Laten zij het jullie bekendmaken,
onthullen wat hij over Egypte besloten heeft,
de Eeuwige van de hemelse machten.
13 De vorsten van Soan zijn verdwaasd,
de vorsten van Memfis laten zich bedriegen.
Zij die Egypte moesten leiden
brachten zijn stammen op een dwaalspoor.
14 De Eeuwige heeft hun geest in verwarring gebracht.
Zo komt Egypte ten val, wat het ook onderneemt,
als een dronkaard die in zijn eigen braaksel valt.
15 Kop of staart, palmtak of riet,
in Egypte brengt niemand nog iets tot stand.
16 Op die dag zullen de Egyptenaren op vrouwen lijken: ze sidderen van angst voor de dreigende hand die de Eeuwige van de hemelse machten tegen hen opheft.
17 Telkens als Juda ter sprake komt, zal Egypte door schrik worden bevangen; wat de Eeuwige van de hemelse machten over Egypte besloten heeft, vervult hen met angst.
18 Op die dag zullen er in Egypte vijf steden zijn waar men de taal van Kanaän spreekt en de Eeuwige van de hemelse machten erkent; één ervan zal ‘Stad van de zon’ genoemd worden.
19 Op die dag zal er midden in Egypte een altaar voor de Eeuwige staan en aan de grens een aan hem gewijde steen,
20 die als teken zullen dienen om de Eeuwige van de hemelse machten aan Egypte te herinneren. Wanneer de Egyptenaren de Eeuwige aanroepen omdat ze onderdrukt worden, zal hij hun een bevrijder sturen, die voor hen opkomt en hen zal bevrijden.
21 Zo zal de Eeuwige zich aan Egypte laten kennen. Op die dag zullen de Egyptenaren de Eeuwige erkennen, hem dienen met vredeoffers en graanoffers, hem geloften doen en die inlossen.
22 De Eeuwige zal hen slaan en hen helen; zij zullen naar hem terugkeren, hij zal hun gebeden verhoren en hen genezen.
23 Op die dag zal er een weg lopen van Egypte naar Assyrië. Dan zullen de Assyriërs naar Egypte komen en de Egyptenaren naar Assyrië, en samen zullen zij de Eeuwige dienen.
24 Op die dag zal Israël zich als derde bij Egypte en Assyrië voegen, tot zegen voor de hele wereld.
25 Want de Eeuwige van de hemelse machten zal hen zegenen met de woorden: ‘Gezegend is Egypte, mijn volk, en Assyrië, werk van mijn handen, en Israël, mijn bezit.’

maandag 24 januari 2011

Auschwitzherdenking

Jaarlijks vindt op de laatste zondag van januari in Amsterdam de Auschwitzherdenking plaats. De datum van de bevrijding van concentratiekamp Auschwitz op (27 januari 1945) werd in 2005 door de VN uitgeroepen tot Internationale Holocaust Gedenkdag. De herdenking begint met een stille tocht van het Amsterdamse stadhuis naar het Spiegelmonument ‘Nooit Meer Auschwitz’, dat zich in het Wertheimpark bevindt. Tijdens de plechtigheid worden toespraken gehouden door onder meer de burgemeester van Amsterdam en een rabbijn spreekt traditionele gebeden voor de doden uit. Er wordt muziek gemaakt door Roma en Sinti. Tot slot worden er bloemen en kransen neergelegd bij het monument.
Jodenhaat is van alle tijden. Merkwaardig genoeg is veel ‘antisemitisme’ christelijk geïnspireerd; de ideologie van het nationaalsocialisme vond een voedingsbodem in “christelijk” Europa; dat geeft te denken. Ten diepste zijn alle vormen van antisemitisme opstand tegen de God van Israël. Omdat alle mensen opstandelingen tegen God zijn, schiet het zaad van het antisemitisme zo gemakkelijk op. Er is een geneesmiddel tegen dit kwaad. Ieder mens die zich onderwerpt aan de Joodse Messias Jezus en die gehoorzaam is aan het Woord van God wordt genezen van dit kwaad. Door het lezen, het innemen, van dat Woord van God slikt men dagelijks een probaat medicijn; en niet alleen tegen antisemitisme maar tegen bijna alle boosheid van deze wereld.

woensdag 5 januari 2011

Nieuwe maan

Volgens Genesis 1 sprak de Schepper: "Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde." En zo gebeurde het. (Genesis 1:14-15)
De oudste kalenders van de mensheid zijn allen maankalenders. Een maand is de tijdsduur van één omwenteling van de maan om haar as en eveneens van de omloop van de maan om de aarde; dat duurt ongeveer 29 ½ dag en daarom duren de maanden van een maankalender afwisselend 29 en 30 dagen. Joden en moslims maken vandaag de dag voor hun religie nog steeds gebruik van een maankalender. De islamitische kalender is niet verbonden aan de seizoenen, en wijkt per jaar 11 dagen af van een zonnejaar. Zo verschuift bijvoorbeeld ook de vastenmaand ramadan door het hele zonnejaar. De Bijbelse kalender is een maankalender die wordt gecorrigeerd om aan te sluiten op het zonnejaar; regelmatig wordt een schrikkelmaand toegevoegd. Dat dit in de Bijbelse tijd ook al zo was, is op te maken uit gegeven uit het boek Exodus: vooraf aan de Uittocht uit Egypte lezen we bij de instructies voor het Pesach (Ex. 12:2): ‘Voortaan moet deze maand bij jullie de eerste maand van het jaar zijn.' In 13:4 wordt deze maand (die vandaag de dag nisan heet) 'aviv' genoemd; dat betekent: Lente; dat moet betekenen dat deze maand altijd in de lente viel.

Onze naaste buur in het heelal heeft altijd erg tot de verbeelding gesproken. Geloofd werd, dat de grote cycli in de natuur afhankelijk waren van de maancyclus. In de mythologie is zij daarom vaak geassocieerd met goden en godinnen.
De stad Ur (uitspraak: 'Oer') was een van de belangrijke steden in de Sumerische beschaving, de bakermat van de westerse beschaving. (De staatkundige opvolger van het Sumerische rijk is Babylonië; in de Bijbel worden de Babyloniërs lange tijd aangeduid als "Chaldeeën".). Deze stad aan de Eufraat, in het zuiden van het huidige Irak, was het centrum van de Maancultus. De tempel voor de maangod werd daar gebouwd in de 21e eeuw voor het begin van de christelijke jaartelling. In diezelfde eeuw werd in die stad Abram geboren, de stamvader van het Joodse volk, en van vele volken; met zijn vader, zijn neef en zijn vrouw vertrok hij daar en kwam in Haran terecht, vlakbij het drielandenpunt van het huidige Irak, Turkije en Syrië. Ook in Haran werd de maan als een god vereerd. In Haran riep de Eeuwige hem op om alles achter zich te laten en op reis te gaan met onbekende bestemming. Behalve met zijn land en zijn familie, breekt Abram dus ook met zijn goden en geeft gehoor aan de hem tot dan toe onbekende God van hemel en aarde.
De verleiding om net als alle volken rondom de hemellichamen te vereren, is steeds groot geweest. Daarom lezen we in Deuteronomium 4:19: En als u omhoog kijkt en de zon, de maan en de sterren ziet, al die lichten aan de hemel, laat u er dan niet toe verleiden daarvoor neer te knielen en te vereren wat de HEER, uw God, voor de andere volken op aarde heeft bestemd.

In de 4e Eeuw heeft de Kerk als een van de maatregelen om zichzelf te ‘ontjoodsen’ de Bijbelse maankalender vervangen door de heidense zonnekalender. Zonder de maankalender is het ook niet mogelijk zich aan de o.a. in Leviticus 23 voorgeschreven hoogtijdagen van de Eeuwige te houden. Dat deed de Kerk dan ook niet langer en ze diskwalificeerde ze als ‘Joodse feesten’. Eens zal echter al wat leeft de nieuwemaansdagen en de Sabbat vieren, niet alleen de Joden, maar de hele mensheid! Want er staat geschreven: “Zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor Mijn aangezicht zullen blijven bestaan, luidt het woord van de Eeuwige, zo zal uw nageslacht en uw naam blijven bestaan. En het zal geschieden van nieuwemaan tot nieuwemaan en van Sabbat tot Sabbat, dat al wat leeft zal komen om zich voor Mijn aangezicht neer te buigen, zegt de Eeuwige!” (Jesaja 66:22-23). Is dat geen prachtige belofte?

dinsdag 28 december 2010

"Koning van de Joden" (2)

De God van Israël heeft Zich aan een aantal Perzische astronomen/astrologen, bekend onder de naam "Wijzen uit het Oosten" bekend willen maken. Een ster leidt hen naar de ware ‘Koning van de Joden’. En de ontmoeting met Hem heeft in het leven van deze mannen uit het Oosten heel wat teweeggebracht. In een droom worden ze door God gewaarschuwd om langs een andere weg naar huis terug te gaan, om niet ongewild handlangers van de valse koning Herodes te worden.
Niet langer beheersen de sterren hun leven – al had God dat ten goede gebruikt –, God kan hen nu direct aanspreken. En de ‘wijzen’ blijken echt wijs te zijn, want ze gehoorzamen. Omdat ze een Groot Licht hebben gezien, dat het licht van de sterren doet verbleken. Als nieuwe mensen zijn ze naar het Oosten teruggekeerd. Zij hebben de ‘Koning van de Joden’ gevonden en Hem eer bewezen. ‘Het heil is uit de Joden.’

Na de ‘Wijzen uit het Oosten’ zijn vele heidenen gevolgd, om de ‘Koning van de Joden’ eer te bewijzen.
Waarom? Wij zijn toch geen Joden? Wat hebben wij met de God van Israël? Waarom hebben wij het hier in het noorden van Europa niet gewoon bij Wodan en Donar en hun collega’s gehouden? We vieren tenslotte met Kerst in feite ook nog het Germaanse midwinterfeest!

God Zelf is het, die ons, heidenen, uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar Licht.
Het is een wonder, dat ook wij tot het volk van God mogen behoren! En er is alle reden om ons eens serieus afvragen of we niet nog met een hele reeks heidense gewoonten moeten breken.

zondag 26 december 2010

"Koning van de Joden" (1)

In Bethlehem staat de Geboortekerk, bij het Kribbeplein. Het is waarschijnlijk de oudste kerk ter wereld, gebouwd door Constantijn de Grote, de eerste christelijke Romeinse keizer, in het jaar 325. De Perzen hebben drie eeuwen later de meeste kerken in het Heilige Land verwoest, maar deze hebben ze gespaard. Waarom? Omdat ze in het mozaïek op de gevel een afbeelding zagen van mensen in Perzische klederdracht. Deze dwazen uit het Oosten die plunderend door het land trokken, herkenden ze hier plotseling iets van thuis! in de Wijzen uit het Oosten. Stel je voor, dat wij een paar Hollandse klompen zagen staan naast de kribbe… dat geeft een schok: hier is iets gebeurd dat wat met ons te maken heeft…

Ze zochten ‘de Koning der Joden’. Dertig jaar later zal dat als opschrift prijken boven het Kruis. Geschreven door een heiden… Dat is dan wat Hem ten laste wordt gelegd: dat Hij Zichzelf tot koning heeft gemaakt. Als het aan Herodes had gelegen, was het zover niet gekomen. Hij had het Licht der wereld nu reeds willen doven. Maar dat gebeurt niet, dat kan niet: ‘Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen’ (Joh. 1:5).
De 'wijzen' zijn langs een andere weg naar het Oosten teruggekeerd. Terwijl Herodes tevergeefs wacht, hebben Jozef en Maria de tijd om met het Kind een veilig heenkomen te zoeken. Herodes verneemt niets meer van hen en dat maakt hem razend, want hij is niet anders gewend, dan dat iedereen hem slaafs gehoorzaamt. En in Bethlehem gebeuren verschrikkelijke dingen. Want Herodes houdt niet van half werk. Elke mogelijke rivaal moet uit de weg geruimd worden. Al begrijpt geen weldenkend mens hoe een baby een bedreiging zou kunnen vormen voor de troon van Herodes, die dan zelf al 70 jaar is. Maar Herodes denkt niet logisch na, die is bezeten en gaat tekeer als een wild beest.
Wat zal er in Bethlehem gehuild en geschreeuwd zijn! Het doet Mattheüs denken aan woorden uit Jeremia 31: ‘In Rama hoort men klagen, bitter treuren. Rachel beweent haar zonen, zij wil niet worden getroost. Haar kinderen zijn er niet meer.’
In Rama, vlakbij Bethlehem heeft Jakob zijn lievelingsvrouw begraven.
Toen in de tijd van Jeremia het volk gedeporteerd werd naar Babel, stonden degenen die in het verwoeste land achterbleven de ballingen na te staren en riepen: Die komen nooit meer terug! God heeft dat wel beloofd, maar Hij kan zo veel beloven!!!
De profeet dacht toen: Het lijkt wel of aartsmoeder Rachel uit haar graf is opgestaan en hier zelf treurt; ze weigert getroost te worden. Bethlehem weigert getroost te worden en Rachel staat als een spookverschijning op de heuveltop, net als het beeld van Zadkine in Rotterdam, met de handen omhoog en een gat in plaats van een hart. Rachels hart ligt aan scherven en ze schreeuwt het uit.

Het profetische woord wordt geciteerd. De geschiedenis herhaalt zich. Maar let op Mattheüs’ woorden: de Naam van God wordt er niet bij genoemd. Anders dan bij andere citaten uit de profeten, lezen we hier niet, dat ‘dit gebeurde, opdat de profetie vervuld werd.’ Het is geen vervulling in de gebruikelijke zin van het woord. Gods Naam mag aan deze gebeurtenis niet verbonden worden; Hij zit hier niet achter. Hier wordt slechts duidelijk, wat er gebeurt wanneer mensen de duisternis niet weerstaan. Dan herhaalt de geschiedenis zich en worden onschuldige kinderen opgeofferd ten behoeve van de machtswaan van wereldbeheersers. Dat was 2000 jaar geleden zo, dat was 65 jaar geleden zo en dat is vandaag nog net zo.
Het is te begrijpen als Joden nu nog zeggen: Wat willen jullie toch met je Verlosser als er sinds zijn komst niets veranderd is? De kindermoord in Bethlehem was nog maar het begin; kinderspel, vergeleken bij de Kruistochten en vergeleken bij Auschwitz.
De klacht van Rachel mag klinken. Het mag van God. Schreeuw het maar uit! Laat je maar gaan! God kan er tegen!

‘Rachel weigert zich te laten troosten.’ - is er dan wel troost?
Terwijl het gejammer en geklaag in het Durchgangslager Rama niet van de lucht is, mag de onheilsprofeet Jeremia namens God NU die ballingen en de achterblijvers toch hoop geven: Maar dit zegt de HEER: Huil niet langer, droog je tranen. Je kinderen zullen terugkeren uit het land van de ballingschap. Je hebt een hoopvolle toekomst!
Je kinderen keren naar hun eigen land terug. We weten dat het is gebeurd: ruim 70 jaar later kwam er een eind aan de Ballingschap.

Bethlehem weigert zich te laten troosten - is er dan wel troost?
Ja, toch wel. Bethlehem heeft als eerste plaats in de wereld het Kerstevangelie gehoord. De herders hebben het overal bekendgemaakt. Later kwamen de Wijzen uit het Oosten. Dat was de tweede Kerstpreek die Bethlehem te horen kreeg.
Er ìs Toekomst, juist omdat dat éne kleintje niet werd gepakt maar veilig aankwam in Egypte; om straks als volwassen man een nog veel vreselijker dood te sterven aan het kruis. Hij werd gespaard voor het zwaard van Herodes omdat het kruis van Pilatus hem wachtte. Om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel en zo allen te bevrijden van de dood. Om ballingen terug te brengen uit de slavernij van de zonde. Ook tot Rachels troost.
En eenmaal zal Hij alle tranen afwissen.

Geen romantisch kerstverhaal…
We staan nog helemaal aan het begin van het Evangelie, maar meteen wordt ons duidelijk gemaakt hoe het met de zaak van Jezus Christus staat.
Mattheüs 2 wil ons duidelijk maken, dat God de geschiedenis leidt. Hij is machtiger dan het kwaad. De machten van de duisternis gaan verschrikkelijk tekeer, maar ze kunnen niet ongestoord hun gang gaan. Ze zullen overwonnen worden, maar er is nog veel strijd. Herodes zaait dood en verderf en sterft korte tijd later zelf ook. De macht van de duisternis is niet blijvend, heeft niet het laatste woord, maar moet ten onder gaan.