10 uur geleden
Een Bijbelse kijk op Israël
woensdag 14 juli 2010
Een dodelijk virus
(Vrij naar Jan van Barneveld, op de website van de stichting Never Be Silent)
Miljoenen slachtoffers
De laatste jaren waait er een kwaadaardig virus over bijna heel de wereld. Het is een oeroud virus, dat in de loop van de eeuwen al tientallen miljoenen slachtoffers heeft gemaakt. De ziekte wordt verspreid door de media en gaat van mond tot mond. De kwaal begint ‘tussen de oren’ en is dus een psychische afwijking. Velen, ook Christenen, zijn er onbewust al mee besmet.
Het gaat net als met HIV, het virus dat AIDS veroorzaakt. Als het eenmaal losbreekt is het dodelijk. Het kwaad waar we het nu over willen hebben is het antisemitisme. Net als bij ‘gewone’ virussen komt het in allerlei nieuwe varianten en verschijningsvormen. Soms, zoals bij burgemeester Livingstone van Londen is het Israël-haat. Vaak komt het in de vorm van antizionisme naar boven. We zullen zien dat al die varianten uiteindelijk dodelijk zijn.
Eerst gaan we na hoeveel kwaad deze ziekte in het verleden heeft gedaan. Daarna een korte analyse van dit virus plus een prima geneesmiddel. Hoe het er op dit moment voorstaat krijgt ook onze aandacht. Het is van belang in te zien hoe de huidige stand van zaken voorzegd is in de Bijbel. In het Boek kunnen we ook iets vinden over de mogelijke afloop.
Een leerzaam stukje geschiedenis
De geschiedenis van het antisemitisme begint ongeveer 3.500 jaar geleden. Het volk Israël woonde toen in Egypte. De koning van Egypte begon een anti-Israël campagne en stookte zijn volk op tegen de Israëlieten. Ze werden eerst tot slaven gemaakt. Daarna begon men de pasgeboren jongetjes in de Nijl te gooien. De Israëlieten werden steeds zwaarder verdrukt en er vielen slachtoffers. Toen trad God, de God van Israël op. Er kwamen tien vreselijke plagen over Egypte en Israël werd bevrijd. Maar het machtige Egyptische rijk was in elkaar gestort en er vielen veel slachtoffers. Het antisemitisme is een kwaad dat zichzelf straft.
In 722 voor Christus vernietigde het Assyrische wereldrijk het noordelijk deel van Israël en die stammen werden weggevoerd in ballingschap. Al snel daarna werd dat wereldrijk onder de voet gelopen. Daarna, in 586 voor Christus, verwoestten de Babyloniërs Jeruzalem, maakten zeer veel slachtoffers onder de Joden. Kort daarna werd het Babylonische wereldrijk door de Meden en Perzen verpletterd. Dat God hier achter zat lezen we in de volgende tekst, die na 586 door de profeet Jeremia is opgeschreven: ‘Een opgejaagd schaap is Israël, dat leeuwen hebben opgedreven; eerst heeft de koning van Assyrië het verslonden en nu, ten slotte, heeft Nebukadnezar de koning van Babel, het de beenderen afgeknaagd. Daarom, zo zegt de HERE der heerscharen, de God van Israël: Zie Ik doe bezoeking aan de koning van Babel, zoals Ik bezoeking heb gedaan aan de koning van Assyrië’ (Jeremia 50:17,18).
In de Middeleeuwen braken er gruwelijke jodenvervolgingen uit in heel Europa. Antisemitisme, of beter gezegd jodenhaat, was in die tijd ‘normaal’. Een reactie kon niet uitblijven; er brak in 1348 een vreselijke pestepidemie uit waardoor 1/3 van de Europese bevolking omkwam.
We slaan nu veel eeuwen en veel anti-Joodse campagnes over en komen bij de Holocaust. De ramp die in de periode van de Tweede Wereldoorlog over het Joodse volk kwam. Er kwamen 6,5 miljoen Joden om. Over Europa kwam oorlog en ook Duitsland heeft zwaar geleden. Het antisemitisme heeft het Joodse volk onnoemelijk veel leed gebracht. Maar het is een historisch feit dat dit kwaad altijd zichzelf straft.
De kwaal en een geneesmiddel
Het antisemitisme is een merkwaardig, bijna onverklaarbaar kwaad waarvan het Joodse volk al zo’n 3.500 jaar het slachtoffer is geweest. Dit virus steekt in allerlei vormen telkens weer de kop op. De vorm van ouderwetse jodenhaat speelt nu in islamitisch-Arabische landen. Onder Christenen steekt het de kop op onder een theologische vermomming. Bijvoorbeeld de ontkenning van of het negeren van het feit dat Israël nog steeds Gods uitverkoren volk is. In de politiek wordt Israël voortdurend veroordeeld, bijvoorbeeld door de V.N., voor zaken waar ze niet aan schuldig zijn. De media verspreiden gretig allerlei leugenverhalen over Israël. Deze anti-Israël leugens glijden in de harten van de mensen. Het giftige zaad vindt daar een vruchtbare bodem en komt op als antisemitisme. Geleerden hebben geprobeerd antisemitisme te verklaren. Men stuit in hun publicaties op uitdrukkingen als: ‘Het raadsel van de westerse cultuurgeschiedenis’, ‘Een geestelijke afwijking’, ‘Instinctieve kwaadwilligheid’of ‘Irrationeel vooroordeel’. Iemand gaf jaren geleden de volgende definitie: ‘De antisemiet bevecht de bedoelingen van JHWH’. (JHWH is de Hebreeuwse naam voor de God van Israël).
Deze definitie komt aardig dichtbij. Want de Bijbel zegt over het Joodse volk: ‘Wie u aanraakt, raakt zijn (Gods) oogappel aan’ (Zacharia 2:8). Wie aan Israël komt, komt aan God en probeert, bewust of onbewust, Gods plannen met dat volk tegen te houden.
Er zijn heel wat oorzaken aan te wijzen:
- Israël en de Joden als zondebok. Mensen schuiven hun falen graag af op een ander. Altijd is die ander de schuldige. Dat zien we vandaag ook. Overal krijgen de Joden de schuld van. Allemaal onzin natuurlijk, maar het wekt wel het antisemitische kwaad op in de harten van de mensen.
- Jaloersheid. Israël is Gods uitverkoren volk en Joden worden vaak gezegend met veel begaafdheden. Er zijn bijvoorbeeld zeer veel Joden onder de winnaars van de Nobelprijs. Die feiten wekken jaloersheid op en dat kan tot antisemitisme leiden.
- Een duivels kwaad. Nog steeds is de aarde het strijdtoneel van de opstand van de Satan tegen God. God gebruikt Israël in die strijd. Want de Verlosser zal uit Sion (Israël) komen. Vandaar dat de duivel probeert Israël uit te roeien.
- Broederstrijd. Omstreeks het jaar 150 na Chr. is er een broederstrijd gaande. De grote vraag was en is: Wie is eigenlijk het echte volk van God? Israël of de kerk? Toen de Christenheid machtig werd, liep die theologische strijd uit op discriminatie van Joden en uiteindelijk op de bovengenoemde hel van de Middeleeuwen van het Joodse volk.
- Opstand. Ten diepste zijn alle vormen van antisemitisme en antizionisme opstand tegen God. Omdat alle mensen opstandelingen tegen God zijn, schiet het zaad van het antisemitisme zo gemakkelijk op.
Er is een geneesmiddel tegen dit kwaad. Ieder mens die zich onderwerpt aan de Joodse Messias Jezus en die gehoorzaam is aan het Woord van God uit de Bijbel wordt genezen van dit kwaad. Door het lezen, het innemen, van dat Woord van God slikt men dagelijks een probaat medicijn. Niet alleen tegen antisemitisme maar tegen bijna alle boosheid van deze wereld.
De nabije toekomst
Het is een zeer verontrustend feit dat het antisemitisme explosief toeneemt. De strijd van de Palestijnen gaat niet om een staat, maar om het einde van Israël. Europa, de V.N. en de V.S. steunen de Palestijnen is die strijd. Niemand ziet een echte oplossing voor het conflict in het Midden Oosten. De Arabische landen zullen niet rusten voordat ze Israël van de kaart hebben geveegd. Het moet wel op een volgende oorlog uitlopen. Die oorlog moet Israël weer winnen. Want de Arabieren kunnen tien oorlogen verliezen, maar de Israëli’s slechts één. Want dan is het afgelopen. De Bijbel spreekt over een oorlog van ‘alle volken’ tegen Jeruzalem (Zacharia 12 en 14). Op papier is die oorlog al lang aan de gang. De Bijbel (Ezechiël 38 en 39) vertelt verder over een machtig leger uit het Noorden (Rusland?) dat Israël zal binnenvallen. In Psalm 83 lezen we over plannen van Arabische landen om Israël binnen te vallen. In al die gevallen zal de God van Israël ingrijpen en loopt het met de antisemitische aanvallers slecht af. Uiteindelijk zal de Verlosser, de Messias Zelf ingrijpen en zal de Here Jezus zijn koninkrijk van recht en gerechtigheid op aarde brengen.
Bijbelse visie op Israël
1. Waarom staat Israël, dat piepkleine landje, toch aldoor in het middelpunt van de belangstelling?
Daar is maar één verklaring voor: doordat de plaats die Israël in Gods plan inneemt zo uniek is.
Het profetische Woord leert, dat de geschiedenis aan het einde van de tijd tot een hoogtepunt zal komen met het herstel en de verlossing van Israël.
2. Wat moeten we aan met de huidige situatie in Israël?
Achter het conflict in het Midden-Oosten staan twee geestelijke machten tegenover elkaar: aan de ene kant werkt de genade van God aan Israëls herstel, terwijl aan de andere kant de misleidende strategie van satan met alle middelen dit proces van herstel tegenwerkt.
Dat is de werkelijke, hoewel onzichtbare, reden voor de voortdurende strijd.
Betrouwbare christelijke bronnen in Israël benadrukken, dat het meeste wat je in de media over Israël hoort en ziet, sterk gekleurd is of zelfs klinkklare leugens zijn. (Dit betekent uiteraard niet, dat wij onvoorwaardelijk met het beleid van de huidige regering van Israël moeten instemmen.)
3. Het land is aan dit volk beloofd voor eeuwig.
Er zijn niet minder dan 47 Bijbelteksten waarin God het Land onder ede aan zijn volk belooft! Op drie van die plaatsen wordt er uitdrukkelijk bij gezegd, dat Israël het land voor eeuwig zal bezitten.
4. De Kerk past bescheidenheid.
Christenen uit de heidenen hebben hun hele geestelijke erfenis aan Israël te danken.
In Johannes 4:22 zegt Jezus: ‘Het heil is uit de Joden’. Deze uitspraak stelt alleen een objectief, historisch feit vast: zonder het Joodse volk geen aartsvaders, geen profeten, geen apostelen, geen Bijbel; en bovenal: geen Verlosser.
5. Als Gods beloften voor Israël niet meer zouden gelden, welke garantie hebben wij dan, dat andere beloften van God wel blijven gelden?
Is de Kerk soms trouwer en gehoorzamer dan Israël?
Israël is niet Gods uitverkoren volk omdat het zo’n bijzonder volk zou zijn; God heeft dit op zichzelf onbetekenende volkje uitgekozen, om zo zijn trouw te tonen. En wij zijn geen christenen omdat wij voor God gekozen hebben, maar omdat Hij voor ons koos! Onze behoudenis is niet gebaseerd op een beslissing van ons, maar op de beslissing die God al eerder genomen heeft.
En Gods uitverkiezing is onberouwelijk.
6. Profetieën die al zijn vervuld… En wat gaat er nog gebeuren?
Iedere belangrijke fase in de geschiedenis van Israël is door de profeten voorzegd: De slavernij in Egypte en de bevrijding daaruit; het bezit van het land Kanaän; de afgoderij en de ballingschap plus de terugkeer naar het Beloofde Land; de vernietiging van de tweede Tempel en de verstrooiing van het volk onder de heidense volken; vervolging en onderdrukking door de heidenen; en dat de Joden opnieuw vergaderd zullen worden vanuit de volken.
80% van alle voorspellingen zijn volledig vervuld in de geschiedenis! Nog drie profetieën blijven over:
- alle volken zullen optrekken naar Jeruzalem en het belegeren
- de bovennatuurlijke openbaring van de Messias aan zijn volk
- de wederkomst van de Messias in heerlijkheid en de vestiging van zijn Koninkrijk op aarde
7. Wat staat ons te doen?
a. Acht slaan op het profetische woord, de enige betrouwbare bron van informatie over Israël en het Midden-Oosten. Als we die bron geen helderheid laten brengen, blijven we in de duisternis en slachtoffer van allerlei verwarring en misleiding.
b. Erop vertrouwen, dat Gods verbond eeuwig en onherroepelijk is - De toekomst van zowel Israël als de Kerk is door God vóór de grondlegging der wereld vastgelegd op grond van zijn voorkennis; de verwezenlijking daarvan in de tijd wordt gegarandeerd door de onherroepelijke verbonden die God met allebei gesloten heeft.
c. Leven van genade - Bij al het goede dat God aan Israël en de Kerk heeft beloofd, zijn ze allebei volledig afhankelijk van Gods genade, die alleen maar door geloof hun deel kan worden.
d. Volharden in beproevingen - Er staan zowel de Kerk als Israël enorme beproevingen en verdrukkingen te wachten. Maar zij die trouw volharden, zullen het voorrecht hebben om in de eeuwigheid deel uit te maken van Gods Koninkrijk. Hij laat niet los het werk van zijn handen.
e. Bidden voor Israël - ‘Het heil is uit de Joden.’ Een passende manier om onze dankbaarheid daarvoor te tonen, is naast Israël (temidden van al haar verdrukkingen) te gaan staan en haar trouw te ondersteunen met voorbede. Daarbij moeten de Bijbelse profetieën als basis dienen.
f. Reikhalzend uitzien naar Gods Toekomst - Komt er ooit een eind aan het bloedvergieten? De spiraal van geweld richt iedereen te gronde, Joden en Palestijnen beiden. Onverzoenlijkheid regeert. De ene gruweldaad roept de andere op en er komt maar geen einde aan. De situatie lijkt onoplosbaar. Er is een uitzondering: waar Messiasbelijdende Joden en Arabische christenen elkaar gevonden hebben onder het Kruis, begint een lange weg van verzoening.
Het kan best zijn, dat er door politieke onderhandelingen tussentijds een tijdelijke en oppervlakkige vrede ontstaat, maar totdat de Messias regeert, zullen de volken in het Midden-Oosten nooit echte gerechtigheid of blijvende vrede kennen. En Hij zal Koning zijn voor eeuwig!
Aanvulling d.d. 21-02-2011:
Aan wie heeft God het land Kanaän beloofd? Ten tijde van Mozes werd aan het volk Israël het land Kanaän beloofd. De belofte van het Land dateert echter al van vóór Mozes. Deze belofte werd gedaan aan Abraham (Gen. 12:7, 13:14-17, 15:7-21, 17:7-8, 24:7), aan Izaäk (Gen. 26:2-4; 28:3-4, 13-15) en aan Jakob (Gen. 35:11-12).
De profetie wordt vervuld; laten we luisteren naar de waarschuwing van 2Pt. 1:19-21.
Ten eerste moeten we er acht op slaan hoe nauwkeurig de profetieën vervuld worden, die slaan op de terugkeer van de Joden naar hun land. In Jes. 43:5v doet God de volgende beloften aan Israël: 'Vrees niet, want Ik ben met u, Ik doe uw nakroost van het oosten komen en vergader u van het westen. Ik zeg tot het noorden: Geef, en tot het zuiden: Houd niet terug, breng mijn zonen van verre en mijn dochters van het einde der aarde.'
De laatste twee geografische gebieden die genoemd worden, zijn het noorden en het zuiden. Voor een juiste interpretatie van de genoemde windstreken in de Bijbel moeten we ons in gedachten verplaatsen naar de locatie waar geprofeteerd wordt - en dat is het land Israël. Met het noorden wordt het westelijk deel van de vroegere Sovjet-Unie bedoeld; het zuiden is het oostelijk deel van Afrika. Sinds 1989 hebben we een dramatische vervulling van deze profetieën gezien. Eind 1991 waren bijna 400.000 Joden uit de voormalige Sovjet-Unie en 20.000 Joden uit Ethiopië naar Israël teruggekeerd. In beide landen was door het communisme een sterke politieke tegenstand tegen het laten gaan van de Joden. Toch viel die tegenstand plotseling weg en kwam voor de Joden de weg vrij om te vertrekken. De beslissende factor hierin was geen politieke, maar een geestelijke. Het was Gods uitspraak: ‘Ik zeg tot het noorden: Geef, en tot het zuiden: Houd niet terug.’ Toen de tijd voor de vervulling van dit profetische woord aanbrak, moest zelfs de sterkste en koppigste regering ervoor buigen. Het noorden had geen alternatief dan ‘hen te geven’; het zuiden kon niet langer ‘terughouden’.
In de woorden van Jeremia worden meer details gegeven over het herstel van Israël in de eindtijd: 'Want zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik in het lot van mijn volk Israël en Juda een keer zal brengen, zegt de Here, en hen terugbreng in het land dat Ik aan hun vaderen gegeven heb, zodat zij het zullen bezitten.' (Jer. 30:3)
Er kan geen twijfel over bestaan welk land hier bedoeld wordt. God zegt dat Hij Israël terugbrengt naar ‘het land dat Ik aan hun vaderen gegeven heb’. Er is maar één land dat hiervoor in aanmerking komt - het land dat opnieuw met de naam Israël genoemd wordt. Verderop laat Jeremia zien welke drievoudige reactie de Heer verwacht van iedereen die dit woord over het herstel van Israël hoort: 'Want zo zegt de Here: Jubelt van vreugd over Jakob, juicht om het hoofd der volkeren, verkondigt, looft en zegt: de Here heeft zijn volk verlost, het overblijfsel van Israël.' (Jer. 31:7)
En als Gods beloften van weleer voor Israël niet meer zouden gelden, welke garantie hebben we dan, dat zijn beloften voor ons, voor de Kerk wel geldig blijven?
In Rom. 11:25-26 spreekt Paulus specifiek tot gelovigen uit de heidenen en ontsluiert hij een ‘geheimenis’, een goddelijke openbaring die tot dan toe verborgen was gehouden, maar die nu aan de gelovigen bekendgemaakt wordt. Deze tekst laat zien dat twee opeenvolgende fases van Gods plan het einde van de tijd inluiden.
Ten eerste moeten de woorden van Jezus uit Mt. 24:14 vervuld worden: ‘En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken en dan zal het einde gekomen zijn.’
Ten tweede zal God, wanneer het volledige aantal heidenen binnen de Kerk is bereikt, zijn aandacht volledig richten op het overblijfsel van Israël en zich in barmhartigheid en reddende genade aan hen openbaren. Het belangrijkste moment van de openbaring van de Heer aan Israël wordt profetisch voorzegd in Zach. 12:10. Op dat moment zal Israël voor de eerste keer als natie een bovennatuurlijke openbaring ontvangen over de identiteit van de Messias, die aan het Kruis doorstoken is. Twee hoofdstukken verder beschrijft Zacharia de daadwerkelijke terugkeer van de Messias (Zach. 14:4-5).
Daar is maar één verklaring voor: doordat de plaats die Israël in Gods plan inneemt zo uniek is.
Het profetische Woord leert, dat de geschiedenis aan het einde van de tijd tot een hoogtepunt zal komen met het herstel en de verlossing van Israël.
2. Wat moeten we aan met de huidige situatie in Israël?
Achter het conflict in het Midden-Oosten staan twee geestelijke machten tegenover elkaar: aan de ene kant werkt de genade van God aan Israëls herstel, terwijl aan de andere kant de misleidende strategie van satan met alle middelen dit proces van herstel tegenwerkt.
Dat is de werkelijke, hoewel onzichtbare, reden voor de voortdurende strijd.
Betrouwbare christelijke bronnen in Israël benadrukken, dat het meeste wat je in de media over Israël hoort en ziet, sterk gekleurd is of zelfs klinkklare leugens zijn. (Dit betekent uiteraard niet, dat wij onvoorwaardelijk met het beleid van de huidige regering van Israël moeten instemmen.)
3. Het land is aan dit volk beloofd voor eeuwig.
Er zijn niet minder dan 47 Bijbelteksten waarin God het Land onder ede aan zijn volk belooft! Op drie van die plaatsen wordt er uitdrukkelijk bij gezegd, dat Israël het land voor eeuwig zal bezitten.
4. De Kerk past bescheidenheid.
Christenen uit de heidenen hebben hun hele geestelijke erfenis aan Israël te danken.
In Johannes 4:22 zegt Jezus: ‘Het heil is uit de Joden’. Deze uitspraak stelt alleen een objectief, historisch feit vast: zonder het Joodse volk geen aartsvaders, geen profeten, geen apostelen, geen Bijbel; en bovenal: geen Verlosser.
5. Als Gods beloften voor Israël niet meer zouden gelden, welke garantie hebben wij dan, dat andere beloften van God wel blijven gelden?
Is de Kerk soms trouwer en gehoorzamer dan Israël?
Israël is niet Gods uitverkoren volk omdat het zo’n bijzonder volk zou zijn; God heeft dit op zichzelf onbetekenende volkje uitgekozen, om zo zijn trouw te tonen. En wij zijn geen christenen omdat wij voor God gekozen hebben, maar omdat Hij voor ons koos! Onze behoudenis is niet gebaseerd op een beslissing van ons, maar op de beslissing die God al eerder genomen heeft.
En Gods uitverkiezing is onberouwelijk.
6. Profetieën die al zijn vervuld… En wat gaat er nog gebeuren?
Iedere belangrijke fase in de geschiedenis van Israël is door de profeten voorzegd: De slavernij in Egypte en de bevrijding daaruit; het bezit van het land Kanaän; de afgoderij en de ballingschap plus de terugkeer naar het Beloofde Land; de vernietiging van de tweede Tempel en de verstrooiing van het volk onder de heidense volken; vervolging en onderdrukking door de heidenen; en dat de Joden opnieuw vergaderd zullen worden vanuit de volken.
80% van alle voorspellingen zijn volledig vervuld in de geschiedenis! Nog drie profetieën blijven over:
- alle volken zullen optrekken naar Jeruzalem en het belegeren
- de bovennatuurlijke openbaring van de Messias aan zijn volk
- de wederkomst van de Messias in heerlijkheid en de vestiging van zijn Koninkrijk op aarde
7. Wat staat ons te doen?
a. Acht slaan op het profetische woord, de enige betrouwbare bron van informatie over Israël en het Midden-Oosten. Als we die bron geen helderheid laten brengen, blijven we in de duisternis en slachtoffer van allerlei verwarring en misleiding.
b. Erop vertrouwen, dat Gods verbond eeuwig en onherroepelijk is - De toekomst van zowel Israël als de Kerk is door God vóór de grondlegging der wereld vastgelegd op grond van zijn voorkennis; de verwezenlijking daarvan in de tijd wordt gegarandeerd door de onherroepelijke verbonden die God met allebei gesloten heeft.
c. Leven van genade - Bij al het goede dat God aan Israël en de Kerk heeft beloofd, zijn ze allebei volledig afhankelijk van Gods genade, die alleen maar door geloof hun deel kan worden.
d. Volharden in beproevingen - Er staan zowel de Kerk als Israël enorme beproevingen en verdrukkingen te wachten. Maar zij die trouw volharden, zullen het voorrecht hebben om in de eeuwigheid deel uit te maken van Gods Koninkrijk. Hij laat niet los het werk van zijn handen.
e. Bidden voor Israël - ‘Het heil is uit de Joden.’ Een passende manier om onze dankbaarheid daarvoor te tonen, is naast Israël (temidden van al haar verdrukkingen) te gaan staan en haar trouw te ondersteunen met voorbede. Daarbij moeten de Bijbelse profetieën als basis dienen.
f. Reikhalzend uitzien naar Gods Toekomst - Komt er ooit een eind aan het bloedvergieten? De spiraal van geweld richt iedereen te gronde, Joden en Palestijnen beiden. Onverzoenlijkheid regeert. De ene gruweldaad roept de andere op en er komt maar geen einde aan. De situatie lijkt onoplosbaar. Er is een uitzondering: waar Messiasbelijdende Joden en Arabische christenen elkaar gevonden hebben onder het Kruis, begint een lange weg van verzoening.
Het kan best zijn, dat er door politieke onderhandelingen tussentijds een tijdelijke en oppervlakkige vrede ontstaat, maar totdat de Messias regeert, zullen de volken in het Midden-Oosten nooit echte gerechtigheid of blijvende vrede kennen. En Hij zal Koning zijn voor eeuwig!
Aanvulling d.d. 21-02-2011:
Aan wie heeft God het land Kanaän beloofd? Ten tijde van Mozes werd aan het volk Israël het land Kanaän beloofd. De belofte van het Land dateert echter al van vóór Mozes. Deze belofte werd gedaan aan Abraham (Gen. 12:7, 13:14-17, 15:7-21, 17:7-8, 24:7), aan Izaäk (Gen. 26:2-4; 28:3-4, 13-15) en aan Jakob (Gen. 35:11-12).
De profetie wordt vervuld; laten we luisteren naar de waarschuwing van 2Pt. 1:19-21.
Ten eerste moeten we er acht op slaan hoe nauwkeurig de profetieën vervuld worden, die slaan op de terugkeer van de Joden naar hun land. In Jes. 43:5v doet God de volgende beloften aan Israël: 'Vrees niet, want Ik ben met u, Ik doe uw nakroost van het oosten komen en vergader u van het westen. Ik zeg tot het noorden: Geef, en tot het zuiden: Houd niet terug, breng mijn zonen van verre en mijn dochters van het einde der aarde.'
De laatste twee geografische gebieden die genoemd worden, zijn het noorden en het zuiden. Voor een juiste interpretatie van de genoemde windstreken in de Bijbel moeten we ons in gedachten verplaatsen naar de locatie waar geprofeteerd wordt - en dat is het land Israël. Met het noorden wordt het westelijk deel van de vroegere Sovjet-Unie bedoeld; het zuiden is het oostelijk deel van Afrika. Sinds 1989 hebben we een dramatische vervulling van deze profetieën gezien. Eind 1991 waren bijna 400.000 Joden uit de voormalige Sovjet-Unie en 20.000 Joden uit Ethiopië naar Israël teruggekeerd. In beide landen was door het communisme een sterke politieke tegenstand tegen het laten gaan van de Joden. Toch viel die tegenstand plotseling weg en kwam voor de Joden de weg vrij om te vertrekken. De beslissende factor hierin was geen politieke, maar een geestelijke. Het was Gods uitspraak: ‘Ik zeg tot het noorden: Geef, en tot het zuiden: Houd niet terug.’ Toen de tijd voor de vervulling van dit profetische woord aanbrak, moest zelfs de sterkste en koppigste regering ervoor buigen. Het noorden had geen alternatief dan ‘hen te geven’; het zuiden kon niet langer ‘terughouden’.
In de woorden van Jeremia worden meer details gegeven over het herstel van Israël in de eindtijd: 'Want zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik in het lot van mijn volk Israël en Juda een keer zal brengen, zegt de Here, en hen terugbreng in het land dat Ik aan hun vaderen gegeven heb, zodat zij het zullen bezitten.' (Jer. 30:3)
Er kan geen twijfel over bestaan welk land hier bedoeld wordt. God zegt dat Hij Israël terugbrengt naar ‘het land dat Ik aan hun vaderen gegeven heb’. Er is maar één land dat hiervoor in aanmerking komt - het land dat opnieuw met de naam Israël genoemd wordt. Verderop laat Jeremia zien welke drievoudige reactie de Heer verwacht van iedereen die dit woord over het herstel van Israël hoort: 'Want zo zegt de Here: Jubelt van vreugd over Jakob, juicht om het hoofd der volkeren, verkondigt, looft en zegt: de Here heeft zijn volk verlost, het overblijfsel van Israël.' (Jer. 31:7)
En als Gods beloften van weleer voor Israël niet meer zouden gelden, welke garantie hebben we dan, dat zijn beloften voor ons, voor de Kerk wel geldig blijven?
In Rom. 11:25-26 spreekt Paulus specifiek tot gelovigen uit de heidenen en ontsluiert hij een ‘geheimenis’, een goddelijke openbaring die tot dan toe verborgen was gehouden, maar die nu aan de gelovigen bekendgemaakt wordt. Deze tekst laat zien dat twee opeenvolgende fases van Gods plan het einde van de tijd inluiden.
Ten eerste moeten de woorden van Jezus uit Mt. 24:14 vervuld worden: ‘En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken en dan zal het einde gekomen zijn.’
Ten tweede zal God, wanneer het volledige aantal heidenen binnen de Kerk is bereikt, zijn aandacht volledig richten op het overblijfsel van Israël en zich in barmhartigheid en reddende genade aan hen openbaren. Het belangrijkste moment van de openbaring van de Heer aan Israël wordt profetisch voorzegd in Zach. 12:10. Op dat moment zal Israël voor de eerste keer als natie een bovennatuurlijke openbaring ontvangen over de identiteit van de Messias, die aan het Kruis doorstoken is. Twee hoofdstukken verder beschrijft Zacharia de daadwerkelijke terugkeer van de Messias (Zach. 14:4-5).
woensdag 16 juni 2010
Om Sions wil niet zwijgen
Morgen wordt in Den Haag een pro-Israëlmanifestatie gehouden. Daarbij wordt de volgende verklaring overhandigd aan de Israëlische ambassade:
Bestemd voor de vertegenwoordiger van de staat Israël in Nederland
De heer Harry Kney-Tal, ambassadeur van Israël in Nederland, Den Haag.
Voor u staat een groep mensen die zich verbonden weet met Israël. We zijn een diverse groep, samengesteld uit verschillende politieke stromingen of kerkelijke groeperingen. We zijn een groep van zowel Joden als christenen.
Wat ons bindt is dat we van Israël houden, en dat we de God van Israël eren.
Wat we u willen laten weten is dat, hoewel de wereld Israël als een baksteen laat vallen, dit land en volk niet alleen staan. Er staat een groep mensen achter Israël, vanuit een oprechte en solide vriendschap.
Wij beseffen dat Israël een verdrukt land is. Verdrukt door de omringende volkeren en niet in het minste door eenzijdige berichtgeving in de media. De wereld spuwt Israël uit. Maar wij niet.
We zijn te lang stil geweest, en beseffen dat we op een cruciaal punt zijn aanbeland: een keuze voor of tegen Israël. Wij kiezen vóór het leven, tegen de dood en de haat van Hamas of Hezbollah.
Wij blijven echter trouw aan onze vrienden in Israël. Daarom willen wij laten weten dat wij vierkant achter Israël blijven staan, in goede én in minder goede tijden.
Wij geven een signaal af aan de wereld. Een signaal van vrede en verdraagzaamheid. Wij kiezen partij voor Israël en bidden voor de Vrede van Jeruzalem.
Deze verklaring wordt u aangeboden door:
Stichting Pillar Of Fire
Isreality, jongerenbeweging van Christenen voor Israël
SGP-jongeren
Stichting Schreeuw om Leven
Israël Platform
Stichting Christenen voor Israël
en vele andere Israëlvrienden
Bestemd voor de vertegenwoordiger van de staat Israël in Nederland
De heer Harry Kney-Tal, ambassadeur van Israël in Nederland, Den Haag.
Voor u staat een groep mensen die zich verbonden weet met Israël. We zijn een diverse groep, samengesteld uit verschillende politieke stromingen of kerkelijke groeperingen. We zijn een groep van zowel Joden als christenen.
Wat ons bindt is dat we van Israël houden, en dat we de God van Israël eren.
Wat we u willen laten weten is dat, hoewel de wereld Israël als een baksteen laat vallen, dit land en volk niet alleen staan. Er staat een groep mensen achter Israël, vanuit een oprechte en solide vriendschap.
Wij beseffen dat Israël een verdrukt land is. Verdrukt door de omringende volkeren en niet in het minste door eenzijdige berichtgeving in de media. De wereld spuwt Israël uit. Maar wij niet.
We zijn te lang stil geweest, en beseffen dat we op een cruciaal punt zijn aanbeland: een keuze voor of tegen Israël. Wij kiezen vóór het leven, tegen de dood en de haat van Hamas of Hezbollah.
Wij blijven echter trouw aan onze vrienden in Israël. Daarom willen wij laten weten dat wij vierkant achter Israël blijven staan, in goede én in minder goede tijden.
Wij geven een signaal af aan de wereld. Een signaal van vrede en verdraagzaamheid. Wij kiezen partij voor Israël en bidden voor de Vrede van Jeruzalem.
Deze verklaring wordt u aangeboden door:
Stichting Pillar Of Fire
Isreality, jongerenbeweging van Christenen voor Israël
SGP-jongeren
Stichting Schreeuw om Leven
Israël Platform
Stichting Christenen voor Israël
en vele andere Israëlvrienden
vrijdag 11 juni 2010
De hele Bijbel is Joods!
Ooit zei een oud-ambtsdrager tegen zijn predikant: u moet het in uw preken niet steeds over Israël hebben. In argeloosheid antwoordde de dominee deze bezorgde broeder: dan moet u me maar een andere bijbel geven!
Veel gelovigen beschouwen het Oude Testament in feite als afgedaan of in elk geval als minder belangrijk; wij zijn immers nieuwtestamentische gelovigen!
Zelf heb ik ooit weleens meegemaakt, toen ik een paar zondagen achter elkaar uit het Oude Testament preekte, dat een gemeentelid me opbelde om te vragen waarom er nooit meer uit het Nieuwe Testament gepreekt werd. Het omgekeerde zal geen dominee meemaken.
Het geschreven Woord van God begint toch echt bij Genesis 1 en gaat door tot Openbaring 22. Het is van het grootste belang voor ons eigen geloofsleven om de juiste waarde van het zogenaamde ‘Oude Testament’, de Hebreeuwse Bijbel te beseffen, zodat wij bijbels in balans blijven. Het Oude Testament maakt ongeveer 78% van de Bijbelse tekst uit en het Nieuwe Testament slechts 22%. Velen die de Bijbel in zijn geheel lezen maken helaas een onderscheid in belangrijkheid tussen het O.T. en het N.T. en gebruiken het OT hooguit als een soort bijbelse encyclopedie voor wat meer achtergrondinformatie om het N.T. beter te kunnen begrijpen of enkele passages in het NT nader te kunnen toelichten, maar ze zien het OT toch als iets dat verouderd is en niet meer van toepassing. Als dat zo zou zijn, waarom verwijzen Jezus en de apostelen er dan voortdurend naar? Zij kenden geen andere Bijbel dan de Tenach. Hun Heilige Schrift bestond uit de boeken van het enige, door God nooit verbroken verbond. Hij vernieuwde en bekrachtigde het verbond met Zijn volk weliswaar, maar Hij verving niet het ene verbond door het andere! Als wij de Bijbel lezen, moeten we ons steeds voor ogen houden.
De wijze Pinchas Lapide schreef: “Wie met een schaar uit het Nieuwe Testament alle 452 plaatsen en citaten, die uit het Oude Testament afkomstig zijn, zou wegknippen, die zou een fragmentarische romptekst overhouden, die geen mens nog als een lopend verhaal zou kunnen ontcijferen.” De basis van de nieuwtestamentische leerstellingen vindt zijn fundament vindt in de Tenach. Het is heel belangrijk om te onthouden dat met het woord “Schriften” in het Nieuwe Testament verwezen wordt naar het Oude Testament.
Een sleuteltekst voor het juiste begrijpen van de belangrijke positie die de boeken van de Tenach binnen het geheel van de Bijbel innemen vinden wij in 2Timotheüs 3:16 ‘Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven’. Dit heeft nu betrekking op zowel het Oude Testament als het Nieuwe Testament; beide zijn door de Heilige Geest van God gekomen. Maar toen Paulus dit schreef, bedoelde hij slechts het O.T., omdat de rest toen nog niet geschreven was!
Toen Jezus in de woestijn door de satan werd verzocht, citeerde Hij teksten uit Deuteronomium en gebruikte de Thora als het zwaard van de geestelijke wapenrusting uit Efeziërs 6:17 om de vijand te verslaan (Lukas 4:1-13).
Ongetwijfeld erkenden de Joodse schrijvers van het Nieuwe Testament de Tenach als het Woord van God. Elk onderricht zowel van Jezus als van de apostelen is gebaseerd op de Thora. Het hart van de Bijbel is daarom nog steeds de Thora, want daarin staat geschreven wat de Eeuwige van de gelovigen vraagt en wat Hij verbiedt binnen het Verbond; daarin heeft Hij ons Zijn wil bekendgemaakt.
Veel gelovigen beschouwen het Oude Testament in feite als afgedaan of in elk geval als minder belangrijk; wij zijn immers nieuwtestamentische gelovigen!
Zelf heb ik ooit weleens meegemaakt, toen ik een paar zondagen achter elkaar uit het Oude Testament preekte, dat een gemeentelid me opbelde om te vragen waarom er nooit meer uit het Nieuwe Testament gepreekt werd. Het omgekeerde zal geen dominee meemaken.
Het geschreven Woord van God begint toch echt bij Genesis 1 en gaat door tot Openbaring 22. Het is van het grootste belang voor ons eigen geloofsleven om de juiste waarde van het zogenaamde ‘Oude Testament’, de Hebreeuwse Bijbel te beseffen, zodat wij bijbels in balans blijven. Het Oude Testament maakt ongeveer 78% van de Bijbelse tekst uit en het Nieuwe Testament slechts 22%. Velen die de Bijbel in zijn geheel lezen maken helaas een onderscheid in belangrijkheid tussen het O.T. en het N.T. en gebruiken het OT hooguit als een soort bijbelse encyclopedie voor wat meer achtergrondinformatie om het N.T. beter te kunnen begrijpen of enkele passages in het NT nader te kunnen toelichten, maar ze zien het OT toch als iets dat verouderd is en niet meer van toepassing. Als dat zo zou zijn, waarom verwijzen Jezus en de apostelen er dan voortdurend naar? Zij kenden geen andere Bijbel dan de Tenach. Hun Heilige Schrift bestond uit de boeken van het enige, door God nooit verbroken verbond. Hij vernieuwde en bekrachtigde het verbond met Zijn volk weliswaar, maar Hij verving niet het ene verbond door het andere! Als wij de Bijbel lezen, moeten we ons steeds voor ogen houden.
De wijze Pinchas Lapide schreef: “Wie met een schaar uit het Nieuwe Testament alle 452 plaatsen en citaten, die uit het Oude Testament afkomstig zijn, zou wegknippen, die zou een fragmentarische romptekst overhouden, die geen mens nog als een lopend verhaal zou kunnen ontcijferen.” De basis van de nieuwtestamentische leerstellingen vindt zijn fundament vindt in de Tenach. Het is heel belangrijk om te onthouden dat met het woord “Schriften” in het Nieuwe Testament verwezen wordt naar het Oude Testament.
Een sleuteltekst voor het juiste begrijpen van de belangrijke positie die de boeken van de Tenach binnen het geheel van de Bijbel innemen vinden wij in 2Timotheüs 3:16 ‘Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven’. Dit heeft nu betrekking op zowel het Oude Testament als het Nieuwe Testament; beide zijn door de Heilige Geest van God gekomen. Maar toen Paulus dit schreef, bedoelde hij slechts het O.T., omdat de rest toen nog niet geschreven was!
Toen Jezus in de woestijn door de satan werd verzocht, citeerde Hij teksten uit Deuteronomium en gebruikte de Thora als het zwaard van de geestelijke wapenrusting uit Efeziërs 6:17 om de vijand te verslaan (Lukas 4:1-13).
Ongetwijfeld erkenden de Joodse schrijvers van het Nieuwe Testament de Tenach als het Woord van God. Elk onderricht zowel van Jezus als van de apostelen is gebaseerd op de Thora. Het hart van de Bijbel is daarom nog steeds de Thora, want daarin staat geschreven wat de Eeuwige van de gelovigen vraagt en wat Hij verbiedt binnen het Verbond; daarin heeft Hij ons Zijn wil bekendgemaakt.
donderdag 10 juni 2010
Mohammed als profeet erkennen?
In het boek 'Joodse en Palestijnse tranen' van Johan M. Snoek, onlangs verschenen bij uitgeverij Skandalon, doet emeritus hoogleraar Zendingswetenschap Anton Wessels een oproep aan joden en christenen. In zijn artikel ‘Joden, christenen en moslims onopgeefbaar verbonden’ schrijft hij het volgende: “Jezus is door de meeste joden niet aanvaard op de wijze waarop de christelijke kerk hem ziet en verstaat. Zowel joden als christenen hebben meestal Mohammed niet als profeet willen erkennen. De vraag echter of Mohammed ook onder de profeten is, dient mijns inziens ook door een jood en christen positief beantwoord te worden. Daarmee wil niet gezegd worden dat joden en christenen daarom moslims zouden dienen te worden, noch dat een erkenning van de betekenis van Jezus door joden zou betekenen dat zij tot de kerk zouden moeten toetreden. Wel wordt het hoog tijd dat alle drie trachten te luisteren naar wat de gemeenschappelijke boodschap is die deze drie – Mozes, Jezus en Mohammed – voor de mensheid ook vandaag nog hebben.”
Jezus en Mohammed spreken elkaar op zoveel punten schreeuwend tegen! Alleen als je van beide figuren een karikatuur maakt, zou je kunnen denken, dat ze een gelijke boodschap voor de wereld hebben. Als je beide personen neemt voor wie ze zijn en voor hoe hun eerste volgelingen ze hebben beschreven, dan zijn ze niet samen te brengen. Jezus is de leider van liever lijden dan onrecht doen, Mohammed leidt door het zwaard en door zijn tegenstanders gruwelijk om zeep te helpen.
De Geest van God herkent u hieraan: iedere geest die belijdt dat Jezus Christus als mens gekomen is, komt van God. Iedere geest die dit niet belijdt, komt niet van God; dat is de geest van de antichrist (1Joh. 4:2-3).
Volgens de Koran heeft God geen zoon.
Mohammed als profeet? Op grond van de Bijbelse maatstaf een valse profeet.
Jezus en Mohammed spreken elkaar op zoveel punten schreeuwend tegen! Alleen als je van beide figuren een karikatuur maakt, zou je kunnen denken, dat ze een gelijke boodschap voor de wereld hebben. Als je beide personen neemt voor wie ze zijn en voor hoe hun eerste volgelingen ze hebben beschreven, dan zijn ze niet samen te brengen. Jezus is de leider van liever lijden dan onrecht doen, Mohammed leidt door het zwaard en door zijn tegenstanders gruwelijk om zeep te helpen.
De Geest van God herkent u hieraan: iedere geest die belijdt dat Jezus Christus als mens gekomen is, komt van God. Iedere geest die dit niet belijdt, komt niet van God; dat is de geest van de antichrist (1Joh. 4:2-3).
Volgens de Koran heeft God geen zoon.
Mohammed als profeet? Op grond van de Bijbelse maatstaf een valse profeet.
dinsdag 8 juni 2010
Het herstel van Israël (geestelijk)
"Wel allemaal mooi en aardig hoor, dat het Joodse volk terugkeert naar het Heilige Land, maar de helft kent God niet!"
Maar: 'het geestelijke is niet eerst, maar het natuurlijke, daarna het geestelijke' (1Kor. 15:46).
Eerst wordt de relatie tussen het volk en het Land hersteld; daarna de relatie tussen het volk en God.
Bij haar ontstaan bestond de Kerk uitsluitend uit Joden. In feite ontstond een crisis toen niet-joodse mensen lid van de Kerk wilden worden. De joodse gelovigen moesten beslissen of heidenen eigenlijk wel lid konden worden, en zo ja, op welke voorwaarden. De uitkomst daarvan staat in Handelingen 15: door aan een paar eenvoudige voorwaarden te voldoen, konden heidenen samen met joodse gelovigen lid zijn van hetzelfde lichaam.
Na de verwoesting van Jeruzalem en doordat de meerderheid van het joodse volk de Messias afwees, werd de Kerk steeds ‘heidenser’ van karakter. Toch zijn er door alle eeuwen heen Joden geweest, die Jezus als Messias accepteerden.
In het tweede gedeelte van de twintigste eeuw ontstond een dramatische groei in het aantal Joden dat Jezus als Messias erkende. Velen van hen hebben hun historische identiteit als Jood zorgvuldig bewaard. Het gevolg is dat er binnen het universele lichaam van Christus een bepaalde groep gelovigen is, die zich ‘Messiaanse Joden‘ noemen.
In Romeinen 11:25-26 spreekt Paulus specifiek tot gelovigen uit de heidenen en ontsluiert hij een ‘geheimenis - een goddelijke openbaring die tot dan toe verborgen was gehouden, maar die nu aan de gelovigen bekendgemaakt wordt: 'Een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid van de heidenen binnengaat; en dan zal gans Israël behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal de goddeloosheid van Jakob wegdoen. En dit is mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem.'
Deze tekst laat zien dat twee opeenvolgende fases van Gods plan het einde van de tijd inluiden.
Ten eerste moeten de woorden van Jezus uit Mattheüs 24:14 vervuld worden: ‘En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken en dan zal het einde gekomen zijn.’
Ten tweede zal God, wanneer het volledige aantal heidenen binnen de Kerk is bereikt, zijn aandacht volledig richten op het overblijfsel van Israël en zich in barmhartigheid en reddende genade aan hen openbaren.
Het belangrijkste moment van de openbaring van de Heer aan Israël wordt profetisch voorzegd in Zacharia 12:10: "Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest van genade en van gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene."
Op dat moment zal Israël als natie een bovennatuurlijke openbaring ontvangen over de identiteit van de Messias.
Twee hoofdstukken verder beschrijft Zacharia de daadwerkelijke terugkeer van de Messias:
'Zijn voeten zullen staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts... En de Heer, mijn God, zal komen, en alle heiligen met Hem' (Zach. 14:4-5).
Maar: 'het geestelijke is niet eerst, maar het natuurlijke, daarna het geestelijke' (1Kor. 15:46).
Eerst wordt de relatie tussen het volk en het Land hersteld; daarna de relatie tussen het volk en God.
Bij haar ontstaan bestond de Kerk uitsluitend uit Joden. In feite ontstond een crisis toen niet-joodse mensen lid van de Kerk wilden worden. De joodse gelovigen moesten beslissen of heidenen eigenlijk wel lid konden worden, en zo ja, op welke voorwaarden. De uitkomst daarvan staat in Handelingen 15: door aan een paar eenvoudige voorwaarden te voldoen, konden heidenen samen met joodse gelovigen lid zijn van hetzelfde lichaam.
Na de verwoesting van Jeruzalem en doordat de meerderheid van het joodse volk de Messias afwees, werd de Kerk steeds ‘heidenser’ van karakter. Toch zijn er door alle eeuwen heen Joden geweest, die Jezus als Messias accepteerden.
In het tweede gedeelte van de twintigste eeuw ontstond een dramatische groei in het aantal Joden dat Jezus als Messias erkende. Velen van hen hebben hun historische identiteit als Jood zorgvuldig bewaard. Het gevolg is dat er binnen het universele lichaam van Christus een bepaalde groep gelovigen is, die zich ‘Messiaanse Joden‘ noemen.
In Romeinen 11:25-26 spreekt Paulus specifiek tot gelovigen uit de heidenen en ontsluiert hij een ‘geheimenis - een goddelijke openbaring die tot dan toe verborgen was gehouden, maar die nu aan de gelovigen bekendgemaakt wordt: 'Een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid van de heidenen binnengaat; en dan zal gans Israël behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal de goddeloosheid van Jakob wegdoen. En dit is mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem.'
Deze tekst laat zien dat twee opeenvolgende fases van Gods plan het einde van de tijd inluiden.
Ten eerste moeten de woorden van Jezus uit Mattheüs 24:14 vervuld worden: ‘En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken en dan zal het einde gekomen zijn.’
Ten tweede zal God, wanneer het volledige aantal heidenen binnen de Kerk is bereikt, zijn aandacht volledig richten op het overblijfsel van Israël en zich in barmhartigheid en reddende genade aan hen openbaren.
Het belangrijkste moment van de openbaring van de Heer aan Israël wordt profetisch voorzegd in Zacharia 12:10: "Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest van genade en van gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene."
Op dat moment zal Israël als natie een bovennatuurlijke openbaring ontvangen over de identiteit van de Messias.
Twee hoofdstukken verder beschrijft Zacharia de daadwerkelijke terugkeer van de Messias:
'Zijn voeten zullen staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts... En de Heer, mijn God, zal komen, en alle heiligen met Hem' (Zach. 14:4-5).
Het herstel van Israël (fysiek)
We leven in een opwindende tijd. Bijbelse profetieën worden voor onze ogen vervuld. Eeuwenlang stonden er wel prachtige beloften voor Israël in de Bijbel, maar er gebeurde niets...
In de 19e eeuw al, waren er mensen – zowel Joden als christenen – die geloofden in het herstel van Israël. Na 18 eeuwen trokken er Joden doelbewust naar het Heilige Land. Deze pioniers troffen geen ‘land van melk en honing’ aan. Het grootste deel van het land was in een wildernis veranderd, die door de beroemde Amerikaanse schrijver Mark Twain in zijn reisverslag in 1869 als volgt beschreven werd: “Een verlaten land, de bodem is rijk genoeg maar is overgelaten aan het onkruid – een stille, treurige uitgestrektheid… Een ontvolkt land… Nergens zagen we een menselijk wezen op de hele route… nauwelijks ergens een boom of struik. Zelfs de olijfboom en de cactus, trouwe vrienden van een waardeloze bodem, hadden het land vrijwel verlaten”.
Moerassen werden drooggelegd, woestijngrond gecultiveerd, wijnranken geplant in Samaria en Judea, ruïnes weer opgebouwd. Oude profetieën werden zo vervuld!
Psalm 102 kondigt dit herstel zo aan: “U zult opstaan en U over Sion ontfermen, de tijd van genade is gekomen, dit is het uur...”
“U zult opstaan” - dat betekent zoveel als: God komt in actie...er gaat wat veranderen!
Eeuwenlange Jodenhaat bereikte met de moord op 6 miljoen Joden tijdens het Naziregime een onvoorstelbaar dieptepunt. Erger kon niet. Het Joodse lijden had duivelse proporties aangenomen. En dit vond plaats in het ‘christelijke’ Europa!
Toen heeft God een streep gezet: tot hier toe en niet verder. De HEER is opgestaan en heeft besloten dat de genadetijd voor Israël aangebroken was.
In 1948 werd de Joodse staat een feit.
In de internationale politiek zijn Bijbelse gegevens niet doorslaggevend. Wat voorzegd is door de profeten staat op gespannen voet met de visie van de Verenigde Naties. Velen willen het Heilige Land en de stad Jeruzalem opdelen. Dat de wereld deze ‘vredesregeling’ voor zoete koek aanneemt… nou ja, de mensen weten niet beter; maar dat zelfs gelovigen en kerken mee dobberen in de mediamodderstroom is onbegrijpelijk.
De Kerk is geen politieke instantie. De visie van de Kerk op Israël moet niet beoordeeld worden op haar politieke correctheid, maar op haar Bijbelse gehalte.
De geschiedschrijving in de Bijbel is volstrekt uniek; aan de ene kant is zij, zoals elke geschiedschrijving, een verslag van de gebeurtenissen, maar voor een deel is ze geschreven nog vóór de gebeurtenissen plaatshebben! Dat laatste heet profetie.
Te midden van spanning en vijandelijkheden is ‘het profetische woord’ een bron van diep, onwankelbaar vertrouwen (2Petrus 1:19).
De hele geschiedenis van het volk Israël is in de Bijbel voorzegd, en volledig vervuld: de slavernij in Egypte en de bevrijding daaruit; hun bezit van het land Kanaän; in het Beloofde Land zouden ze zich keren tot afgoden; God zou een centrum van aanbidding vestigen in Jeruzalem; de ballingschap van het Noordrijk naar Assyrië; en van het Zuidrijk (Juda) naar Babylon; de vernietiging van de eerste Tempel, die door Salomo gebouwd is; de terugkeer naar het Beloofde Land van een overblijfsel, een rest; de vernietiging van de tweede Tempel - door Jezus Zelf voorspeld; de verstrooiing onder de heidense volken; vervolging en onderdrukking door de heidenen; en de terugkeer vanuit de volken, naar hun eigen land.
Meer dan 80% van de profetieën is al vervuld. Op grond daarvan mogen we met grote zekerheid verwachten dat ook de laatste voorspellingen in vervulling zullen gaan!
In de 19e eeuw al, waren er mensen – zowel Joden als christenen – die geloofden in het herstel van Israël. Na 18 eeuwen trokken er Joden doelbewust naar het Heilige Land. Deze pioniers troffen geen ‘land van melk en honing’ aan. Het grootste deel van het land was in een wildernis veranderd, die door de beroemde Amerikaanse schrijver Mark Twain in zijn reisverslag in 1869 als volgt beschreven werd: “Een verlaten land, de bodem is rijk genoeg maar is overgelaten aan het onkruid – een stille, treurige uitgestrektheid… Een ontvolkt land… Nergens zagen we een menselijk wezen op de hele route… nauwelijks ergens een boom of struik. Zelfs de olijfboom en de cactus, trouwe vrienden van een waardeloze bodem, hadden het land vrijwel verlaten”.
Moerassen werden drooggelegd, woestijngrond gecultiveerd, wijnranken geplant in Samaria en Judea, ruïnes weer opgebouwd. Oude profetieën werden zo vervuld!
Psalm 102 kondigt dit herstel zo aan: “U zult opstaan en U over Sion ontfermen, de tijd van genade is gekomen, dit is het uur...”
“U zult opstaan” - dat betekent zoveel als: God komt in actie...er gaat wat veranderen!
Eeuwenlange Jodenhaat bereikte met de moord op 6 miljoen Joden tijdens het Naziregime een onvoorstelbaar dieptepunt. Erger kon niet. Het Joodse lijden had duivelse proporties aangenomen. En dit vond plaats in het ‘christelijke’ Europa!
Toen heeft God een streep gezet: tot hier toe en niet verder. De HEER is opgestaan en heeft besloten dat de genadetijd voor Israël aangebroken was.
In 1948 werd de Joodse staat een feit.
In de internationale politiek zijn Bijbelse gegevens niet doorslaggevend. Wat voorzegd is door de profeten staat op gespannen voet met de visie van de Verenigde Naties. Velen willen het Heilige Land en de stad Jeruzalem opdelen. Dat de wereld deze ‘vredesregeling’ voor zoete koek aanneemt… nou ja, de mensen weten niet beter; maar dat zelfs gelovigen en kerken mee dobberen in de mediamodderstroom is onbegrijpelijk.
De Kerk is geen politieke instantie. De visie van de Kerk op Israël moet niet beoordeeld worden op haar politieke correctheid, maar op haar Bijbelse gehalte.
De geschiedschrijving in de Bijbel is volstrekt uniek; aan de ene kant is zij, zoals elke geschiedschrijving, een verslag van de gebeurtenissen, maar voor een deel is ze geschreven nog vóór de gebeurtenissen plaatshebben! Dat laatste heet profetie.
Te midden van spanning en vijandelijkheden is ‘het profetische woord’ een bron van diep, onwankelbaar vertrouwen (2Petrus 1:19).
De hele geschiedenis van het volk Israël is in de Bijbel voorzegd, en volledig vervuld: de slavernij in Egypte en de bevrijding daaruit; hun bezit van het land Kanaän; in het Beloofde Land zouden ze zich keren tot afgoden; God zou een centrum van aanbidding vestigen in Jeruzalem; de ballingschap van het Noordrijk naar Assyrië; en van het Zuidrijk (Juda) naar Babylon; de vernietiging van de eerste Tempel, die door Salomo gebouwd is; de terugkeer naar het Beloofde Land van een overblijfsel, een rest; de vernietiging van de tweede Tempel - door Jezus Zelf voorspeld; de verstrooiing onder de heidense volken; vervolging en onderdrukking door de heidenen; en de terugkeer vanuit de volken, naar hun eigen land.
Meer dan 80% van de profetieën is al vervuld. Op grond daarvan mogen we met grote zekerheid verwachten dat ook de laatste voorspellingen in vervulling zullen gaan!
maandag 7 juni 2010
De kerk als surrogaat
Alweer een tijdje geleden kwam ik het volgende meesterlijke schrijfsel van de hand van Dr. H. Vreekamp tegen:
Het woord passeert regelmatig, maar wat bedoelen theologen in hemelsnaam met ‘vervangingstheologie’?
Een korte cursus in zeven stappen.
Van Dale
‘Vervangingstheologie’ is heel erg. Je hoort er absoluut tegen te zijn, zeggen de Israël-fans. Waartegen precies? Laten we eens kijken in het woordenboek. De grote Van Dale laat het afweten. Het woord ‘vervangingstheologie’ komt niet voor.
Nu de Van Dale toch eenmaal op tafel ligt: nog een woord dat je tegenwoordig in verband met Israël geregeld hoort: ‘onopgeefbaar verbonden’. Het woord ‘onopgeefbaar’ bestaat volgens Van Dale ook al niet. Blijkbaar zijn wij nieuwe woorden aan het smeden als het gaat over onze relatie tot Israël. Vreemd.
Geliefde
Dan maar zonder woordenboek. De ‘vervangingstheologie’ gaat ervan uit dat God op een dag tegen zijn volk Israël heeft gezegd: “Ik stop ermee. Daar hebben jullie het helemaal naar gemaakt. Jullie hebben Jezus als mijn Messias niet erkend.” De liefde is op. God en Israël scheiden van tafel en bed, sterker: gaan voorgoed uit elkaar. Zijn geliefde Israël, nota bene! En dan?
Dan vervangt God Israël door een nieuwe geliefde en laat Israël als ex dus lekker jaloers achter. God zelf blijft hoe dan ook niet alléén. Hij kan gewoon niet zonder mensen. God zijn op je eentje is blijkbaar ook niet alles. Die nieuwe geliefde van God, jawel, dat is de kerk. Hoera. Wij kerkmensen, christenen, zijn nu de nieuwe en grote liefde van God. Met ons gaat Hij verder. Dat ziet Hij helemaal zitten. Israël heeft het nakijken. Eigen schuld, dikke bult.
Surrogaat
Laten we voor een moment aannemen dat dit verhaal over de scheiding tussen God en Israël wáár is. Dat de kerk de plek van Israël heeft ingenomen, dat christenen het Joodse volk hebben vervangen.
Terug naar het woordenboek. Bij het woord ‘vervanging’ ontbreekt ‘vervangingstheologie’, maar vinden wij wel ‘vervangingsmiddel’ en ‘vervangingsproduct’. Die beide woorden zouden prima op de kerk kunnen slaan. De kerk als vervangingsmiddel en vervangingsproduct voor Israël.
Wat lees ik als betekenis van die beide woorden? Surrogaat! Die klap komt hard aan. De kerk die van zichzelf zegt dat zij de plaats van Israël heeft ingenomen, is als kerk niet meer dan surrogaat. Dat wil zeggen: een product dat een ander vervangt, maar dat van een mindere kwaliteit is. ‘Men raakte zo gewend aan sommige surrogaatmiddelen, dat men pas na de oorlog bemerkte hoe slecht de kwaliteit was geweest.’ Deze laatste zin, geplukt van internet, slaat angstig helder op de kerk. Na de Tweede Wereldoorlog ontdekten wij, hoe slecht de kwaliteit was geweest van de kerk als het zogenoemde ‘nieuwe Israël’. Maar toen was het te laat voor zes miljoen Joden.
Besnijdenis
Ik geef een voorbeeld van die slechte kwaliteit van de kerk. Met pijn in het hart, maar de zaak is te ernstig om te verzwijgen. Wanneer in de dorpskerk van mijn jeugd kinderen werden gedoopt, hoorde ik in de oude zestiende-eeuwse taal: ‘Dewijl dan nu de doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen…’
De schaamte voorbij, denk ik nu. Zonder enige schroom beweert de kerk dat een oud onderdeel door een nieuw is vervangen. Het oude onderdeel ‘de besnijdenis’ - dat heeft nu écht zijn tijd gehad - is vervangen door het gloednieuwe ‘de doop’.
En al die Joodse jongetjes die nog altijd op de achtste dag het teken van de besnijdenis ontvangen? Jammer dan, zij hebben de boot gemist. Wat ze nodig hebben, is de christelijke doop.
Statenbijbel
Nog een voorbeeld van de slechte kwaliteit van de kerk, opnieuw met pijn in het hart. In de zeventiende-eeuwse Statenbijbel vind je naast de bijbeltekst zogenoemde ‘kanttekeningen’, aantekeningen in de kantlijn waarin uitleg van de tekst wordt gegeven.
Al jaren boeit mij de profeet Zacharia. Ik ben weg van zijn visioen over de toekomst van Jeruzalem, uit het veertiende hoofdstuk van zijn profetie. De toekomst van Jeruzalem dus. Wat lees ik in de ‘kanttekeningen’?
Volgens vers 8 ziet de profeet hoe ‘levende wateren’ uit Jeruzalem zullen stromen. In de kantlijn lees ik: ‘Hierdoor moet men verstaan de gaven van de Heilige Geest, die Christus overvloedig over zijn kerk uitstorten zou’. In vers 10 schetst Zacharia hoe Jeruzalem verhoogd zal worden temidden van het vlakke land. In de kantlijn: ‘De stad Jeruzalem, waardoor de kerk Gods hier wordt beduid, inzonderheid de kerk van het Nieuwe Testament’. Jeruzalem zal bewoond worden in haar plaats, vervolgt de profeet. De kanttekeningen vervolgen: ‘dat is, velen zullen zich tot de kerk begeven’.
Vers 12 beschrijft het optrekken van de volken tegen Jeruzalem. Dat zijn degenen, aldus de kantlijn, die de kerk van God bevochten en vervolgd hebben. En dan in vers 16 het grandioze visioen over de volken die als pelgrim optrekken naar Jeruzalem, om met het Joodse volk het Loofhuttenfeest te vieren. De kanttekening ziet het zo: ‘De Heere zal hen bekeren, alzo dat zij zich ook tot de Christelijke gemeente begeven zullen om de Heere te dienen. De profeet beschrijft hier de inwendige godsdienst van de kerk van het Nieuwe Testament door de uiterlijke godsdienst, die in het Oude Testament is gebruikelijk geweest’.
De conclusie is onontkoombaar: Jeruzalem is vervangen door de kerk ofwel de christelijke gemeente. Als klap op de vuurpijl krijgt het Oude Testament de uiterlijke godsdienst toegeschoven, terwijl de kerk van het Nieuwe Testament zich mag verheugen in een inwendige godsdienst. Drie keer raden wat de voorkeur verdient: uiterlijk of inwendig?
Zenuw
Hier raken we een christelijke zenuw. Stel, je moet op het bekende onbewoonde eiland kiezen tussen twee boeken: Oude Testament of Nieuwe Testament. Als christen zou ik zonder aarzelen kiezen voor het Oude Testament. Ook voor christenen is het Oude Testament de eigenlijke Bijbel. Het Nieuwe Testament is het commentaar daarop in de naam van Jezus.
Nooit en nergens is vernomen dat God het verbond met Israël heeft opgezegd.
Dit is natuurlijk de christelijke wereld op z’n kop. In onze Bijbels heb je eerst het Oude Testament en daarna het Nieuwe. In die volgorde lezen we ook. En dan? Heb je dan de Bijbel uit? Nee, het Nieuwe Testament zet je terug in de wereld van het Oude Testament. En wel zó, dat de inhoud van dat Oude Testament onverwacht gloednieuw voor je is. ‘Nieuw’ betekent hier dus niet ‘vervanging’ maar ‘bevestiging’ van het oude: stempel erop, handtekening eronder, zegel eraan.
Zo is het ook met het volk van het Oude Testament, met Israël. Jeremia heeft het in hoofdstuk 31 van zijn profetie over een nieuw verbond. Een nieuw verbond met wie? Met een ánder dan Israël, met een nieuwe partner? Nee, een nieuw verbond met het huis van Juda, met het huis van Israël. Van een andere partner is geen sprake. Het nieuwe verbond is als de nieuwe maan. Dezelfde maan opnieuw. Nooit en nergens is vernomen dat God het verbond met Israël heeft opgezegd. Wél dat in Israël alle volken van de aarde mee-bedoeld zijn. En dus ook de kerk uit die volken.
Naast de synagoge
Niets maakt zo gelukkig als je plaats te kennen, schreef Tom Naastepad. Een gelukkige kerk is een kerk die haar plaats kent: naast de synagoge. Niet ‘vervanging’ maar ‘verhouding’ is het trefwoord. Jaren heb ik gewerkt met de Raad voor de verhouding van Kerk en Israël. Vervanging, dat is de dood voor de ander. Verhouding, dat is het leven voor de ander. Dat is volgens onze kerkorde ‘delen in de aan Israël geschonken verwachting van het Koninkrijk van God’.
Daarmee is de ‘vervangingstheologie’ vervangen. Eindelijk, in onze dagen.
www.vreekamp.nl
Het woord passeert regelmatig, maar wat bedoelen theologen in hemelsnaam met ‘vervangingstheologie’?
Een korte cursus in zeven stappen.
Van Dale
‘Vervangingstheologie’ is heel erg. Je hoort er absoluut tegen te zijn, zeggen de Israël-fans. Waartegen precies? Laten we eens kijken in het woordenboek. De grote Van Dale laat het afweten. Het woord ‘vervangingstheologie’ komt niet voor.
Nu de Van Dale toch eenmaal op tafel ligt: nog een woord dat je tegenwoordig in verband met Israël geregeld hoort: ‘onopgeefbaar verbonden’. Het woord ‘onopgeefbaar’ bestaat volgens Van Dale ook al niet. Blijkbaar zijn wij nieuwe woorden aan het smeden als het gaat over onze relatie tot Israël. Vreemd.
Geliefde
Dan maar zonder woordenboek. De ‘vervangingstheologie’ gaat ervan uit dat God op een dag tegen zijn volk Israël heeft gezegd: “Ik stop ermee. Daar hebben jullie het helemaal naar gemaakt. Jullie hebben Jezus als mijn Messias niet erkend.” De liefde is op. God en Israël scheiden van tafel en bed, sterker: gaan voorgoed uit elkaar. Zijn geliefde Israël, nota bene! En dan?
Dan vervangt God Israël door een nieuwe geliefde en laat Israël als ex dus lekker jaloers achter. God zelf blijft hoe dan ook niet alléén. Hij kan gewoon niet zonder mensen. God zijn op je eentje is blijkbaar ook niet alles. Die nieuwe geliefde van God, jawel, dat is de kerk. Hoera. Wij kerkmensen, christenen, zijn nu de nieuwe en grote liefde van God. Met ons gaat Hij verder. Dat ziet Hij helemaal zitten. Israël heeft het nakijken. Eigen schuld, dikke bult.
Surrogaat
Laten we voor een moment aannemen dat dit verhaal over de scheiding tussen God en Israël wáár is. Dat de kerk de plek van Israël heeft ingenomen, dat christenen het Joodse volk hebben vervangen.
Terug naar het woordenboek. Bij het woord ‘vervanging’ ontbreekt ‘vervangingstheologie’, maar vinden wij wel ‘vervangingsmiddel’ en ‘vervangingsproduct’. Die beide woorden zouden prima op de kerk kunnen slaan. De kerk als vervangingsmiddel en vervangingsproduct voor Israël.
Wat lees ik als betekenis van die beide woorden? Surrogaat! Die klap komt hard aan. De kerk die van zichzelf zegt dat zij de plaats van Israël heeft ingenomen, is als kerk niet meer dan surrogaat. Dat wil zeggen: een product dat een ander vervangt, maar dat van een mindere kwaliteit is. ‘Men raakte zo gewend aan sommige surrogaatmiddelen, dat men pas na de oorlog bemerkte hoe slecht de kwaliteit was geweest.’ Deze laatste zin, geplukt van internet, slaat angstig helder op de kerk. Na de Tweede Wereldoorlog ontdekten wij, hoe slecht de kwaliteit was geweest van de kerk als het zogenoemde ‘nieuwe Israël’. Maar toen was het te laat voor zes miljoen Joden.
Besnijdenis
Ik geef een voorbeeld van die slechte kwaliteit van de kerk. Met pijn in het hart, maar de zaak is te ernstig om te verzwijgen. Wanneer in de dorpskerk van mijn jeugd kinderen werden gedoopt, hoorde ik in de oude zestiende-eeuwse taal: ‘Dewijl dan nu de doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen…’
De schaamte voorbij, denk ik nu. Zonder enige schroom beweert de kerk dat een oud onderdeel door een nieuw is vervangen. Het oude onderdeel ‘de besnijdenis’ - dat heeft nu écht zijn tijd gehad - is vervangen door het gloednieuwe ‘de doop’.
En al die Joodse jongetjes die nog altijd op de achtste dag het teken van de besnijdenis ontvangen? Jammer dan, zij hebben de boot gemist. Wat ze nodig hebben, is de christelijke doop.
Statenbijbel
Nog een voorbeeld van de slechte kwaliteit van de kerk, opnieuw met pijn in het hart. In de zeventiende-eeuwse Statenbijbel vind je naast de bijbeltekst zogenoemde ‘kanttekeningen’, aantekeningen in de kantlijn waarin uitleg van de tekst wordt gegeven.
Al jaren boeit mij de profeet Zacharia. Ik ben weg van zijn visioen over de toekomst van Jeruzalem, uit het veertiende hoofdstuk van zijn profetie. De toekomst van Jeruzalem dus. Wat lees ik in de ‘kanttekeningen’?
Volgens vers 8 ziet de profeet hoe ‘levende wateren’ uit Jeruzalem zullen stromen. In de kantlijn lees ik: ‘Hierdoor moet men verstaan de gaven van de Heilige Geest, die Christus overvloedig over zijn kerk uitstorten zou’. In vers 10 schetst Zacharia hoe Jeruzalem verhoogd zal worden temidden van het vlakke land. In de kantlijn: ‘De stad Jeruzalem, waardoor de kerk Gods hier wordt beduid, inzonderheid de kerk van het Nieuwe Testament’. Jeruzalem zal bewoond worden in haar plaats, vervolgt de profeet. De kanttekeningen vervolgen: ‘dat is, velen zullen zich tot de kerk begeven’.
Vers 12 beschrijft het optrekken van de volken tegen Jeruzalem. Dat zijn degenen, aldus de kantlijn, die de kerk van God bevochten en vervolgd hebben. En dan in vers 16 het grandioze visioen over de volken die als pelgrim optrekken naar Jeruzalem, om met het Joodse volk het Loofhuttenfeest te vieren. De kanttekening ziet het zo: ‘De Heere zal hen bekeren, alzo dat zij zich ook tot de Christelijke gemeente begeven zullen om de Heere te dienen. De profeet beschrijft hier de inwendige godsdienst van de kerk van het Nieuwe Testament door de uiterlijke godsdienst, die in het Oude Testament is gebruikelijk geweest’.
De conclusie is onontkoombaar: Jeruzalem is vervangen door de kerk ofwel de christelijke gemeente. Als klap op de vuurpijl krijgt het Oude Testament de uiterlijke godsdienst toegeschoven, terwijl de kerk van het Nieuwe Testament zich mag verheugen in een inwendige godsdienst. Drie keer raden wat de voorkeur verdient: uiterlijk of inwendig?
Zenuw
Hier raken we een christelijke zenuw. Stel, je moet op het bekende onbewoonde eiland kiezen tussen twee boeken: Oude Testament of Nieuwe Testament. Als christen zou ik zonder aarzelen kiezen voor het Oude Testament. Ook voor christenen is het Oude Testament de eigenlijke Bijbel. Het Nieuwe Testament is het commentaar daarop in de naam van Jezus.
Nooit en nergens is vernomen dat God het verbond met Israël heeft opgezegd.
Dit is natuurlijk de christelijke wereld op z’n kop. In onze Bijbels heb je eerst het Oude Testament en daarna het Nieuwe. In die volgorde lezen we ook. En dan? Heb je dan de Bijbel uit? Nee, het Nieuwe Testament zet je terug in de wereld van het Oude Testament. En wel zó, dat de inhoud van dat Oude Testament onverwacht gloednieuw voor je is. ‘Nieuw’ betekent hier dus niet ‘vervanging’ maar ‘bevestiging’ van het oude: stempel erop, handtekening eronder, zegel eraan.
Zo is het ook met het volk van het Oude Testament, met Israël. Jeremia heeft het in hoofdstuk 31 van zijn profetie over een nieuw verbond. Een nieuw verbond met wie? Met een ánder dan Israël, met een nieuwe partner? Nee, een nieuw verbond met het huis van Juda, met het huis van Israël. Van een andere partner is geen sprake. Het nieuwe verbond is als de nieuwe maan. Dezelfde maan opnieuw. Nooit en nergens is vernomen dat God het verbond met Israël heeft opgezegd. Wél dat in Israël alle volken van de aarde mee-bedoeld zijn. En dus ook de kerk uit die volken.
Naast de synagoge
Niets maakt zo gelukkig als je plaats te kennen, schreef Tom Naastepad. Een gelukkige kerk is een kerk die haar plaats kent: naast de synagoge. Niet ‘vervanging’ maar ‘verhouding’ is het trefwoord. Jaren heb ik gewerkt met de Raad voor de verhouding van Kerk en Israël. Vervanging, dat is de dood voor de ander. Verhouding, dat is het leven voor de ander. Dat is volgens onze kerkorde ‘delen in de aan Israël geschonken verwachting van het Koninkrijk van God’.
Daarmee is de ‘vervangingstheologie’ vervangen. Eindelijk, in onze dagen.
www.vreekamp.nl
vrijdag 4 juni 2010
De Sabbat: alléén voor Joden?
Een van de problemen waar men tegenaan loopt, als men zich als christen oriënteert op de Joodse wortels van zijn geloof, is het feit dat beide godsdiensten een verschillende wekelijkse rustdag hebben: het Jodendom de Sabbat, die vrijdagavond bij zonsondergang begint en weer zaterdagavond bij zonsondergang eindigt, en het christendom de zondag . Als wij dezelfde God aanbidden en beiden dezelfde Bijbel als Gods Woord beschouwen en de inhoud daarvan in ons leven toepassen, waarom houden wij niet dezelfde rustdag? Of is de Sabbat alléén voor de Joden?
Het is een historisch feit, dat de eerste christenen ruim 300 jaar lang de Sabbat vierden (óók niet-joden). En de profeet Jesaja zei reeds meer dan 2700 jaar geleden: “Welzalig die sterveling die dit doet, en het mensenkind dat daaraan vasthoudt; die acht geeft op de Sabbat, zodat hij hem niet ontheiligt” (Jes. 56:2). Let wel: hij zegt niet “Welzalig de Israëliet”, maar hij zegt heel universeel en wereldomvattend: “Welzalig ieder mensenkind, dat de Sabbat houdt!” - In vers 6 gaat hij verder: “En de vreemdelingen die zich bij de Eeuwige aansloten om Hem te dienen, en om de naam van de Eeuwige lief te hebben, om Hem tot knechten te zijn, allen die de Sabbat onderhouden, zodat ze hem niet ontheiligen, en die vasthouden aan Mijn verbond: hen zal Ik brengen naar Mijn heilige berg en Ik zal hun vreugde bereiden in Mijn bedehuis...” - Hier staat dus niet: de vreemdelingen die zich bij Israël aansloten, maar: de vreemdelingen die zich bij de Eeuwige aansloten, ...allen die de Sabbat onderhouden!
Jesaja profeteerde zelfs, dat op de nieuwe aarde de gelovigen uit alle volken (dus niet alleen de Joden) nog steeds de wekelijkse Sabbat zullen vieren: “Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor Mijn aangezicht zullen blijven bestaan, luidt het woord van de Eeuwige, zo zal uw nageslacht en uw naam blijven bestaan. En het zal geschieden van nieuwe maan tot nieuwe maan en van Sabbat tot Sabbat, dat al wat leeft zal komen om zich voor Mijn aangezicht neer te buigen, zegt de Eeuwige” (Jes. 66:22-23). Het Sabbatsgebod is dus in het verleden, in het heden, en ook in de toekomst niet alleen voor de Joden van toepassing, maar voor een ieder die de God van Israël wil dienen: “Zes dagen mag arbeid verricht worden, maar op de zevende dag zal er een volkomen Sabbat zijn: een heilige samenkomst; generlei arbeid zult gij verrichten, het is een Sabbat voor de Eeuwige in al uw woonplaatsen” (Lev. 23:3). Hier staat dus niet alleen, dat de Sabbat de dag om te rusten is, maar ook, dat de heilige samenkomst op Sabbat dient te worden gehouden! Als Gods Woord zo duidelijk is over de Sabbat, waar komt de zondag dan als wekelijkse rustdag en dag van de samenkomst voor de christenen vandaan?
Toen de gemeenschappen van de eerste gelovigen buiten Israël meer en meer uit heidenen gingen bestaan, ebde de betekenis van de Sabbat steeds verder weg. Ondanks hun geloof in de Messias, vierden zij weer de reeds in de vóórchristelijke tijd bij de heidenen bekende “Dies Solis” [zonnedag] ter ere van de zonnegod, al noemden ze hem nu "Dag des Heren". Later, in het zog van de versmelting tussen staat en kerk, verbood keizer Constantijn in 321 op advies van kerkvader Eusebius alle christenen het vieren van de Sabbat, om daardoor het Christendom geheel van zijn Joodse wortels los te maken. Door de Sabbat af te schaffen en de zondag te heiligen hoopte men dat daardoor méér heidenen tot de kerk zouden toetreden. Keizer Constantijn wilde hierdoor de rust in het Romeinse Rijk doen terugkeren. Een stap verder ging Paus Sylvester (314-335), die verklaarde dat “de Sabbat voor de Christenen een dag is van afschuw jegens de Joden. Men behoort die dag niet te houden, want het is een verwerpelijk gebruik”. Nog bonter maakte het Paus Innocentius I (402-417). Hij verordende dat er op de Sabbat geen godsdienstige samenkomst mag worden gehouden en dat de sacramenten niet mogen worden uitgereikt. We zien hieraan, dat de Sabbat dus in die tijd nog steeds door Christenen gehouden werd, anders hoefde dit niet verboden te worden. We zien ook, dat er geen heilige en oprechte motieven zoals de herdenking van de Opstanding des Heren tot de invoering van de zondag als kerkdag hebben geleid, maar een afschuw van de Joden, dus puur antisemitisme.
Bijbelse verordeningen zijn niet gegeven om door behouden te worden. “Door genade zijn jullie behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme” (Ef. 2:8-9). Onze redding is louter genade. Maar: “Wij zijn Zijn schepping, geschapen in de Messias Jezus om goede werken te doen, die God heeft voorbereid, zodat wij daarnaar zouden leven” (vers 10). Zo leert de apostel Paulus ons, dat geloof, genade en goede werken samen gaan.
Dat de Sabbat - om zeer verwerpelijke redenen - door de kerk is vervangen door de zondag, is niet onze schuld. Christenen die met een oprecht hart de zondag vieren, doen daar goed aan. Maar als we het bovenstaande weten, is er alle reden om ons af te vragen of wij ook niet de Sabbat zouden vieren, aangezien de Eeuwige zijn voorschriften nooit herroepen heeft!
Het is een historisch feit, dat de eerste christenen ruim 300 jaar lang de Sabbat vierden (óók niet-joden). En de profeet Jesaja zei reeds meer dan 2700 jaar geleden: “Welzalig die sterveling die dit doet, en het mensenkind dat daaraan vasthoudt; die acht geeft op de Sabbat, zodat hij hem niet ontheiligt” (Jes. 56:2). Let wel: hij zegt niet “Welzalig de Israëliet”, maar hij zegt heel universeel en wereldomvattend: “Welzalig ieder mensenkind, dat de Sabbat houdt!” - In vers 6 gaat hij verder: “En de vreemdelingen die zich bij de Eeuwige aansloten om Hem te dienen, en om de naam van de Eeuwige lief te hebben, om Hem tot knechten te zijn, allen die de Sabbat onderhouden, zodat ze hem niet ontheiligen, en die vasthouden aan Mijn verbond: hen zal Ik brengen naar Mijn heilige berg en Ik zal hun vreugde bereiden in Mijn bedehuis...” - Hier staat dus niet: de vreemdelingen die zich bij Israël aansloten, maar: de vreemdelingen die zich bij de Eeuwige aansloten, ...allen die de Sabbat onderhouden!
Jesaja profeteerde zelfs, dat op de nieuwe aarde de gelovigen uit alle volken (dus niet alleen de Joden) nog steeds de wekelijkse Sabbat zullen vieren: “Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor Mijn aangezicht zullen blijven bestaan, luidt het woord van de Eeuwige, zo zal uw nageslacht en uw naam blijven bestaan. En het zal geschieden van nieuwe maan tot nieuwe maan en van Sabbat tot Sabbat, dat al wat leeft zal komen om zich voor Mijn aangezicht neer te buigen, zegt de Eeuwige” (Jes. 66:22-23). Het Sabbatsgebod is dus in het verleden, in het heden, en ook in de toekomst niet alleen voor de Joden van toepassing, maar voor een ieder die de God van Israël wil dienen: “Zes dagen mag arbeid verricht worden, maar op de zevende dag zal er een volkomen Sabbat zijn: een heilige samenkomst; generlei arbeid zult gij verrichten, het is een Sabbat voor de Eeuwige in al uw woonplaatsen” (Lev. 23:3). Hier staat dus niet alleen, dat de Sabbat de dag om te rusten is, maar ook, dat de heilige samenkomst op Sabbat dient te worden gehouden! Als Gods Woord zo duidelijk is over de Sabbat, waar komt de zondag dan als wekelijkse rustdag en dag van de samenkomst voor de christenen vandaan?
Toen de gemeenschappen van de eerste gelovigen buiten Israël meer en meer uit heidenen gingen bestaan, ebde de betekenis van de Sabbat steeds verder weg. Ondanks hun geloof in de Messias, vierden zij weer de reeds in de vóórchristelijke tijd bij de heidenen bekende “Dies Solis” [zonnedag] ter ere van de zonnegod, al noemden ze hem nu "Dag des Heren". Later, in het zog van de versmelting tussen staat en kerk, verbood keizer Constantijn in 321 op advies van kerkvader Eusebius alle christenen het vieren van de Sabbat, om daardoor het Christendom geheel van zijn Joodse wortels los te maken. Door de Sabbat af te schaffen en de zondag te heiligen hoopte men dat daardoor méér heidenen tot de kerk zouden toetreden. Keizer Constantijn wilde hierdoor de rust in het Romeinse Rijk doen terugkeren. Een stap verder ging Paus Sylvester (314-335), die verklaarde dat “de Sabbat voor de Christenen een dag is van afschuw jegens de Joden. Men behoort die dag niet te houden, want het is een verwerpelijk gebruik”. Nog bonter maakte het Paus Innocentius I (402-417). Hij verordende dat er op de Sabbat geen godsdienstige samenkomst mag worden gehouden en dat de sacramenten niet mogen worden uitgereikt. We zien hieraan, dat de Sabbat dus in die tijd nog steeds door Christenen gehouden werd, anders hoefde dit niet verboden te worden. We zien ook, dat er geen heilige en oprechte motieven zoals de herdenking van de Opstanding des Heren tot de invoering van de zondag als kerkdag hebben geleid, maar een afschuw van de Joden, dus puur antisemitisme.
Bijbelse verordeningen zijn niet gegeven om door behouden te worden. “Door genade zijn jullie behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme” (Ef. 2:8-9). Onze redding is louter genade. Maar: “Wij zijn Zijn schepping, geschapen in de Messias Jezus om goede werken te doen, die God heeft voorbereid, zodat wij daarnaar zouden leven” (vers 10). Zo leert de apostel Paulus ons, dat geloof, genade en goede werken samen gaan.
Dat de Sabbat - om zeer verwerpelijke redenen - door de kerk is vervangen door de zondag, is niet onze schuld. Christenen die met een oprecht hart de zondag vieren, doen daar goed aan. Maar als we het bovenstaande weten, is er alle reden om ons af te vragen of wij ook niet de Sabbat zouden vieren, aangezien de Eeuwige zijn voorschriften nooit herroepen heeft!
Vrije bewerking van Psalm 2
Waartoe leidt de woede van de heidenen?
Waarom zinnen de naties op zinloze plannen?
De regeerders van de aarde komen in verzet,
vorsten beramen een oorlogsplan
tegen de Eeuwige en tegen zijn gezalfde:
‘Wij willen hun juk afwerpen,
ons van hun boeien bevrijden.’
Die in de hemel woont lacht,
de Heer spot met hen.
Dan spreekt Hij tot hen in zijn woede
en zijn grimmigheid verbijstert hen:
‘Ikzelf heb mijn koning gezalfd,
op de Sion, mijn heilige berg.’
Ik verkondig het besluit van de Eeuwige;
Hij zei tegen mij: ‘Jij bent mijn zoon,
vandaag heb Ik je verwekt.
Vraag, en Ik geef je de heidenen in bezit,
de uithoeken van de aarde in eigendom.
Jij mag ze verpletteren met een ijzeren knots,
ze stukslaan als een aarden pot.’
Machthebbers, kom dan toch tot inzicht,
leiders van de aarde, wees gewaarschuwd;
onderwerp je aan de Eeuwige in diep ontzag,
kus zijn voeten met vrees en beven,
anders ontsteekt Hij in toorn en is het afgelopen met jullie;
ja, zijn toorn is licht ontvlambaar.
Gelukkig allen die schuilen bij Hem!
Waarom zinnen de naties op zinloze plannen?
De regeerders van de aarde komen in verzet,
vorsten beramen een oorlogsplan
tegen de Eeuwige en tegen zijn gezalfde:
‘Wij willen hun juk afwerpen,
ons van hun boeien bevrijden.’
Die in de hemel woont lacht,
de Heer spot met hen.
Dan spreekt Hij tot hen in zijn woede
en zijn grimmigheid verbijstert hen:
‘Ikzelf heb mijn koning gezalfd,
op de Sion, mijn heilige berg.’
Ik verkondig het besluit van de Eeuwige;
Hij zei tegen mij: ‘Jij bent mijn zoon,
vandaag heb Ik je verwekt.
Vraag, en Ik geef je de heidenen in bezit,
de uithoeken van de aarde in eigendom.
Jij mag ze verpletteren met een ijzeren knots,
ze stukslaan als een aarden pot.’
Machthebbers, kom dan toch tot inzicht,
leiders van de aarde, wees gewaarschuwd;
onderwerp je aan de Eeuwige in diep ontzag,
kus zijn voeten met vrees en beven,
anders ontsteekt Hij in toorn en is het afgelopen met jullie;
ja, zijn toorn is licht ontvlambaar.
Gelukkig allen die schuilen bij Hem!
Abonneren op:
Posts (Atom)