Een Bijbelse kijk op Israël

woensdag 5 januari 2011

Nieuwe maan

Volgens Genesis 1 sprak de Schepper: "Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde." En zo gebeurde het. (Genesis 1:14-15)
De oudste kalenders van de mensheid zijn allen maankalenders. Een maand is de tijdsduur van één omwenteling van de maan om haar as en eveneens van de omloop van de maan om de aarde; dat duurt ongeveer 29 ½ dag en daarom duren de maanden van een maankalender afwisselend 29 en 30 dagen. Joden en moslims maken vandaag de dag voor hun religie nog steeds gebruik van een maankalender. De islamitische kalender is niet verbonden aan de seizoenen, en wijkt per jaar 11 dagen af van een zonnejaar. Zo verschuift bijvoorbeeld ook de vastenmaand ramadan door het hele zonnejaar. De Bijbelse kalender is een maankalender die wordt gecorrigeerd om aan te sluiten op het zonnejaar; regelmatig wordt een schrikkelmaand toegevoegd. Dat dit in de Bijbelse tijd ook al zo was, is op te maken uit gegeven uit het boek Exodus: vooraf aan de Uittocht uit Egypte lezen we bij de instructies voor het Pesach (Ex. 12:2): ‘Voortaan moet deze maand bij jullie de eerste maand van het jaar zijn.' In 13:4 wordt deze maand (die vandaag de dag nisan heet) 'aviv' genoemd; dat betekent: Lente; dat moet betekenen dat deze maand altijd in de lente viel.

Onze naaste buur in het heelal heeft altijd erg tot de verbeelding gesproken. Geloofd werd, dat de grote cycli in de natuur afhankelijk waren van de maancyclus. In de mythologie is zij daarom vaak geassocieerd met goden en godinnen.
De stad Ur (uitspraak: 'Oer') was een van de belangrijke steden in de Sumerische beschaving, de bakermat van de westerse beschaving. (De staatkundige opvolger van het Sumerische rijk is Babylonië; in de Bijbel worden de Babyloniërs lange tijd aangeduid als "Chaldeeën".). Deze stad aan de Eufraat, in het zuiden van het huidige Irak, was het centrum van de Maancultus. De tempel voor de maangod werd daar gebouwd in de 21e eeuw voor het begin van de christelijke jaartelling. In diezelfde eeuw werd in die stad Abram geboren, de stamvader van het Joodse volk, en van vele volken; met zijn vader, zijn neef en zijn vrouw vertrok hij daar en kwam in Haran terecht, vlakbij het drielandenpunt van het huidige Irak, Turkije en Syrië. Ook in Haran werd de maan als een god vereerd. In Haran riep de Eeuwige hem op om alles achter zich te laten en op reis te gaan met onbekende bestemming. Behalve met zijn land en zijn familie, breekt Abram dus ook met zijn goden en geeft gehoor aan de hem tot dan toe onbekende God van hemel en aarde.
De verleiding om net als alle volken rondom de hemellichamen te vereren, is steeds groot geweest. Daarom lezen we in Deuteronomium 4:19: En als u omhoog kijkt en de zon, de maan en de sterren ziet, al die lichten aan de hemel, laat u er dan niet toe verleiden daarvoor neer te knielen en te vereren wat de HEER, uw God, voor de andere volken op aarde heeft bestemd.

In de 4e Eeuw heeft de Kerk als een van de maatregelen om zichzelf te ‘ontjoodsen’ de Bijbelse maankalender vervangen door de heidense zonnekalender. Zonder de maankalender is het ook niet mogelijk zich aan de o.a. in Leviticus 23 voorgeschreven hoogtijdagen van de Eeuwige te houden. Dat deed de Kerk dan ook niet langer en ze diskwalificeerde ze als ‘Joodse feesten’. Eens zal echter al wat leeft de nieuwemaansdagen en de Sabbat vieren, niet alleen de Joden, maar de hele mensheid! Want er staat geschreven: “Zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor Mijn aangezicht zullen blijven bestaan, luidt het woord van de Eeuwige, zo zal uw nageslacht en uw naam blijven bestaan. En het zal geschieden van nieuwemaan tot nieuwemaan en van Sabbat tot Sabbat, dat al wat leeft zal komen om zich voor Mijn aangezicht neer te buigen, zegt de Eeuwige!” (Jesaja 66:22-23). Is dat geen prachtige belofte?

dinsdag 28 december 2010

"Koning van de Joden" (2)

De God van Israël heeft Zich aan een aantal Perzische astronomen/astrologen, bekend onder de naam "Wijzen uit het Oosten" bekend willen maken. Een ster leidt hen naar de ware ‘Koning van de Joden’. En de ontmoeting met Hem heeft in het leven van deze mannen uit het Oosten heel wat teweeggebracht. In een droom worden ze door God gewaarschuwd om langs een andere weg naar huis terug te gaan, om niet ongewild handlangers van de valse koning Herodes te worden.
Niet langer beheersen de sterren hun leven – al had God dat ten goede gebruikt –, God kan hen nu direct aanspreken. En de ‘wijzen’ blijken echt wijs te zijn, want ze gehoorzamen. Omdat ze een Groot Licht hebben gezien, dat het licht van de sterren doet verbleken. Als nieuwe mensen zijn ze naar het Oosten teruggekeerd. Zij hebben de ‘Koning van de Joden’ gevonden en Hem eer bewezen. ‘Het heil is uit de Joden.’

Na de ‘Wijzen uit het Oosten’ zijn vele heidenen gevolgd, om de ‘Koning van de Joden’ eer te bewijzen.
Waarom? Wij zijn toch geen Joden? Wat hebben wij met de God van Israël? Waarom hebben wij het hier in het noorden van Europa niet gewoon bij Wodan en Donar en hun collega’s gehouden? We vieren tenslotte met Kerst in feite ook nog het Germaanse midwinterfeest!

God Zelf is het, die ons, heidenen, uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar Licht.
Het is een wonder, dat ook wij tot het volk van God mogen behoren! En er is alle reden om ons eens serieus afvragen of we niet nog met een hele reeks heidense gewoonten moeten breken.

zondag 26 december 2010

"Koning van de Joden" (1)

In Bethlehem staat de Geboortekerk, bij het Kribbeplein. Het is waarschijnlijk de oudste kerk ter wereld, gebouwd door Constantijn de Grote, de eerste christelijke Romeinse keizer, in het jaar 325. De Perzen hebben drie eeuwen later de meeste kerken in het Heilige Land verwoest, maar deze hebben ze gespaard. Waarom? Omdat ze in het mozaïek op de gevel een afbeelding zagen van mensen in Perzische klederdracht. Deze dwazen uit het Oosten die plunderend door het land trokken, herkenden ze hier plotseling iets van thuis! in de Wijzen uit het Oosten. Stel je voor, dat wij een paar Hollandse klompen zagen staan naast de kribbe… dat geeft een schok: hier is iets gebeurd dat wat met ons te maken heeft…

Ze zochten ‘de Koning der Joden’. Dertig jaar later zal dat als opschrift prijken boven het Kruis. Geschreven door een heiden… Dat is dan wat Hem ten laste wordt gelegd: dat Hij Zichzelf tot koning heeft gemaakt. Als het aan Herodes had gelegen, was het zover niet gekomen. Hij had het Licht der wereld nu reeds willen doven. Maar dat gebeurt niet, dat kan niet: ‘Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen’ (Joh. 1:5).
De 'wijzen' zijn langs een andere weg naar het Oosten teruggekeerd. Terwijl Herodes tevergeefs wacht, hebben Jozef en Maria de tijd om met het Kind een veilig heenkomen te zoeken. Herodes verneemt niets meer van hen en dat maakt hem razend, want hij is niet anders gewend, dan dat iedereen hem slaafs gehoorzaamt. En in Bethlehem gebeuren verschrikkelijke dingen. Want Herodes houdt niet van half werk. Elke mogelijke rivaal moet uit de weg geruimd worden. Al begrijpt geen weldenkend mens hoe een baby een bedreiging zou kunnen vormen voor de troon van Herodes, die dan zelf al 70 jaar is. Maar Herodes denkt niet logisch na, die is bezeten en gaat tekeer als een wild beest.
Wat zal er in Bethlehem gehuild en geschreeuwd zijn! Het doet Mattheüs denken aan woorden uit Jeremia 31: ‘In Rama hoort men klagen, bitter treuren. Rachel beweent haar zonen, zij wil niet worden getroost. Haar kinderen zijn er niet meer.’
In Rama, vlakbij Bethlehem heeft Jakob zijn lievelingsvrouw begraven.
Toen in de tijd van Jeremia het volk gedeporteerd werd naar Babel, stonden degenen die in het verwoeste land achterbleven de ballingen na te staren en riepen: Die komen nooit meer terug! God heeft dat wel beloofd, maar Hij kan zo veel beloven!!!
De profeet dacht toen: Het lijkt wel of aartsmoeder Rachel uit haar graf is opgestaan en hier zelf treurt; ze weigert getroost te worden. Bethlehem weigert getroost te worden en Rachel staat als een spookverschijning op de heuveltop, net als het beeld van Zadkine in Rotterdam, met de handen omhoog en een gat in plaats van een hart. Rachels hart ligt aan scherven en ze schreeuwt het uit.

Het profetische woord wordt geciteerd. De geschiedenis herhaalt zich. Maar let op Mattheüs’ woorden: de Naam van God wordt er niet bij genoemd. Anders dan bij andere citaten uit de profeten, lezen we hier niet, dat ‘dit gebeurde, opdat de profetie vervuld werd.’ Het is geen vervulling in de gebruikelijke zin van het woord. Gods Naam mag aan deze gebeurtenis niet verbonden worden; Hij zit hier niet achter. Hier wordt slechts duidelijk, wat er gebeurt wanneer mensen de duisternis niet weerstaan. Dan herhaalt de geschiedenis zich en worden onschuldige kinderen opgeofferd ten behoeve van de machtswaan van wereldbeheersers. Dat was 2000 jaar geleden zo, dat was 65 jaar geleden zo en dat is vandaag nog net zo.
Het is te begrijpen als Joden nu nog zeggen: Wat willen jullie toch met je Verlosser als er sinds zijn komst niets veranderd is? De kindermoord in Bethlehem was nog maar het begin; kinderspel, vergeleken bij de Kruistochten en vergeleken bij Auschwitz.
De klacht van Rachel mag klinken. Het mag van God. Schreeuw het maar uit! Laat je maar gaan! God kan er tegen!

‘Rachel weigert zich te laten troosten.’ - is er dan wel troost?
Terwijl het gejammer en geklaag in het Durchgangslager Rama niet van de lucht is, mag de onheilsprofeet Jeremia namens God NU die ballingen en de achterblijvers toch hoop geven: Maar dit zegt de HEER: Huil niet langer, droog je tranen. Je kinderen zullen terugkeren uit het land van de ballingschap. Je hebt een hoopvolle toekomst!
Je kinderen keren naar hun eigen land terug. We weten dat het is gebeurd: ruim 70 jaar later kwam er een eind aan de Ballingschap.

Bethlehem weigert zich te laten troosten - is er dan wel troost?
Ja, toch wel. Bethlehem heeft als eerste plaats in de wereld het Kerstevangelie gehoord. De herders hebben het overal bekendgemaakt. Later kwamen de Wijzen uit het Oosten. Dat was de tweede Kerstpreek die Bethlehem te horen kreeg.
Er ìs Toekomst, juist omdat dat éne kleintje niet werd gepakt maar veilig aankwam in Egypte; om straks als volwassen man een nog veel vreselijker dood te sterven aan het kruis. Hij werd gespaard voor het zwaard van Herodes omdat het kruis van Pilatus hem wachtte. Om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel en zo allen te bevrijden van de dood. Om ballingen terug te brengen uit de slavernij van de zonde. Ook tot Rachels troost.
En eenmaal zal Hij alle tranen afwissen.

Geen romantisch kerstverhaal…
We staan nog helemaal aan het begin van het Evangelie, maar meteen wordt ons duidelijk gemaakt hoe het met de zaak van Jezus Christus staat.
Mattheüs 2 wil ons duidelijk maken, dat God de geschiedenis leidt. Hij is machtiger dan het kwaad. De machten van de duisternis gaan verschrikkelijk tekeer, maar ze kunnen niet ongestoord hun gang gaan. Ze zullen overwonnen worden, maar er is nog veel strijd. Herodes zaait dood en verderf en sterft korte tijd later zelf ook. De macht van de duisternis is niet blijvend, heeft niet het laatste woord, maar moet ten onder gaan.

zondag 19 december 2010

Grote Blijdschap voor heel het volk

"Midden in de winternacht ging de hemel open." Een datum staat er in het Evangelie niet bij. Maar ook al was het niet in de winter – en al gebeurde het al helemaal niet te midden van een sprookjesachtig sneeuwtafereel -, wat de Kerk eerdaags viert, is wel het grootste wonder uit de geschiedenis: God werd mens. Dat is volstrekt uniek t.o.v. andere religies!
En dit grootste moment uit de geschiedenis gebeurde zo onopvallend, dat het zo maar had gekund, dat niemand er iets van had gemerkt! Een van de meest opmerkelijke dingen aan het Kerstevangelie is de soberheid, waardoor het schril afsteekt bij de legendevorming of bij een romantische sfeer. Midden in de grote wereldgeschiedenis wordt in armoedige omstandigheden een kind geboren, zoals er in deze wereld dagelijks duizenden geboren worden. Op het eerste gezicht helemaal niets bijzonders.

Engelen, die horen er in het Kerstverhaal natuurlijk bij, maar wat zijn het?
Iedereen heeft er wel eens een kunstvoorstelling van gezien. Maar engelen zijn geen mollige kindertjes of beeldschone vrouwen. Geen engeltjes die zoete woordjes fluisteren. In de Bijbel zijn engelen machtige wezens die vrees inboezemen. Als zij aan mensen verschijnen, is het dan ook nodig dat ze beginnen met te zeggen: ‘Wees niet bang’.
Het woord ‘engel’ is een leenwoord uit het Grieks en betekent: ‘boodschapper’. Wat die nacht gebeurd is in Bethlehem, is zo belangrijk dat er een hemelse Boodschapper voor naar de aarde gezonden worden. Terwijl de machtigen der aarde maar hun gang gaan, maakt God Zelf de geboorte van dat Kind bekend; maar niet via satellietzenders; en niet aan de machtigen der aarde. De eerste hoorders van het Evangelie zijn mensen die onderaan de maatschappelijke ladder staan. De herders in de velden bij Bethlehem vormen ook het Davidische milieu waarbinnen de Messias, de Zoon van David, geboren wordt. Voor hen gaat de hemel open. Zij zijn het die het Evangelie, het Goede nieuws als eersten horen.
De Hemel gaat open, want er moet een hemels Bericht naar de aarde gezonden worden; vanuit de Eeuwigheid breekt het binnen in de tijd. Midden in de donkere nacht straalt plotseling een hemels Licht. Die herders waren vast niet bang uitgevallen; als het nodig was beschermden zij de kudde tegen rovers en roofdieren. Maar nu vreesden zij met grote vreze. Want Gods heerlijkheid zien kan voor een sterveling alleen maar betekenen dat hij doodgaat! Doodsbang zijn ze. De hemelse Boodschapper probeert de vrees van de herders weg te nemen door er Grote Blijdschap tegenover te stellen. Grote Blijdschap voor het hele volk: Met blijdschap geven wij u kennis. – Wie is er geboren? Met drie titels wordt Hij aangeduid: Redder, Messias, Heer. Dat is wel zo’n beetje het hele arsenaal aan eretitels dat in die tijd en cultuur beschikbaar was.

En dan gaat de Hemel wéér open: Plotseling is er bij de ene Boodschapper een groot hemels Leger; stel je eens voor… dat is pas echt angstaanjagend! Die engelen dragen geen witte koorjurken, maar uniformen. In hun handen hebben ze geen trompetten, maar zwaarden. En eigenlijk zingen ze geen lied, ze heffen een strijdkreet aan, ze scanderen een leus. Met donderende stemmen prijzen deze krachtige helden hun Leider: Eer aan God in de hoogste hemel!
Ze loven Gods grote naam, zeker, maar eigenlijk is dat niet hun eerste taak. Hun eerste taak is laten zien dat er een strijd gaande is. Het engelenleger proclameert hier dat God de Allerhoogste is. En dus moet er positie gekozen worden, want er kan er maar Eén de Redder der wereld zijn. Neutraliteit is geen mogelijkheid.
Gelukkig komt dit hemelse leger hier geen oorlog voeren; ze spreken van Vrede: Vrede op aarde voor alle mensen in wie Hij welbehagen heeft’. Wie zijn dat: ‘mensen in wie God welbehagen heeft’? In de eerste plaats zijn het de herders die het te horen krijgen; maar verder was de Grote Blijdschap van dit bericht bestemd voor ‘het hele volk’.
En waar is die Vrede dan? ‘Vrede op aarde’, dat is toch geen realiteit? Hoeveel oorlogen zijn er sindsdien op aarde niet gevoerd, vaak zelfs uit naam van het Christelijk geloof?!
In het Bijbelse denken betekent ‘vrede’, Shalom, niet de afwezigheid van oorlog, maar welzijn, het goed maken, harmonie met God en mensen, het volle heil van de Eindtijd. En dat is nog wel wat anders dan de Pax Romana, de met geweld afgedwongen orde van Keizer Augustus. God loopt voorop in het vredesproces. We kennen dat wel een beetje, zo'n vredesproces. Het vond plaats tussen Israël en de Palestijnen. En het is steeds weer een grote mislukking. De vrede is ver te zoeken.
Maar het vredesproces waar God mee bezig is, waarin Gods eer op het spel staat, dat is een vredesproces dat niet kán mislukken. Eenvoudig omdat de Messias die geboren werd onze Vrede is. Er is vrede gekomen. Vrede op aarde. Wij moeten alleen nog onze lege handen met die vrede willen laten vullen. Laten vullen met heelheid en volkomenheid te midden van de verscheurdheid en de onvolkomenheid die ons leven zo vaak typeren.
God stelt er zijn eer in dichtbij mensen te zijn. Dat is wat Hij wil. Er IS vrede, zeggen de soldaten uit de hemel, want de Messias is op aarde gekomen! Vrede met God; vergeving van zonden en Licht voor hen die zijn ‘gezeten in de schaduw van de dood’.

dinsdag 7 december 2010

Het leven, dat is één groot feest

Er zijn weken bij, dat we het druk hebben. We doen het onszelf aan, sinds we als gezin een klein jaar geleden besloten hebben de Bijbelse feesten te gaan vieren. Het allereerste daarvan is de Sabbat; elke week op vrijdagavond wordt die gewijd (Kiddush) en op zaterdagavond afgesloten met de havdala-ceremonie ('havdala' betekent scheiding). De liturgische setting is voor de kinderen het feest der herkenning.
Maar zoals gezegd: er zijn weken bij, dat we het druk hebben. Naast de wekelijkse Sabbat vierden we in september Rosj HaSjana (Nieuwjaar), Jom kippoer (Grote Verzoendag), Soekot (Loofhuttenfeest) en Simchat Tora (Vreugde der Wet). Deze week vierden we Chanoeka (Tempelvernieuwing) maar het is ook nog Rosj Chodesj (Nieuwe Maan). En bij elke feestdag hoort een feestelijke maaltijd, vaak met speciale gerechten. Het heeft heel wat voeten in de aarde, maar het is een enorme verrijking van ons geloof en ons leven. De trouw van de Eeuwige, aan zijn volk Israël en aan de gelovigen uit de volken die als wilde takken geënt zijn op de edele olijf, is het waard om gevierd te worden!

woensdag 10 november 2010

‘Och, dat Gij de hemelen scheurdet...’

‘Midden in de winternacht ging de hemel open’, aldus een oud Kerstlied: toen de Messias als mens op aarde kwam.
De hemel was al eerder opengegaan: toen de Eeuwige in volle glorie neerdaalde op de Sinaï en zijn volk de Tora schonk.
Maar verder bleef de hemel aldoor gesloten.
Eeuwenlang riepen de Joden ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’ – geen antwoord. Geen toekomst meer?
Pas toen zijn volk in de hel van de shoa bijna werd uitgeroeid, toen is God opgestaan om Zich over Sion te ontfermen (Psalm 102:14).

Vorige maand ben ik met mijn gezin viermaal mee de muren van Jeruzalem op geweest, om Gods beloften van Israëls herstel te proclameren (www.neverbesilent.org).
Met eigen ogen hebben wij het fysieke herstel van Sion aanschouwd. Het wachten is op het geestelijk herstel, wanneer de sluier wordt weggenomen en zij haar Messias zal herkennen.
Dan gaat de hemel open.

In de overtuiging dat ze voor Israël in de plaats gekomen was, vertrouwde de Kerk eeuwenlang op haar eigen kracht. Maar losgesneden van de edele olijf waarop ze geënt was, heeft ze geen deel meer aan de saprijke wortel en sterft ze af; is voor haar nog herstel mogelijk?
Op het moment dat zij terugkeert naar haar wortels. Dan wordt vervuld wat is voorzegd in Jesaja 25:7 ‘En Hij zal op deze berg de sluier vernietigen, die alle natiën omsluiert, en de bedekking, waarmee alle volken bedekt zijn.'
Dan gaat de hemel open.

dinsdag 9 november 2010

Vervangingsleer is nog springlevend

Een Katholieke synode, samengeroepen in het Vaticaan voor het bespreken van de toenemende vervolging van Christenen in het Midden-Oosten, besloot zaterdag met een gezamenlijke verklaring die veel aandacht richtte op de eis dat Israël stopt met zijn 'bezetting' van Arabisch grondgebied.
De bijeenkomst was bedoeld voor de aanpak van de vervolgingen, intimidatie en discriminatie, die een ernstige achteruitgang van de christelijke gemeenschappen in de hele regio tot gevolg hebben.
Maar het grootste deel van de twee weken durende bijeenkomst werd gesproken over Israël als de oorzaak van alle ellende in het Midden-Oosten, waaronder die waarmee Christenen worden geconfronteerd.
Dit standpunt bleek uit de slotverklaring. Deze noemde de 'bezetting' van Arabisch grondgebied, de bouw van het Israëlische veiligheidshek, militaire controleposten, het gevangen houden van terroristen (in de verklaring omschreven als ‘politieke gevangenen’) en de algemene ontwrichting van het Palestijnse leven als een aantal belangrijke redenen achter de het vertrek van Palestijnse Christenen en de aanvallen van Moslims op de Joodse staat.
Cyril Salim Bustros, de in Libanon geboren Griekse aartsbisschop van Onze Lieve Vrouwe van de Annunciatie in Boston, Massachusetts, was verantwoordelijk voor het opstellen van de slotverklaring.
Hij lichtte toe dat "de Heilige Schrift niet kan worden gebruikt om de terugkeer van Joden naar Israël en de verplaatsing van de Palestijnen te rechtvaardigen, en om de bezetting door Israël van Palestijns land te rechtvaardigen". Hij ging vervolgens nog een stap verder door te verklaren dat de oorspronkelijke beloften van God aan de kinderen van Israël "teniet gedaan werden door Christus. Er is niet langer een uitverkoren volk". Bustros verwierp het idee van Israël als ‘de Joodse staat’, en benadrukte dat uiteindelijk alle zogenaamde ‘Palestijnse vluchtelingen’ naar het land moeten terugkeren (hetgeen zeker zal leiden tot de demografische vernietiging van 's werelds enige Joodse staat).
Mordechai Levi, de Israëlische ambassadeur bij het Vaticaan, sprak zijn afkeuring uit over Bustros’ opmerkingen en de schade die zij hadden berokkend aan de versterking van de banden tussen Israël en de kerk.
De Katholieke kerk heeft jarenlang geprobeerd, om zijn imago als instelling doordrenkt met anti-semitisme, te herstellen. Maar Bustros' opmerkingen maken vrij duidelijk dat het Vaticaan nog steeds vasthoudt aan de vervangingsleer die zegt dat God de Joden aan de kant heeft gezet, ondanks zijn onherroepelijk beloften aan hen, en dat ‘de Kerk’ in zijn plaats deze beloften heeft geërfd.
In 1982 bracht de Keulse rockband BAP het nummer "Kristallnaach", geschreven door hun zanger en songwriter Wolfgang Niedecken. Het wordt gezongen in het Keuls dialect, waarvan hieronder een vertaling in Hoogduits.
Het lied waarschuwt, dat dergelijke dingen opnieuw kunnen gebeuren.

Kristallnacht

1) Es kommt vor, daß ich meine, daß etwas klirrt,
daß sich irgend etwas in mich verirrt.
Ein Geräusch, nicht einmal laut,
manchmal klirrt es vertraut,
selten so, daß man es direkt durchschaut.
Man wird wach, reibt die Augen und sieht
in einem Bild zwischen Brueghel und Bosch
keinen Menschen, der um Sirenen etwas gibt,
weil Entwarnung nur halb soviel kostet.
Es riecht nach Kristallnacht.

2) In der Ruhe vor dem Sturm - was ist das?
Ganz klammheimlich verläßt wer die Stadt.
Honoratioren inkognito hasten vorbei
- offiziell sind die nicht gerne dabei,
wenn die Volksseele - allzeit bereit -
Richtung Siedepunkt wütet und schreit:
"Heil Halali" und grenzenlos geil nach Vergeltung brüllt,
zitternd vor Neid in der Kristallnacht.

3) Doch die alles, was anders ist, stört,
die mit dem Strom schwimmen, wie es sich gehört,
für die Schwule Verbrecher sind,
Ausländer Aussatz sind, brauchen wer, der sie verführt.
Und dann rettet keine Kavallerie,
kein Zorro kümmert sich darum.
Der pisst höchstens ein "Z" in den Schnee
und fällt lallend vor Lässigkeit um:
"Na und?" - Kristallnacht!

4) In der Kirche mit der Franz Kafka-Uhr,
ohne Zeiger, mit Strichen darauf nur,
liest ein Blinder einem Tauben Struwwelpeter
vor hinter dreifach verriegelter Türe.
Und der Wächter mit dem Schlüsselbund hält
sich im Ernst für so etwas wie ein Genie ,
weil er Auswege pulverisiert und verkauft gegen Klaustrophobie
in der Kristallnacht.

5) Währenddessen, am Marktplatz vielleicht,
unmaskiert, heute mit einem wahren Gesicht,
sammelt Steine, schleift das Messer,
auf die, die schon verpetzt,
probt der Lynch-Mob für das jüngste Gericht.
Und zum Laden nur flüchtig vertäut
- die Galeeren stehen längst unter Dampf -
wird im Hafen auf Sklaven gewartet,
auf den Schrott aus dem ungleichen Kampf
aus der Kristallnacht.

6) Da, wo Darwin für alles herhält,
ob man Menschen vertreibt oder quält, da,
wo hinter Macht Geld ist, wo stark sein die Welt ist,
von Kuschen und Strammstehen entstellt.
Wo man Hymnen auf dem Kamm sogar bläst
in barbarischer Gier nach Profit,
"Hosianna" und "Kreuzigt ihn!" ruft,
wenn man irgendeinen Vorteil darin sieht,
ist täglich Kristallnacht.

Kristallnachtherdenking

9 november 1938. Een menigte rende door de straten van steden in heel Duitsland. Doelwit: Joden die werden aangevallen. Er werden 267 synagogen in brand gestoken; 7500 winkels en bedrijven van Joden werden vernield. De benden drongen binnen in huizen van Joodse mensen, Joodse scholen, begraafplaatsen en zelfs in ziekenhuizen. Het werd de brandweer verboden om de branden te blussen. 92 Joden werden vermoord. De naam 'Kristallnacht' is een mooie naam voor de glasschade. De straten lagen bezaaid met gebroken glas.

Dit jaar hebben geestverwanten binnen de Verenigde Naties besloten om geen woord te wijden aan de aanval door Libanese soldaten op een Israëlische grenspost, waarvan de VN-soldaten hadden toegegeven dat de Joodse soldaten geen enkele fout hadden begaan. Onlangs zijn twee beroemde Joodse objecten door UNESCO veranderd in moskeeën en afgevoerd van de Israëlische lijst van nationaal erfgoed, namelijk de Grot van Machpela - het Graf van de Aartsvaders - en de Graftombe van Rachel. 4000 jaar geschiedenis dreigt vernietigd te worden, vanwege een politiek winstpuntje voor de Secretaris-generaal van de VN. Antisemitisme.

In Nederland is de herdenking van de Kristallnacht gekaapt door extreemlinkse clubs als 'Nederland bekent Kleur'. In verband met hun "herdenking" wordt opgeroepen om Israël te boycotten. Er komen sprekers aan het woord die een vergelijking hebben gemaakt tussen de nazi's en het huidige Israël. En er zijn deelnemers aan de herdenking die zich tooien met een Palestijnse sjaal in de rode kleur van Hamas.
Al sinds 1992 is NBK de herdenking aan het verwijderen van de oorspronkelijke bedoeling, te weten moord op Joden.
De toespraken vorig jaar gingen over die arme moslims in ons land, die voortdurend verdrukt worden gelijk de Joden destijds
Dat is te dwaas voor woorden, een gotspe en het is dus uitstekend, dat vanaf volgend jaar het Centraal Joods Overleg (CJO) zelf weer een herdenking gaat organiseren.

Lees ook: http://www.nik.nl/2010/11/bezorgdheid-om-kristallnachtherdenking/