Een Bijbelse kijk op Israël

woensdag 10 november 2010

‘Och, dat Gij de hemelen scheurdet...’

‘Midden in de winternacht ging de hemel open’, aldus een oud Kerstlied: toen de Messias als mens op aarde kwam.
De hemel was al eerder opengegaan: toen de Eeuwige in volle glorie neerdaalde op de Sinaï en zijn volk de Tora schonk.
Maar verder bleef de hemel aldoor gesloten.
Eeuwenlang riepen de Joden ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’ – geen antwoord. Geen toekomst meer?
Pas toen zijn volk in de hel van de shoa bijna werd uitgeroeid, toen is God opgestaan om Zich over Sion te ontfermen (Psalm 102:14).

Vorige maand ben ik met mijn gezin viermaal mee de muren van Jeruzalem op geweest, om Gods beloften van Israëls herstel te proclameren (www.neverbesilent.org).
Met eigen ogen hebben wij het fysieke herstel van Sion aanschouwd. Het wachten is op het geestelijk herstel, wanneer de sluier wordt weggenomen en zij haar Messias zal herkennen.
Dan gaat de hemel open.

In de overtuiging dat ze voor Israël in de plaats gekomen was, vertrouwde de Kerk eeuwenlang op haar eigen kracht. Maar losgesneden van de edele olijf waarop ze geënt was, heeft ze geen deel meer aan de saprijke wortel en sterft ze af; is voor haar nog herstel mogelijk?
Op het moment dat zij terugkeert naar haar wortels. Dan wordt vervuld wat is voorzegd in Jesaja 25:7 ‘En Hij zal op deze berg de sluier vernietigen, die alle natiën omsluiert, en de bedekking, waarmee alle volken bedekt zijn.'
Dan gaat de hemel open.

dinsdag 9 november 2010

Vervangingsleer is nog springlevend

Een Katholieke synode, samengeroepen in het Vaticaan voor het bespreken van de toenemende vervolging van Christenen in het Midden-Oosten, besloot zaterdag met een gezamenlijke verklaring die veel aandacht richtte op de eis dat Israël stopt met zijn 'bezetting' van Arabisch grondgebied.
De bijeenkomst was bedoeld voor de aanpak van de vervolgingen, intimidatie en discriminatie, die een ernstige achteruitgang van de christelijke gemeenschappen in de hele regio tot gevolg hebben.
Maar het grootste deel van de twee weken durende bijeenkomst werd gesproken over Israël als de oorzaak van alle ellende in het Midden-Oosten, waaronder die waarmee Christenen worden geconfronteerd.
Dit standpunt bleek uit de slotverklaring. Deze noemde de 'bezetting' van Arabisch grondgebied, de bouw van het Israëlische veiligheidshek, militaire controleposten, het gevangen houden van terroristen (in de verklaring omschreven als ‘politieke gevangenen’) en de algemene ontwrichting van het Palestijnse leven als een aantal belangrijke redenen achter de het vertrek van Palestijnse Christenen en de aanvallen van Moslims op de Joodse staat.
Cyril Salim Bustros, de in Libanon geboren Griekse aartsbisschop van Onze Lieve Vrouwe van de Annunciatie in Boston, Massachusetts, was verantwoordelijk voor het opstellen van de slotverklaring.
Hij lichtte toe dat "de Heilige Schrift niet kan worden gebruikt om de terugkeer van Joden naar Israël en de verplaatsing van de Palestijnen te rechtvaardigen, en om de bezetting door Israël van Palestijns land te rechtvaardigen". Hij ging vervolgens nog een stap verder door te verklaren dat de oorspronkelijke beloften van God aan de kinderen van Israël "teniet gedaan werden door Christus. Er is niet langer een uitverkoren volk". Bustros verwierp het idee van Israël als ‘de Joodse staat’, en benadrukte dat uiteindelijk alle zogenaamde ‘Palestijnse vluchtelingen’ naar het land moeten terugkeren (hetgeen zeker zal leiden tot de demografische vernietiging van 's werelds enige Joodse staat).
Mordechai Levi, de Israëlische ambassadeur bij het Vaticaan, sprak zijn afkeuring uit over Bustros’ opmerkingen en de schade die zij hadden berokkend aan de versterking van de banden tussen Israël en de kerk.
De Katholieke kerk heeft jarenlang geprobeerd, om zijn imago als instelling doordrenkt met anti-semitisme, te herstellen. Maar Bustros' opmerkingen maken vrij duidelijk dat het Vaticaan nog steeds vasthoudt aan de vervangingsleer die zegt dat God de Joden aan de kant heeft gezet, ondanks zijn onherroepelijk beloften aan hen, en dat ‘de Kerk’ in zijn plaats deze beloften heeft geërfd.
In 1982 bracht de Keulse rockband BAP het nummer "Kristallnaach", geschreven door hun zanger en songwriter Wolfgang Niedecken. Het wordt gezongen in het Keuls dialect, waarvan hieronder een vertaling in Hoogduits.
Het lied waarschuwt, dat dergelijke dingen opnieuw kunnen gebeuren.

Kristallnacht

1) Es kommt vor, daß ich meine, daß etwas klirrt,
daß sich irgend etwas in mich verirrt.
Ein Geräusch, nicht einmal laut,
manchmal klirrt es vertraut,
selten so, daß man es direkt durchschaut.
Man wird wach, reibt die Augen und sieht
in einem Bild zwischen Brueghel und Bosch
keinen Menschen, der um Sirenen etwas gibt,
weil Entwarnung nur halb soviel kostet.
Es riecht nach Kristallnacht.

2) In der Ruhe vor dem Sturm - was ist das?
Ganz klammheimlich verläßt wer die Stadt.
Honoratioren inkognito hasten vorbei
- offiziell sind die nicht gerne dabei,
wenn die Volksseele - allzeit bereit -
Richtung Siedepunkt wütet und schreit:
"Heil Halali" und grenzenlos geil nach Vergeltung brüllt,
zitternd vor Neid in der Kristallnacht.

3) Doch die alles, was anders ist, stört,
die mit dem Strom schwimmen, wie es sich gehört,
für die Schwule Verbrecher sind,
Ausländer Aussatz sind, brauchen wer, der sie verführt.
Und dann rettet keine Kavallerie,
kein Zorro kümmert sich darum.
Der pisst höchstens ein "Z" in den Schnee
und fällt lallend vor Lässigkeit um:
"Na und?" - Kristallnacht!

4) In der Kirche mit der Franz Kafka-Uhr,
ohne Zeiger, mit Strichen darauf nur,
liest ein Blinder einem Tauben Struwwelpeter
vor hinter dreifach verriegelter Türe.
Und der Wächter mit dem Schlüsselbund hält
sich im Ernst für so etwas wie ein Genie ,
weil er Auswege pulverisiert und verkauft gegen Klaustrophobie
in der Kristallnacht.

5) Währenddessen, am Marktplatz vielleicht,
unmaskiert, heute mit einem wahren Gesicht,
sammelt Steine, schleift das Messer,
auf die, die schon verpetzt,
probt der Lynch-Mob für das jüngste Gericht.
Und zum Laden nur flüchtig vertäut
- die Galeeren stehen längst unter Dampf -
wird im Hafen auf Sklaven gewartet,
auf den Schrott aus dem ungleichen Kampf
aus der Kristallnacht.

6) Da, wo Darwin für alles herhält,
ob man Menschen vertreibt oder quält, da,
wo hinter Macht Geld ist, wo stark sein die Welt ist,
von Kuschen und Strammstehen entstellt.
Wo man Hymnen auf dem Kamm sogar bläst
in barbarischer Gier nach Profit,
"Hosianna" und "Kreuzigt ihn!" ruft,
wenn man irgendeinen Vorteil darin sieht,
ist täglich Kristallnacht.

Kristallnachtherdenking

9 november 1938. Een menigte rende door de straten van steden in heel Duitsland. Doelwit: Joden die werden aangevallen. Er werden 267 synagogen in brand gestoken; 7500 winkels en bedrijven van Joden werden vernield. De benden drongen binnen in huizen van Joodse mensen, Joodse scholen, begraafplaatsen en zelfs in ziekenhuizen. Het werd de brandweer verboden om de branden te blussen. 92 Joden werden vermoord. De naam 'Kristallnacht' is een mooie naam voor de glasschade. De straten lagen bezaaid met gebroken glas.

Dit jaar hebben geestverwanten binnen de Verenigde Naties besloten om geen woord te wijden aan de aanval door Libanese soldaten op een Israëlische grenspost, waarvan de VN-soldaten hadden toegegeven dat de Joodse soldaten geen enkele fout hadden begaan. Onlangs zijn twee beroemde Joodse objecten door UNESCO veranderd in moskeeën en afgevoerd van de Israëlische lijst van nationaal erfgoed, namelijk de Grot van Machpela - het Graf van de Aartsvaders - en de Graftombe van Rachel. 4000 jaar geschiedenis dreigt vernietigd te worden, vanwege een politiek winstpuntje voor de Secretaris-generaal van de VN. Antisemitisme.

In Nederland is de herdenking van de Kristallnacht gekaapt door extreemlinkse clubs als 'Nederland bekent Kleur'. In verband met hun "herdenking" wordt opgeroepen om Israël te boycotten. Er komen sprekers aan het woord die een vergelijking hebben gemaakt tussen de nazi's en het huidige Israël. En er zijn deelnemers aan de herdenking die zich tooien met een Palestijnse sjaal in de rode kleur van Hamas.
Al sinds 1992 is NBK de herdenking aan het verwijderen van de oorspronkelijke bedoeling, te weten moord op Joden.
De toespraken vorig jaar gingen over die arme moslims in ons land, die voortdurend verdrukt worden gelijk de Joden destijds
Dat is te dwaas voor woorden, een gotspe en het is dus uitstekend, dat vanaf volgend jaar het Centraal Joods Overleg (CJO) zelf weer een herdenking gaat organiseren.

Lees ook: http://www.nik.nl/2010/11/bezorgdheid-om-kristallnachtherdenking/

donderdag 14 oktober 2010

De bouwstop, het bos en de bomen

In hun berichtgeving over de Westelijke Jordaanoever ‘vergeten’ de media essentiële informatie te verstrekken. Dit leidt tot verkeerde conclusies in de internationale benadering van Israël.

Het verlopen van de unilaterale bouwstop van tien maanden op de Westoever heeft voor een nieuwe crisis rond Israël gezorgd. De Palestijnen zijn er opnieuw in geslaagd om internationale druk op Israël te genereren.
De internationale gemeenschap reageerde voorspelbaar en veroordeelde Israël voor het niet verlengen van de bouwstop. Het lijkt er echter sterk op dat men door de bomen het bos niet meer ziet.
Op een bijeenkomst in Amsterdam op 4 oktober kwam de bouwstop ook aan de orde. Voormalig EU-commissaris Bolkestein noemde daar de hervatting van de bouw door Israël „stupide politiek”, waarop de ook aanwezige Israëlische ambassadeur bijna uit zijn diplomatieke harnas stapte en Bolkesteins woordgebruik kapittelde. Wat velen ontging was dat Bolkestein, die pro-Israël is, zijn opvattingen baseerde op een gebrek aan informatie. Zo zei hij dat Israël de bouwstop had opgeheven en daarmee het vredesproces had gecompliceerd.
In het internationale tumult was dit niet de enige verkeerde aanname de laatste weken. Natuurlijk werd de bouwstop niet ”opgeheven” door Israël. Er was sprake van het aflopen van de periode van tien maanden, die vanaf het begin was bedoeld om de Palestijnen naar de onderhandelingstafel terug te krijgen. De Palestijnse president Mahmud Abbas verspilde echter negen maanden van die bouwstop. De VS dwongen hem uiteindelijk om hernieuwde onderhandelingen met Israël aan te gaan.
De media droegen traditioneel hun steentje bij aan het ontstaan van de verkeerde aannames. Zo berichtte CNN op 26 september dat „Israël de bulldozers de Westover op stuurde zodra de bouwstop afliep.” Israël stuurde echter geen bulldozers; wel was er sprake van hervatting van bouwprojecten die tien maanden geleden waren stilgelegd.
Er is echter geen sprake van grootschalige nieuwe projecten of landroof, zoals in meer extremistische kringen wordt beweerd. In hun obsessie met de bouw in de Joodse gemeenschappen op de Westoever ‘vergeten’ de media essentiële informatie te verstrekken over andere aspecten van dit vredesproces.
Een voorbeeld is de Palestijnse houding ten opzichte van de bouwstop. Die werkt bijna op de lachspieren. Tijdens de eerdere onderhandelingen over een definitief akkoord was de Palesteinse Autoriteit (PA) namelijk al akkoord gegaan met de inlijving van 80 procent van de Joodse gemeenschappen op de Westoever bij Israël.
Daarnaast zijn de Palestijnen zelf degenen die tot op de dag van vandaag de bouwprojecten in deze gemeenschappen uitvoeren. PA- hoofdonderhandelaar Saeb Arekat is zo multimiljonair geworden. Zijn fabrieken leveren het beton voor de bouw van huizen in de Joodse gemeenschappen en het veiligheidshek dat Israël bouwt.
De Palestijnse obstructie van het vredesproces is een ander gegeven waarover nauwelijks wordt gerapporteerd buiten Israël. Abbas blokkeerde negen maanden lang de Amerikaanse pogingen om het vredesproces vlot te trekken. In diezelfde periode ging de PA onverminderd door met de ophitsingcampagne tegen Israël. In maart dit jaar resulteerde dat bijna in de derde intifada, toen de PA beweerde dat Israël de moslimheiligdommen bedreigde.
Een ander voorbeeld is de wijze waarop Abbas zijn ‘mandaat’ kreeg voor het voeren van besprekingen met Israël. De PLO-constitutie schrijft voor dat bij dergelijke cruciale beslissingen twaalf van de achttien leden van het uitvoerend PLO-comité voor moeten stemmen. Tijdens de vergadering in Ramallah stemden echter slechts negen leden van dit comité voor deze beslissing. Legaal heeft Abbas dus geen mandaat voor het voeren van deze besprekingen. Een eventueel akkoord met Israël zal dan ook ongetwijfeld ongeldig worden verklaard door de PLO. Het ontbreken van dergelijke informatie in de berichtgeving over het zoveelste vredesproces leidt dus opnieuw tot verkeerde conclusies in de internationale benadering van Israël.
Los van deze verkeerde aannames rijst de vraag of Europese politici zich voldoende realiseren wat de grenzen zijn van de concessies die Israël zich kan permitteren. Tot nu toe heeft iedere Israëlische concessie geleid tot meer extremisme van de Arabieren of zelfs tot oorlog. Concessies worden namelijk in de Arabische wereld gezien als een teken van zwakte.
De Westoever is echter geen Zuid-Libanon of Gaza; het is strategisch een uitermate vitaal gebied voor Israël. Aan de Israëlische kant is er bovendien weinig meer weg te geven op de Westoever. De PA fungeert er feitelijk al als een staat en heeft de steun van de internationale gemeenschap.
De politiek van Israël lijkt er nu op gericht om iedere verdere Israëlische concessie –zoals het verlengen van de bouwstop– te koppelen aan Palestijnse concessies die cruciaal zijn voor opheffing van dit conflict. Een dergelijke politiek is dus niet stupide, maar getuigt van inzicht in de kern van het conflict en de wijze waarop het opgelost moet worden.

Geschreven door Yochanan Visser, onderzoeker voor Missing Peace in Jeruzalem. http://missingpeace.eu/nl/

zondag 3 oktober 2010

De bruiloft van het Lam

Als wij de Maaltijd van de Heer vieren, kijken wij niet alleen terug naar wat God gedaan heeft, we zien bovendien met groot verlangen uit naar Jezus’ wederkomst in heerlijkheid en naar de Bruiloft van het Lam.
Jezus is de Bruidegom, dat is duidelijk. Maar wie is de bruid?
Velen leren, dat de Kerk, de Gemeente, ‘de bruid van Christus’ is, maar dat is een terminologie die we in de Bijbel zo niet tegenkomen!
In de Evangeliën is Jezus het ‘Lam van God’ en de ‘Bruidegom’, maar in de Evangeliën is natuurlijk nog geen sprake van de Kerk. De Gemeente wordt door de apostelen regelmatig aangeduid als het ‘lichaam van Christus’, – door Hem gekocht en betaald! – maar niet als zijn bruid. En Jezus wordt in de Brieven telkens aangeduid als Heer en Heiland, en als het Hoofd van het lichaam, maar niet als Bruidegom. Zou het dan niet vreemd om zo maar te zeggen dat het ‘Lichaam van Christus’ gelijk is aan de ‘Bruid van Christus’?

Wie is de Bruid van het Lam? Gelukkig hoeven wij niet op onze eigen menselijke redeneren te vertrouwen om een goed antwoord te geven op deze vraag. De Schrift is er overduidelijk in, dat de "Bruid" is: Israël.
In het laatste Bijbelboek, de Openbaring, wordt gezegd, dat de Bruiloft van het Lam aanstaande is, en dat de Bruid zich gereedmaakt, in afwachting van de Bruidegom. Ze zijn al in ondertrouw. In de Grote Verdrukking zal het volk van God worden beproefd om te beslissen Wie ze wil gehoorzamen. En als de Bruidegom komt, zal de gelovige rest van zijn volk behouden worden.
Wij hoeven ons dus niet meer af te vragen wie die bruid is, want de Bruidegom Zelf heeft Zijn keuze reeds gemaakt: Hij heeft voor Zich Israël tot bruid gekozen (althans het gelovige deel van Israël)! Op de berg Sinaï vond de verloving plaats en werd door de Bruidegom de Tora als huwelijksakte opgemaakt en heel officieel aan de notaris overhandigd. Deze notaris was Mozes, want hij trad op als pleitbezorger voor zijn volk. In deze huwelijksakte heeft de Bruidegom Zijn voorwaarden op schrift gesteld, waaraan de bruid zou moeten voldoen binnen het huwelijk met Hem. Hij schreef precies wat Hij van haar verlangt en wat Hij haar verbiedt. Als Oosterse Bruidegom is Hij Degene die het voor het zeggen heeft en daarom noemt Hij die huwelijksvoorwaarden dan ook in de gebiedende wijs op: "Gij zult!" en "Gij zult niet!" en Israël, als gehoorzame Oosterse bruid, spreekt Hem niet tegen en doet wat haar geliefde Bruidegom behaagt! Zoals het een Oosterse Bruid betaamd heeft Israël de huwelijksakte onvoorwaardelijk en zonder tegenspraak aanvaard, want de Israëlieten hebben in de Sinaï-woestijn plechtig beloofd dat zij zich aan de inzettingen van de Tora zouden houden.
In de huwelijksakte geeft de Bruidegom tevens heel duidelijk een nauwkeurige omschrijving van de identiteit van de bruid: "de geboren Israëlieten én de vreemdelingen in uw midden". Het was dus al vanaf het begin de nadrukkelijke wens van de Bruidegom, dat gelovigen uit de volken die zich bij Hem aansluiten deel zouden uitmaken van Zijn bruid Israël!
Zolang de vreemdelingen in het midden van Israël Oosterse vreemdelingen waren, was er nog niets aan de hand, want de Egyptenaren en Midjanieten, die met de Israëlieten mee door de woestijn trokken, hadden zich volledig aangepast en als het ware de huwelijksakte mee ondertekend! De problemen kwamen pas, toen er later ook Westerse vreemdelingen deel gingen uitmaken van de Oosterse bruid Israël, zoals Grieken en Romeinen! Toen veranderde de situatie drastisch: de gelovigen uit de volken (de christenen) zagen opeens niet meer dat zij deel mogen uitmaken van de reeds gekozen bruid, maar zij zeiden: Wij zijn de bruid!!!
Opeens waren er dus twee bruiden: de gehoorzame Oosterse bruid Israël, die door de hemelse Bruidegom is gekozen, en de geëmancipeerde Westerse bruid “Kerk”, die zichzelf aanbiedt aan de Bruidegom! In het Oosterse denken is het onbehoorlijk als een vrouw zichzelf aanbiedt ten huwelijk, want het initiatief gaat altijd uit van de Bruidegom en niet andersom.
En wat denkt u op welke bruid de Bruidegom Zijn keuze laat vallen als Hij straks komt om haar op te halen voor de Bruiloft van het Lam:
a) de gehoorzame Oosterse bruid, die haar Echtgenoot wil behagen en uit liefde rekening houdt met Zijn wensen, want zij heeft de huwelijksakte reeds aanvaard en ondertekend of
b) de geëmancipeerde Westerse bruid, die zich door niemand de wet laat voorschrijven (en zeker niet door haar echtgenoot!), die eigen baas wil zijn en de huwelijksakte, de Tora, met de huwelijksvoorwaarden niet aanvaard, omdat ze haar namelijk beschouwd als achterhaald en niet van toepassing. Een huwelijk tussen een Oosterse man en een Westerse geëmancipeerde vrouw op deze basis vraagt natuurlijk om problemen en zal niet lang stand houden. De Bruidegom niet lang hoeft niet lang na te denken over zijn keuze. Sterker nog: Hij hoeft helemaal niet te kiezen, want Hij heeft Zijn keuze al lang gemaakt en Hij is nogal eenkennig.
Het wordt hoog tijd, dat de gelovigen uit de heidenen de huwelijksakte maar eens grondig gaan bestuderen, en zeker de passages omtrent de ware identiteit van de bruid. Het zou toch zonde zijn, als ze door dit misverstand de bruiloft zouden missen... want nogmaals: De Eeuwige heeft geen twéé bruiden (Israël én de Gemeente). Hij heeft ook geen harem! Als iedere kerkgenootschap van zichzelf beweert de bruid te zijn, hoeveel bruiden zijn het er dan niet? Hij is monogaam.
Hij zei tegen Israël: “Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig!!! Ik zal u Mij tot bruid werven door gerechtigheid en recht, door goedertierenheid en ontferming; Ik zal u Mij tot bruid werven door trouw; en gij zult de Eeuwige kennen.” (Hosea 2).
Met blijdschap in ons hart en vol verwachting mogen we uitzien naar de spoedige komst van de Hemelse Bruidegom. Johannes wordt geïnspireerd om te schrijven: "Zalig zij, die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam." De Bruid behoort uiteraard niet tot de gasten die genodigd worden. Dat moeten de gelovigen uit de heidenen zijn die uitgenodigd zijn om deel te hebben aan de zegeningen van het Koninkrijk: een hemel op aarde!
“En hij zei tot mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God.”

zaterdag 2 oktober 2010

Hij heeft de muur afgebroken

In Efeziërs 2 schrijft de apostel Paulus over de enorme verandering die de gelovigen hebben doorgemaakt. Van de komende Messias hadden zij als heidenen nooit gehoord, daarom was hun bestaan eerst zo intens triest. Wat een geestelijke armoede! Ze stonden bovendien buiten de gemeenschap van Israël, het volk van God. Met geen enkel ander volk heeft de Eeuwige zo’n speciale relatie willen aanknopen (Ps. 147:19-20).
Israël is de drager van de goddelijke openbaring. De heidenen is die vreemd.
Bij het Joodse volk bestaat sinds eeuwen het machtige vooruitzicht van het Messiaanse heil, …waarin volgens de profeten ook de heidenen zullen mogen delen; maar dat weten de heidenen niet uit zichzelf. Daarom leven ze zonder hoop in een uitzichtloze situatie, duisternis.
“Maar nu!” – die situatie is voorbij en alles is radicaal veranderd. “Vroeger waren jullie ver weg en nu zijn jullie dichtbij gekomen.” Er is sprake van een totale verandering aangezien er nu een relatie met de God van Israël is. Door de verbondenheid met Jezus de Messias zijn de gelovigen uit de volken nu ook dichtbij gekomen.
De apostel breekt uit in een lied: “Want Hij is onze vrede!” – ‘Shalom’ is in het Jodendom een typering van de messiaanse tijd. “Hij heeft de muur afgebroken”, de omheining die het volk van God omgaf, opdat zij met geen van de andere volken op de een of andere wijze gemeenschap zouden oefenen.
“Hij heeft de vijandschap in zijn vlees overwonnen”.
De spanning tussen Israël en de heidenwereld is door Jezus in principe opgeheven. Helaas had de door God gewilde omheining door menselijk toedoen vervreemding, ergernis, haat en vijandschap opgeroepen. Jezus heeft die vijandschap weggenomen door zijn overgave tot de dood aan het kruis. Als mens heeft Hij het vonnis vernietigd omdat Hij als enige volkomen leefde naar Gods wil (de Tora) tot zelfs de uiterste consequentie in zijn liefde tot de dood.
Alleen op die manier kon Hij God met de mens verzoenen. Daarom is er sindsdien geen complete afzondering meer van het uitverkoren volk. Er is rechtstreekse gemeenschap van Joden en heidenen mogelijk. Gelovigen ontvangen dankzij Jezus gerechtigheid en niet door te voldoen aan de eis van de wet.
“De wet der geboden in inzettingen bestaande” heeft Hij buiten werking gesteld. – Laat niemand denken dat de apostel hier beweert, dat de Tora van Mozes is afgeschaft. Met die misvatting is Jezus Zelf ook al geconfronteerd; vandaar dat Hij in het begin van zijn Bergrede zei: “Denk niet dat Ik gekomen ben om de Tora en de profeten te ontbinden; maar om die te vervullen”. De heilzame geboden van God blijven recht overeind staan; in het zendingsbevel horen we Jezus zeggen: “Leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.”
Als Paulus dus schrijft over “De wet der geboden in inzettingen bestaande”, wil hij duidelijk maken dat allen die in Christus zijn, niet meer onderworpen zijn aan de dwingende bevelen die erbij verzonnen zijn, menselijke inzettingen die het leven onnodig zwaar maken.
Het doel van de Verlosser is: Joden en heidenen, bevrijd van schuld en oordeel, tot één nieuwe mens te vormen; en die beiden verzoenen met God. Het plaatsvervangend lijden en sterven vormt de basis van het spreken over deze nieuwe gemeenschap. Jezus heeft Zichzelf als een offer tot verzoening gegeven toen Hij stierf aan het kruis op Golgotha. “Door Hem hebben wij beiden (als Joden en gelovigen uit de volken) toegang in één Geest tot de Vader”.
Nu zijn gelovigen uit de heidenen niet langer allochtonen (mensen zonder burgerrecht), maar medeburgers van de heiligen en leden van Gods gezin.

woensdag 29 september 2010

Vreugde der Wet?

De kans is groot, dat veel mensen van Psalm 119 niet meer weten, dan dat het de langste is van alle psalmen. En niet zo’n beetje ook: hij is meteen tweeënhalf keer zo lang als de op één na langste psalm en wel acht keer zo lang als een gemiddelde psalm!
Psalm 119 is een ‘gebed zonder end’; op het eerste gezicht langdradig, eentonig, vol herhalingen… om moe van te worden.
Maar als je niet afgaat op de eerste indruk, als je bereid bent deze psalm eens goed te bekijken, dan zie je iets heel anders! Bij nader inzien is het een knap, kunstig lied.
De onberijmde psalm telt 22 strofen, overeenkomstig het aantal letters van het hebreeuwse alfabet. Elk van die strofen heeft 8 zinnen, die in de grondtekst alle 8 met dezelfde letter beginnen: de verzen 1-8 dus zogezegd allemaal met een ‘a’, de verzen 9-16 allemaal met een ‘b’ enz.
Een groot ABC dus, waarin de dichter er alles aan gelegen is om aan de gemeente door te geven hoe héérlijk Gods Wet is en hoe je daar als gelovig mens intens van genieten kunt.
Anders dan voor Joodse oren, klinkt het voor onze oren als een innerlijke tegenspraak: ‘wet’ en ‘vreugde’. Van wetten en regels en inzettingen zijn wij in het algemeen niet zo gediend: ze worden vaak ervaren als knellend, beperkend in bewegingsruimte en lastig.
Het Hebreeuwse woord ‘Tora’, dat in vrijwel alle Bijbelvertalingen wordt weergegeven met ‘Wet’, heeft een totaal andere gevoelswaarde dan wat wij onder ‘wet’ verstaan. Het is afgeleid van het Hebreeuwse woord voor ‘wijzen’. God wijst de weg, geeft aanwijzingen. En die aanwijzingen worden in de langste psalm met 8 verschillende woorden aangeduid: wet - getuigenissen - wegen - bevelen - inzettingen - geboden - verordeningen - belofte.
In vrijwel elk vers van deze psalm vinden we wel één van deze woorden. En die acht aanduidingen hebben één allesbeheersende en doorlopende bedoeling: Mensen, wees er toch van doordrongen welk een kostelijk geschenk het is, dat de HEER ons duidelijk maakt wat zijn plan is met ons leven: dat Hij ons van harte het leven van verlossing gunt.
De dichter van Psalm 119 zegt: ‘Leven naar uw richtlijnen geeft mij vreugde, meer vreugde dan rijkdom en overvloed.’ De hele dag is hij ermee bezig, en beslist niet met tegenzin. Integendeel: hierin vindt hij leven, licht, troost, wijsheid, kracht en vreugde. Hij kan ervan zingen, dag en nacht. Want: het zijn de aanwijzingen van díe God, die gezegd heeft: ‘Ik ben jouw God’; de God die Israël gered heeft uit de boze machten van dictatuur, terreur en willekeur; Die jou, met heel je volk, op de weg naar de toekomst heeft gezet.
Uit talrijke klachten en gebeden in deze psalm wordt duidelijk dat de dichter het moeilijk heeft. Niet zómaar, maar juist vanwege zijn oprechte bedoeling om vroom te leven. Dat levert hem smaad op, lastercampagnes en verdrukking. De dichter voelt zich ‘klein’, onzeker, weerloos. Daarom klampt hij zich des te meer vast aan het Woord van God. We moeten bedenken, dat de dichter daarvoor niet meer tot zijn beschikking zal hebben gehad dan de Tora, de eerste vijf boeken van de Bijbel: Genesis t/m Deuteronomium. De rest van de Bijbel was nog niet geschreven.

De synagoge leest in een jaar tijd volgens een vast rooster de hele Thora door.
Dat wat begint, moet ook een keer eindigen, dat is een ding dat zeker is; niets is hier blijvend.
Maar dat geldt niet voor God. Hij heeft geen begin en geen einde. In de jaarlijkse Toralezing van de synagoge zie je dat uitgebeeld. Op Simchat Tora, ‘Vreugde der Wet’ wordt het slot van Deuteronomium gelezen en meteen daarna het begin van Genesis. Zodra men aan het einde van de boekrol gekomen is, begint men weer bij het begin. Want het Woord van God is nooit “uit”. Het Woord van de Oneindige God is een onuitputtelijke bron.

Een eeuwig verbond

God sluit een verbond met mensen, dat kom je op veel plaatsen in de Bijbel tegen: met de hele schepping, met Noach, met Abraham, met een heel volk in de tijd van Mozes. - Ook met ons???
In de gereformeerde traditie zeggen we, dat je door de Doop in het Verbond wordt opgenomen. Klopt dat wel met de Bijbel? We zeggen intussen niet meer zo maar, dat de Doop in plaats van de besnijdenis is gekomen (en de Kerk dus logischerwijs in de plaats van Israël).
Maar wat dan wel?

Wat is dat nu precies: een “verbond”?
Een verbond is een contract tussen twee partijen. Mensen konden destijds een verbond sluiten met elkaar. Dat kan vandaag de dag in feite nog net zo: Bepaalde afspraken kunnen worden vastgelegd bij de notaris, waaraan beide partijen zich hebben te houden (waaraan beide partijen zich natuurlijk ook willen houden!). Een zakelijke overeenkomst bijvoorbeeld. En ook het huwelijk is een verbond.
Met het zich houden aan de afspraken, staat of valt een verbond, dat zal duidelijk zijn. Als een van beide partijen zich er niet aan houdt, wordt het verbond verbroken.
Net zoals mensen een verbond kunnen sluiten met elkaar, sluit ook God een verbond met mensen. Maar er is wel een belangrijk verschil! Letterlijk zegt God tegen Abram: ‘Ik geef mijn verbond tussen Mij en jou.’ Het Verbond is een geschenk van God.
Gods belofte aan Abram luidt: ‘Ik zal voor jou en je nageslacht een God zijn.’ Daarom wordt hij ‘vader van alle gelovigen’. Geestelijke nakomelingen van Abraham zijn al degenen die, net als Abraham, de weg gaan die God wijst. En als later op de berg Sinaï het Verbond met Israël vernieuwd wordt, luiden de eerste woorden die God spreekt: ‘Ik ben de Eeuwige, jouw God.’

Telkens weer blijken mènsen onbetrouwbare verbondspartners te zijn; zíj verbreken het verbond.
Aan God heeft het nooit gelegen; die geeft het niet snel op. Als zijn partners in het verbond ontrouw worden, zet Hij alles op alles om ze terug te winnen, om het verbond in stand te houden. Groot is zijn geduld.
We horen in het boek dat de naam draagt van de profeet Jeremia over een Nieuw Verbond: "De dag zal komen – spreekt de HEER – dat ik met het volk van Israël en het volk van Juda een nieuw verbond sluit, een ander verbond dan ik met hun voorouders sloot toen ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte weg te leiden. Zij hebben dat verbond verbroken, hoewel ze mij toebehoorden – spreekt de Eeuwige. Maar dit is het verbond dat ik in de toekomst met Israël zal sluiten – spreekt de Eeuwige: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij mijn volk. Men zal elkaar niet meer hoeven te onderwijzen met de woorden: “Leer de Eeuwige kennen,” want iedereen, van groot tot klein, kent mij dan al – spreekt de Eeuwige. Ik zal hun zonden vergeven en nooit meer denken aan wat ze hebben misdaan." (Jer. 31:31-34)
Deze woorden van de profeet Jeremia zijn de in het Nieuwe Testament vaakst aangehaalde woorden uit het Oude Testament.

In de Brief aan de Hebreeën worden de overeenkomsten en verschillen tussen het Oude en het Nieuwe Verbond uiteengezet. Er zijn trouwens meer overeenkomsten dan verschillen:
- Wie zijn de verbondspartners? – Het volk van God: Israël en Juda.
- Waarom wordt dit verbond gesloten? – Vanwege de relatie met God; vergeving van zonden
- Wat is de inhoud van dit verbond? – De Tora.
Maar wat is er dan nieuw????

Dat probeert de schrijver van Hebreeën uit te leggen. Een en ander loopt uit op de stelling: Jezus is net de Hogepriester die wij nodig hadden! Hij maakt het verschil.
Dat zijn verbondspartners niet trouw zijn aan zijn Verbond, daar betaalt HIJ de prijs voor!
In Jezus sluit Hij eens en voor al een nieuw verbond en bezegelt dat met zijn eigen bloed: Hij wordt Zelf mens en sterft voor ons. Dat is Evangelie, Goed Nieuws.
De profeet Jeremia heeft het Nieuwe Verbond zoals gezegd al aangekondigd, vijf eeuwen vóór de komst van de Messias. In het oude verbond wordt het nieuwe al aangekondigd!
En wat is er nu echt nieuw aan: Dat de verbondspartners nieuwe mensen worden; die het niet meer nodig hebben om voortdurend op God gewezen te worden, aangezien ‘wandelen met God’ is hun tweede natuur geworden!

God sloot een verbond met de hele schepping, in de tijd van Noach. God sloot een verbond met Abraham en zijn nageslacht. Op de berg Sinaï met een heel volk – zo wijst Hij een Weg ten leven. In Jezus de Messias wordt het verbond uitgebreid tot alle volken. En ook dat is altijd al de bedoeling geweest van de God van Israël, dat via zijn volk het heil over de hele wereld zou gaan; dat Israël een licht zou zijn voor de heidenen!